Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

Lou de Palingboer: de Christus van Muiden

In de jaren vijftig en zestig kreeg een eenvoudige palingboer uit Muiden landelijke bekendheid als de vleesgeworden God. Louwrens Voorthuijzen, beter bekend als Lou de Palingboer, woonde met zijn schare volgelingen in een villa in Muiderberg. Hij predikte in Frascati, of gewoon vanuit zijn luie stoel met een sigaar in de hand, over het redden van de mensheid uit de klauwen van Satan. Overtuigd van zijn eigen Opstanding beweerde hij zelfs dat hij niet kon sterven, totdat het ondenkbare gebeurde.

Wie begin jaren vijftig de Amsterdamse Dappermarkt bezocht, kon getrakteerd worden op een preek van een kleine, kalende palingboer. Met veel vuur probeerde hij zijn klanten te overtuigen om zich af te keren van Satan. Wie ontvankelijk was voor zijn boodschap, nam hij mee naar een nabijgelegen koffiehuis om verder te praten. De duivel, zo verkondigde hij, was de denker in ons hoofd, die verantwoordelijk was voor al onze gedachtes. Maar de oplossing was simpel: stoppen met denken en je wenden tot God. En die God, dat was hij zelf.

Deze God van de Dappermarkt was niemand minder dan Louwrens Voorthuijzen (1898-1968), ook wel Lou de Palingboer genoemd. Lou werd geboren in een streng gelovig gezin in het Noord-Hollandse Breezand. Zijn ouders waren christelijk gereformeerd, of in zijn eigen woorden: ‘Nog fijner dan fijn’. Mensen die op de zondag meer dan tien minuten wandelen van huis naar de kerk (de ‘sabbatsreis’) ongehoord vonden en kleding in andere kleuren dan zwart, grijs of beige onzedelijk. ‘Wij als jongens hebben daar wel een kwelling in genoten,’ vertelde Lou later in een interview.

Jeugdportret van Louwrens Voorthuijzen, die in de jaren vijftig en zestig bekendstond als Lou de Palingboer. Collectie Nationaal Archief.

Mystieke ervaring

Lou stelde van jongs af aan vragen bij de preken van de dominee – en van zijn eigen vader, die in het dorp bekendstond als ‘het roepertje’ vanwege zijn religieuze tirades. Op deze vragen probeerde hij een antwoord te vinden door zijn eigen preken te schrijven. Toen Lou in de twintig was en net getrouwd met zijn eerste vrouw Trijntje Tiel, sloot hij zich in zijn zoektocht naar zingeving aan bij de evangelische groep van ene Dirk Mosk. Rond die tijd kreeg hij een mystieke ervaring die zijn leven voorgoed zou veranderen.

Zelf omschreef hij dit bijzondere voorval aan de Zuiderzeekust als volgt: ‘In de nacht ben ik op zee, in 1927. Toen is mij daar de ster verschenen. De stem die tot me kwam, was dit: “Zie het teken van de Zoon des Mensen”.’ Als in trance liep Lou over het drijfzand op het strand, zonder erin weg te zakken. Even later kwam hij weer in zijn lichaam terug en bleek tot zijn verbazing op een andere plek te staan dan eerst, zijn voetafdrukken nog zichtbaar in het zand achter hem. Maar toen hij terug probeerde te lopen over het zand, zakte hij er diep in weg. Vanaf dat moment zag hij het als zijn persoonlijke taak om de mensen terug naar God te brengen.

Het bedrijf van de familie Voorthuijzen in Breezand, ca. 1930. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Prekende palingboer

Zo’n tien jaar later verhuisden Lou en Trijntje naar Muiden, waar Lou palingvisser werd. Met twee botters en een kotter viste hij op de voormalige Zuiderzee, die sinds 1932 afgesloten was. Maar hun huwelijk was niet gelukkig en bleef kinderloos. Daarom keerde Trijntje in 1940 terug naar haar ouders in Breezand. Lou kreeg in deze tijd steeds vaker bezoek van huisvriendin Mien Wiertz, die al gauw niet meer van zijn zijde week. Mien had Lou voor het eerst bij kennissen thuis over het geloof horen spreken en was zeer onder de indruk geraakt van de warmte en liefde die hij uitstraalde.

