Klarenbeek: boer Anton wilde ‘iets maatschappelijks’

Roeister Florrie van der Kamp van roeivereniging Willem III haalt regelmatig een frisse neus op of aan de Amstel. Tijdens die tochtjes over het water vallen haar (niet meer bestaande) gebouwen op, waarvan ze de achtergrondverhalen tot op de bodem uitzoekt. Deze week verdiept ze zich in boerderij Klarenbeek aan de Ouderkerkerdijk.

Telkens als ik de boerderij tegenover het Kalfje zie liggen, gaat mijn fantasie op de loop: Hoe was het daar vroeger? Generaties aardappeletende, hardwerkende boeren, paard en wagen in de modder, een trekschuit met melkbussen? Ik ging op onderzoek uit naar verleden en heden. Een mooie speurtocht!

Zolang ik in Amsterdam woon, ruim 40 jaar, kom ik langs Klarenbeek: fietstochtjes Ronde Hoep, een paar jaar woon-werkverkeer van Amsterdam-Oost naar Ouderkerk en de laatste vijftien jaar zo’n twee keer per week over het water. Van mijn eerste fietstochtjes herinner ik me een boerderij in bedrijf met een bordje op de gevel: ‘verse melk te koop’. Maar de boerderij ging er steeds meer vervallen uitzien: een verzakte gevel, verrotte kozijnen, en achter de vieze ramen een verlepte sanseveria en spinnenwebben. Somber en verwaarloosd. Wat zou daarachter gebeuren? Een eenzame boer die er zijn oude dag slijt of al drie maanden dood in een stoel zit? Een kolonie ratten die feestviert in de laatste resten veevoer in de kelder? Een potentieel doelwit van projectontwikkelaars die het hele zaakje plat willen gooien om er wanstaltige stadsvilla’s neer willen zetten?

Mijn nieuwsgierigheid naar Klarenbeek stamt ook uit de tijd dat ik nog bij zorginstelling Cordaan werkte. Jarenlang hoorde je verhalen over de plannen die Cordaan met Klarenbeek had, maar het duurde eindeloos voor er iets van de grond kwam. Klarenbeek was lang een hoofdpijndossier; eindeloos overleg met de gemeente, de provincie, het waterschap, monumentenzorg, de woningbouwer en nog meer partijen met de vraag of er een stadslandgoed met zorgboerderij voor mensen ‘met grote afstand tot de arbeidsmarkt’ kon worden gerealiseerd.

‘Klarenbeek 1604’ staat er op de gevel: hoe veel er in de omgeving sinds die tijd ook is gebouwd, hoeveel auto’s en vliegtuigen en achter- en bovenlangs razen, toch, als ik door mijn oogharen kijk naar de wat strenge brede gevel pal aan de weg, dan gaat mijn fantasie op de loop. Ik verbeeld me hoe het vroeger was: generaties aardappeletende hardwerkende boeren, een erf met kippen en varkens, geen fietsers die in gekleurde pakjes erlangs razen over het gladde asfalt, maar paarden en wagens in de modder, een trekschuit met melkbussen… Maar klopt dat allemaal wel?

Klarenbeek, tekening van Sjoerd Kuperus (1893-1988), 1942. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Een verrassende speurtocht

Zou er informatie te vinden zijn over Klarenbeek en de omgeving, hoe het er echt was in 1604 en de eeuwen daarna? Ik ga op mijn geheel eigen amateuristische wijze op onderzoek. Eerst in het archief van Willem III, want volgens Stan Jansen heeft zijn moeder ooit ook over Klarenbeek geschreven. Maar ondanks de toegewijde hulp van onze archiefcommissie komt er geen tekst van moeder Stan boven water.

Via internet kom ik te weten dat Klarenbeek ‘een voorbeeld is van een Amstellandse boerderij. Het ligt in de Groot-Duivendrechtse polder, onderdeel van de Amstelscheg. Dit groengebied, bestaande uit polders en de Amstel, scheidt Amsterdam Zuidoost van Amstelveen. Deze groene ruimte vindt zijn oorsprong in het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam, waarbij Amsterdam volgens het zogenaamde ‘vingerstad-model’ ontwikkeld werd. De uitbreidingen die sinds die tijd (na 1940) zijn gedaan, zijn als langwerpige gebieden ontworpen, met daartussen steeds een groene ruimte. Daardoor is de afstand tussen woongebieden en de open groende ruimte relatief klein. Natuur en landelijke omgeving dringen als het ware de stad binnen.’

