Landgoed Woestduin: gevierd schrijver zorgt voor eerste waterleiding in Nederland

Tussen 1832 en 1845 woonde Jacob van Lennep (1802-1868) op de buitenplaats Woestduin. Van Lennep is vooral bekend als schrijver, maar als politicus en advocaat heeft hij eveneens zijn sporen verdiend op maatschappelijk gebied. Als rijksadvocaat onderhield hij sterke banden met de regering en het koninklijk huis. Hij stond aan de basis van de oprichting van de Amsterdamse Waterleiding Maatschappij, het eerste systeem van waterleidingen in Nederland.

Graag geziene gast

Jacob van Lennep wordt in 1802 geboren als zoon van een Amsterdamse hoogleraar in de Klassieke Talen. Als leergierig jongetje van vijf kan hij de volledige Gijsbrecht van Aemstel uit zijn hoofd voordragen, al scheen hij moeite te hebben om de l en de r goed uit te spreken. Na de Latijnse School gaat hij rechten studeren en promoveert hij in 1824 in de rechtsgeleerdheid. Hij kan niet meteen een baan vinden en gaat reizen en schrijven. In 1826 wordt hij benoemd tot waarnemend Rijksadvocaat. Drie jaar later is hij zelf de Rijksadvocaat, een functie die hij de rest van zijn leven zal blijven uitoefenen. In de periode 1853-1856 is van Lennep lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland en lid van de Tweede Kamer voor de conservatieven. De veelzijdige Van Lennep was een graag geziene gast aan het hof van koning Willem III. Vaak was hij getuige van de vele luidruchtige hoffeesten. Dat Van Lennep het goed kon vinden met de koning blijkt ook uit het feit dat hij zijn boek ‘De Roos van Dekama’ opdroeg aan Willem III.

Het voormalig Huis Woestduin. Collectie Noord-Hollands Archief.

Vers glas duinwater

Over Van Lenneps bemoeienis met de Amsterdamse waterleiding doet een anekdote de ronde. De schrijver-politicus zou op zijn landgoed Huis te Manpad in Heemstede een glas vers duinwater van zijn vrouw gekregen hebben. Hierdoor kreeg hij het lumineuze idee om dit duinwater via leidingen naar Amsterdam te pompen. In de stad was een nijpend tekort aan schoon drinkwater. De waarheid steekt echter anders in elkaar. Het was aan majoor buiten dienst C. Vaillant te danken dat Amsterdam zijn waterleiding systeem kreeg. In 1847 kreeg hij toestemming van de Minister van Buitenlandse Zaken om duinwater in de omgeving van Bloemendaal te winnen en dat ondergronds naar Amsterdam te transporteren. Om de benodigde 2,5 miljoen gulden bij elkaar te krijgen, richtte hij een comité van aanbeveling op. Van Lennep werd de voorzitter van deze club van vooraanstaande Amsterdammers.

Jacob van Lennep. Collectie Noord-Hollands Archief.

Drinkwater dankzij de Engelsen

Het bleek een hele klus om de geschatte investeringssom bijeen te brengen. Bijna werd het project afgeblazen omdat er onvoldoende belangstelling was van investeerders. Maar dankzij de goede contacten van Jacob van Lennep in Engeland vond hij geldschieters die de aanleg van de waterleiding wilden financieren. In de duinen werden kanaaltjes gegraven om het regenwater op te vangen en vervolgens op natuurlijke wijze door het zand te laten zuiveren. De vader van Van Lennep bezat grote stukken duingronden die de familie verkocht aan de Amsterdamsche Waterleiding Maatschappij, waaronder het door Jacob zo geliefde Mariënduin. Hier werd ook in 1851 de eerste spade in de grond gestoken door de elfjarige Willem van Oranje, zoon van koning Willem II. De duinwaterleiding was een groot succes. Twee jaar na de oprichting was de hoofdstad uit de problemen en had het weer schoon drinkwater.

De Oranjekom in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Op deze plek stak de 11 jarige prins Willem van Oranje de eerste spade in de grond voor de aanleg van de waterwinning vooe een Amsterdamse waterleiding waarvoor Jacob van Lennep de grote voorvechter was. Collectie Noord-Hollands Archief.

Het leven op Woestduin

In 1832 kreeg Van Lennep het landgoed Woestduin in bezit. Het nieuwe buitenhuis lag dichtbij zijn geliefde Huis te Manpad waar hij als kind de zomers doorbracht. Het leven op een buitenplaats is niet altijd comfortabel. Regelmatig vertelde Jacob in zijn brieven over een onaangename aankomst in Woestduin. Na de wintermaanden in Amsterdam te hebben doorgebracht trok hij met zijn gezin eind mei naar Woestduin. Het kwam meer dan eens voor dat hen een onaangenaam welkom wachtte. Het huis was steenkoud en vuil en de ratten hadden er flink huisgehouden.  Toen een maand later de zomer was aangebroken veranderde de toon in zijn brieven en genoot hij van het zomerse buitenleven. Menig middag bracht hij wandelend door over zijn landgoed met in zijn ene hand een boek en in zijn andere hand zijn onafscheidelijke pijp. De schrijver hield niet van jagen, maar had veel oog voor de landbouw. Dit kwam hem goed van pas in zijn functie van secretaris van de Provinciale Commissie van Landbouw in Noord-Holland. Dit hield vooral in het keuren van vee en niet te vergeten, het jaarlijkse boottochtje met het koninklijke jacht.

Publicatiedatum: 25/10/2013