Landgoed Elswout: steenrijke weduwe redde de Nederlandse Bank

Met hulp van het Russische en Pruisische leger kwam in 1813 een einde aan de Franse bezetting. De Nederlandse handel en nijverheid hadden zware klappen opgelopen en de schatkist was leeg. Aan de nieuwe vorst, koning Willem I, de taak om het land er weer bovenop te helpen.

Met de oprichting van de Nederlandsche Bank wilde koning Willem I de kredietverstrekking aan bedrijven weer op gang brengen. Het was aan de schatrijke weduwe Johanna Borski te danken dat de bank niet al na twee jaar omviel. Door een slimme constructie zou de weduwe hier rijkelijk voor worden beloond. Het echtpaar Borski woonde vanaf 1805 tot de dood van Johanna in 1846 op het statige landgoed Elswout. Tot na de Tweede Wereldoorlog zou het landgoed in de familie blijven. Sinds 1970 zijn de fraaie terreinen van Elswout eigendom van Staatsbosbeheer en toegankelijk voor publiek.

Portret van Johanna Borski door Nicolaas Pieneman. Collectie Museum van Loon.

Koning-Koopman

Bij zijn aantreden als vorst van het nieuwe Koninkrijk der Verenigde Nederlanden ontwikkelde Willem I een ambitieus investeringsbeleid. In het zuiden van zijn rijk, met name in Wallonië, moest de industrie grondstoffen delven en producten maken. Het noorden diende zich toe te leggen op handel en transport. Ook de overzeese handel op de koloniën diende een flinke impuls te krijgen. Door al deze maatregelen kreeg Willem I de bijnaam “koning-koopman”. Om al deze investeringen in het bedrijfsleven te financieren, was er een aanzienlijk kapitaal nodig. Door de slechte economische situatie was hier echter een groot gebrek aan. Waar kon Willem I het geld vandaan halen om de economie van zijn nieuwe koninkrijk uit het slop te trekken?

Koning Willem I. Collectie Noord-Hollands Archief.

Staatsbank

Hier kon de oprichting van een ‘nationale bank’ bij helpen. Bij de stichting van de bank werd bepaald dat er vijf miljoen gulden gestort moest zijn. Hiermee zouden kredieten worden verstrekt aan bedrijven en fabrikanten. Dit startkapitaal zou via de uitgifte van vijfduizend aandelen à duizend gulden worden binnengehaald. Om particuliere kassiers en bankiers niet voor het hoofd te stoten, werd besloten dat particulieren geen rekening konden openen.
De verkoop van de aandelen verliep echter moeizaam en Koning Willem I had een probleem: het waren de bankiers en de kassiers die grote bezwaren hadden tegen de Nederlandsche Bank. Zij zagen de bank als een grote concurrent. De koninklijke familie investeerde vierhonderdduizend gulden in de bank en de Staat der Nederlanden investeerde één miljoen gulden. Daarnaast brachten vermogende bankiers nog eens een bedrag van 1,6 miljoen gulden bijeen. Maar dit was niet genoeg om De Nederlandsche Bank levensvatbaar te maken.

Gezichtsverlies voor de koning voorkomen

De bank dreigde in 1816, twee jaar na de oprichting, al failliet te gaan. Nog net op tijd bracht weduwe Johanna Borski de oplossing. Het was de in zeer hoog aanzien staande rechtsgeleerde en financier Jan Bondt die de rijke weduwe Johanna Borski introduceerde bij De Nederlandsche Bank. Zij kocht tweeduizend aandelen aan met een waarde van twee miljoen gulden. Met dit kapitaal was de bank gered. De slimme en doortastende weduwe had er alleen één voorwaarde aan verbonden. Ze wilde niet dat er meer aandelen uitgegeven zouden worden. Koning Willem I ging hiermee akkoord. Op 10 maart 1816 kwam een geheim akkoord tot stand waarbij werd bepaald dat er vóór 1 april 1819 geen toestemming werd gegeven opnieuw aandelen uit te geven. De bank was gered en gezichtsverlies voor de kersverse koning was voorkomen.

Landgoed Elswout. Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Landgoed Elswout

In 1805 had haar man, de rijke bankier en investeerder Willem Borski de gronden van het landgoed aangekocht. Na het overlijden van haar man in 1814 liet hij zijn vrouw Johanna Borski (1764-1846) achter met acht kinderen. Johanna Borski was een ondernemende vrouw met wilskracht, ze was onafhankelijk en had een originele visie op de financiële wereld. Zij zette de zakelijke activiteiten van haar man voort onder de naam firma Wed. W. Borski en breidde het familiekapitaal fors uit. Een deel van het kapitaal werd gestoken in de renovatie en uitbreiding van landgoed Elswout. Door de geheime clausule in het contract verdiende Johanna Borski een kapitaal aan een nieuwe aandelenuitgifte door de Nederlandsche Bank in 1819.

Poortgebouw landgoed Elswout. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Onverwachts bezoek

Toen de Borski’s het landgoed aankochten, verkeerde het in deplorabele staat. Het 17de eeuwse hoofdgebouw van Jacob van Campen uit 1633 was onbewoonbaar en daarom sliep de familie de eerste zomers in het poortgebouw. Het huis werd verbouwd en uitgebreid. Er kwamen bruggen en afrasteringen werden hersteld. Prieeltjes, een fazanterie, een ijskelder, moestuin en kassen voor ananassen, druiven en abrikozen verfraaiden het landgoed. Binnen enkele jaren hadden de Borski’s er een ontmoetingsplek voor de hoogste kringen van gemaakt. Ten tijde van de Fransen kwam keizerin Marie Louise die samen met haar man Napoleon een rondreis door Nederland maakte, onverwachts op bezoek. Jammer voor de keizerin, maar de Borski’s waren niet thuis, zij zaten in Amsterdam. Alleen hun 11 jarige dochter Wilhelmina Jacoba was op het landgoed. Zestig jaar later zou opnieuw keizerlijk bezoek Elswout aandoen.  Johanna Borski was overleden maar haar zoon Willem was er om keizerin Elisabeth van Oostenrijk toestemming te geven om een plezierritje over zijn landgoed te maken.

Publicatiedatum: 25/10/2013