De oorspronkelijke boerderij stamt uit 1604, maar de huidige woonboerderij dateert uit de negentiende eeuw. De koeienstal is wel zeventiende-eeuws en is samen met boerderij en hooiberg aangemerkt als rijksmonument.

Boerderij Klarenbeek vanuit de lucht, ca. 1930. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Historische Vereniging Wolfgerus van Aemstel

Ik speur verder en stuit op de Historische Vereniging Wolfgerus van Aemstel, die volgens hun website ‘ernaar streeft om de belangstelling voor de geschiedenis van Amstelland te bevorderen. Daarom maken wij ons sterk voor actief historisch onderzoek en voor het behoud van historisch en ander cultureel erfgoed. Ook publiceren we over onderwerpen die van lokaal historisch belang zijn.’ Hier moet ik zijn!

Er blijkt in Ouderkerk een Historisch Museum te zijn, en in het tijdschrift Speuren en ontdekken publiceert de Vereniging al meer dan twintig jaar over de geschiedenis van Ouder-Amstel. Er is zowaar een archief dat via internet te raadplegen is en daar vind ik een paar verwijzingen naar Klarenbeek. De inhoud van deze artikelen is helaas nog niet gedigitaliseerd. Als op een mail geen antwoord komt, bel ik met het museum. ‘Met Historisch Museum Ouder-Amstel’, kraakt een zachte stem. Meteen verschijnt voor mijn geestesoog een bibliothecaris – bleek, bril, bestoft – van respectabele leeftijd, tussen rijen archiefdozen, die met trillende hand de zware bakelieten telefoonhoorn tegen zijn oor houdt. ‘Ja, wij hebben hier geloof ik wel alle tijdschriften en anders heb ik ze thuis,’ raspt de stem. De vraag of deze informatie naar mij toe zou kunnen komen via de digitale snelweg, stel ik niet eens. Ik spring op de fiets naar Ouderkerk, het is een zonnige woensdagmiddag, het museum is nú open en de vriendelijke kraakstem kan mij vast verder helpen.

Naast de bakker bij de brug, tegenover de Israëlitische begraafplaats, huist het museum. Een smal steegje door, links om de hoek is de ingang in een soort kabouterhuisje. Ik heb de neiging om te bukken, wat nergens op slaat, want zo groot ben ik niet. Binnen is het donker en vol. Planken met boeken, vitrines met voorwerpen die te maken hebben met oude ambachten, prenten en landkaarten aan de muur. Direct bij binnenkomst zit een man achter een bureau vol boeken, folders en papieren, geen bakelieten telefoon en wel een computer. Hij is een stuk minder oud dat zijn stem deed vermoeden en enorm hulpvaardig. Een collega-vrijwilliger krijgt de pc aan de praat en samen zoeken ze de precieze tijdschriftennummers op waar iets over Klarenbeek in zou staan. Uit het archief wordt van alles opgediept maar specifieke informatie levert het niet op. Wel het een en ander over Ouder-Amstel door de eeuwen heen. De titel van het door hen uitgegeven boekje Ouder-Amstel: de oostkant van de Amstel in de stroom van de tijd maakt me nieuwsgierig, maar is helaas is het uitverkocht en er is geen inkijkexemplaar. Gelukkig biedt boekwinkeltjes.nl later uitkomst en krijg ik het toch in handen.

Buitengewoon tevreden met dit bezoek fiets ik naar roeivereniging Willem III, blader op het balkon door de informatie in afwachting van mijn roeimaatje.

Klarenbeek voor de restauratie, 1965. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Waterbeheer

Voor 1600 was het duidelijk een natte boel aan de oostkant van de Amstel. De dam in de Amstel, gebouwd in de dertiende eeuw, was een eerste poging om wat meer invloed op de waterstand uit te oefenen. In de zestiende eeuw probeerde men met molens het moerasgebied droger te malen. Deze techniek kreeg men steeds beter in de vingers, de molens werden groter en effectiever, en het land werd bruikbaarder. In de loop van de zeventiende eeuw werden de waterschappen in het leven geroepen, bestuursorganen die nog steeds bestaan ten behoeve van het waterbeheer. De bouwer van Klarenbeek durfde het ondanks het drassige achterland aan om een boerenbedrijf te beginnen. Stoer, want in de zeventiende en ook achttiende eeuw zijn er nog regelmatig hevige dijkdoorbraken. Dat de boerderij zo dicht op de Amsteldijk ligt, is vast ingegeven door de behoefte aan droge voeten. Zakelijk gezien was deze boerderij een goede zet: Amsterdam groeide in de gouden eeuw als kool en had toenemende behoefte aan melk, kaas, boter, vlees en wat er nog meer van een boerderij te halen was. Klarenbeek was een melkveebedrijf – was het land toch nog te nat om gewassen op te verbouwen? – en via de Amstel werd de melk naar de stad vervoerd. Melk? Inderdaad. Verder weg gelegen boerderijen kregen de melk waarschijnlijk niet ter plaatse voordat hij zuur was, en leverden vooral wat langer houdbare producten zoals kaas, boter en vlees.