Hoewel ze nooit getrouwd zijn, werd Mien Lou’s tweede vrouw en grootste supporter. Het was ook Mien die hem in 1950 overtuigde van zijn God-zijn. Terwijl ze met roodvonk in het ziekenhuis in Naarden lag, schreef ze hem: ‘Lou, erken nu dat je God bent, want ik kan zonder jou niet leven, maar zonder God ook niet’. En Lou knikte. Naar eigen zeggen was dat het moment dat hij zijn opdracht aanvaardde, om als Christus op aarde de mensheid te redden van Satan.

Auto’s met spandoeken in de Amsterdamse Vijzelstraat van Lou de Palingboer, met het opschrift: ‘Weet u nu dat Lou God is?’ Foto: Joost Evers / Anefo. Collectie Nationaal Archief.

Drie geboden

Niet lang na zijn Opstanding verkocht Lou zijn vissersboten en ging aan de slag als palingverkoper op de Dappermarkt. Dit was voor hem de perfecte plek om zijn boodschap te verkondigen. Lou sprak en de mensen luisterden. Huiskamers door heel Amsterdam zetten begin jaren vijftig de deuren open voor de prekende palingboer. De charismatische Lou kreeg een breed gevolg van gelovigen uit alle lagen van de bevolking. Toen de bijeenkomsten naar theater Frascati verplaatsten, trok Lou elke dinsdagavond volle zalen. Zijn twee uur durende preken bedacht hij ter plekke, waardoor ze steevast zeer begeesterd waren, maar er soms geen touw aan vast te knopen was.

Lou de Palingboer en zijn echtgenote Mien na een zijn toespraak in Frascati, 1 augustus 1967. Foto: Ron Kroon / Anefo. Collectie Nationaal Archief.

Lou de Palingboer was in de jaren vijftig een waar fenomeen: een bonte mengeling van een geloofswaanzinnige, een mysticus en een doodgewone man, die beschikte over een enorme dosis humor. Met woordgrappen wist hij zijn boodschap als geen ander over te brengen. Als hij wel eens gevraagd werd naar zijn visie op de Bijbel, trok hij het heilige boek als een woordkunstenaar uit elkaar: de Bijbel werd de Bij-bèl. God was immers de ‘Hoofd-bel’ en het geschreven woord moest niet te veel afleiden van de goddelijke boodschap. Ook zijn drie geboden spreken boekdelen over Lou’s karakter: trek een tijger niet aan zijn oor, ga niet voor een rijdende trein liggen en spring niet in het water met een molensteen om je nek. Verder kon en mocht alles van Lou.

Reclame op Volkswagenbus en auto voor een toespraak van Lou de Palingboer in Frascati, 1962. Foto: Theo van Houts / Spaarnestad. Collectie Nationaal Archief.

Hotspot Muiderberg

In 1957 kocht een van Lou’s volgelingen een nieuw optrekje voor de Christus van Muiden: het Witte Huis aan de Naarderstraatweg 2 in Muiderberg. Deze villa was rond 1900 gebouwd als wachtlokaal voor de Gooische Stoomtram, maar zou vanaf dat moment onderdak bieden aan Lou, Mien en een grote schare volgelingen. Voor hen voelde het als één grote familie, voor buitenstaanders had het flink wat weg van een sekte. Lou had er zijn vaste stoel, waar hij op zondag in zijn hemd en met een sigaar in de hand vertelde. En iedereen luisterde enthousiast, zelfs al was het wartaal. De zondagse bijeenkomsten werd opgeluisterd met gezang en soep, geserveerd door Mien en de andere vrouwen.

Vanuit het hele land stroomden spiritual seekers, elk met hun eigen problemen en ellende, naar het Witte Huis om bij de vleesgeworden God te kunnen zijn. Velen van hen kwamen ‘in Lou’ en wilden niet meer weg. Die drukte riep de noodzaak tot een nieuwe hiërarchie in het leven, met Lou als God bovenaan en Mien direct daaronder, gevolgd door een organisatie van twaalf ‘metgezellinnen’, elk ondersteund door een eigen ‘poortengel’ en een ‘engel’. Alle vrouwelijke volgelingen kregen de kans om de lichaamskracht van Lou te ervaren, door omstebeurt te mogen ‘aanliggen’ bij hun God. Dit was naar eigen zeggen niet seksueel van aard, want de bewoners van het Witte Huis leefden celibatair.

Het Witte Huis in Muiderberg, bewoond door Lou de Palingboer en zijn volgelingen, januari 1968. Archief van de redactie van De Gooi- en Eemlander, Streekarchief Gooi- en Vechtstreek.

Neergang van God

Maar jaloezie riep het wel op: de eerste scheuren in het hemelse koninkrijk van Lou. Sommige leden verlieten hierdoor zelfs de groep. Ook waren er problemen met echtparen waarvan de vrouw ‘in Lou’ was, maar haar man niet – met nare echtscheidingen tot gevolg. Zo kreeg Lou een aantal rechtszaken aan zijn broek, waarin hij als boosdoener werd aangewezen voor de ontbinding van een gelukkig huwelijk.

Met de jaren begon de rol als God zijn tol te eisen op Lou. Murw van het aanhoren van andermans sores, kwam hij steeds minder vaak beneden en trok zich terug op de zolderverdieping van het Witte Huis. De eens zo vurige toespraken droogden op, evenals het aantal volgelingen. In 1968 besloten Lou en Mien, met een aanzienlijk kleinere groep Lou-mensen, de villa in Muiderberg te verruilen voor een huis in het Belgische Agimont. In de groene Ardennen hoopten ze hun rust te kunnen hervinden.

Lou de Palingboer leest in ochtendkrant De Telegraaf van donderdag 22 januari 1962 een artikel over hem. De kop van het artikel luidt: ‘Sekteleider Lou duikt onder voor het gerecht’. Volgens Lou is het bericht onjuist. Foto: World Press Photo / Spaarnestad Photo. Collectie Nationaal Archief.

Onsterfelijk

Lou was op dat moment al erg ziek, maar omdat hij altijd had beweerd dat hij niet kon sterven, maakten zijn volgelingen zich aanvankelijk weinig zorgen om hem. Totdat er toch halsoverkop een dokter bijgehaald werd, die een zware longontsteking vaststelde. Lou moest direct opgenomen worden in het ziekenhuis. Maar het ziekenhuis was van de duivel, zo had Lou altijd gepredikt. Terwijl de voors en tegens van een opname besproken werden, stierf Lou omringd door zijn dierbaarste volgelingen. Die hielden de hele nacht een wake bij zijn lichaam, in de hoop dat Lou nog zou terugkeren. Maar God was weg.

Een man zet bloemen bij het graf van Lou de Palingboer in Sclayn (bij Namen), 1968. Foto: Spaarnestad Photo. Collectie Nationaal Archief.

Een persconferentie van de Lou-groep in Frascati stelde de gemeenschap op de hoogte van het ondenkbare. Ondertussen draaide de molen van het Lou-imperium gewoon door. Boekjes werden gedrukt, volgelingen predikten in het buitenland en tot in de eenentwintigste eeuw organiseerde voormalig metgezellin Jo Vorstermans nog wekelijkse bijeenkomsten om de herinnering aan Lou levend te houden. De Christus van Muiden is nog altijd niet vergeten. Zolang mensen het over Lou hebben, is hij zowaar onsterfelijk.

‘Lou leeft’ staat op het spandoek achter de apostelen en engelen van de Lou-groep. Tijdens de eerste bijkomst na Lou’s dood leest een van de zonen van sekteleider een brief van Mien voor, april 1968. Foto: Jac. de Nijs / Anefo. Collectie Nationaal Archief.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Bronnen:

Publicatiedatum: 06/07/2026

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.