Naast boerenbedrijf was Klarenbeek ook een recreatieverblijf voor gegoede burgers uit de stad, een soort airbnb avant la lettre. Aan de westkant van de Amstel bouwden Amsterdammers die de vuile stad ontvluchtten luxe buitenhuizen, aan de oostkant maakte men delen van boerderijen geschikt als buitenverblijf.

Als ik een uurtje later weer langs Klarenbeek roei, bedenk ik hoe anders het er toen uitzag op de Amstel, de belangrijkste verkeersader van Amsterdam, met het achterland: grote houten zeilboten, roeiboten, en niet te vergeten trekschuiten in plaats van de huidige moderne roeivloot, pleziervaart en een enkel binnenvaartschip.

Klarenbeek voor de restauratie, 1965. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

‘Van ruïne naar boerderette’

Weer terug op Willem III raak ik bij het eten aan de praat met Paul Schulte. ‘O, Klarenbeek,’ roept Paul enthousiast, ‘daar heb ik ooit een timmerwerkplaats gehad samen met een andere meubelmaker. De voormalige varkensstallen werden door de boer verhuurd als ateliers. Er zat ook een beeldhouwer en een kunstschilder: Juan Tajes. Wij hadden het achterste compartiment, met alle vrijheid en prachtig uitzicht. Naast de stal liep een stevige ram, voor de fok. Die ramde af en toe nukkig tegen de buitenwand. Wij noemden hem Bram. Soms kriebelden wij even door zijn stugge kopharen, dan werd ‘ie rustig. Dat vond de boer geloof ik wel goed. Het was er primitief en ’s winters erg koud, maar wel een geweldige plek. Er stond trouwens een tijd terug nog een artikel over Klarenbeek in Het Parool, dat zal ik je toesturen.’

Hoe geestig verloopt mijn speurtocht!

In Van ruïne naar boerderette, geschreven door Annette Wiesman, is te lezen dat vanaf 1929 de familie Jansen op Klarenbeek een melkveebedrijf had. Mogelijk is het in 1925 al in hun bezit gekomen, toen Klarenbeek geveild werd.

De uitslag van de veiling van Klarenbeek was te lezen in De Boerderij: weekblad gewijd aan den land- en tuinbouw, 18 februari 1925. Via Delpher.

Het bedrijf liep blijkbaar zo goed dat boer Jansen – zo te zien van katholieke huize – het werk niet meer alleen aankon, getuige een advertentie in 1934.

Advertentie uit 1934. Via Delpher.

Toen het einde van het bedrijf in zicht was – geen opvolger in de familie en steeds beperktere mogelijkheden om het hoofd boven water te houden als boerenbedrijf – stond boer Anton voor de vraag wat de nieuwe bestemming moest worden voor zijn bedrijf. Er werd grote druk uitgeoefend om huis en land te verkopen. Projectontwikkelaars, natuurbeheerders en gemeente wilden Klarenbeek opnemen in hun plannen. Maar Jansen wilde graag ‘iets maatschappelijks’, en toen hij bij meditatieles (!) een directeur van Cordaan tegenkwam, kregen de eerste contouren van Stadslandgoed met zorgboerderij Klarenbeek vorm.

Klarenbeek wordt zorgboerderij

Op een zonnige morgen ga ik langs om met beheerder Arco Kemp te praten. In plaats van een bordje ‘Verse melk te koop’ staat er nu van mei tot oktober een bord voor het hek dat je welkom bent om binnen te komen, groente en fruit uit de biologische moestuin te kopen of thee en taart te nuttigen. Er zijn ruimtes te huur voor feesten of bijeenkomsten. Achter in het veld zie ik tal van hoofden boven het gewas uitsteken. Er wordt geschoffeld en geveegd, er worden zaden van uitgebloeide stokrozen gehaald, bessen geplukt. Een lange strook van royaal bloeiende Oost-Indische kers langs de kweekbedden geeft een vrolijke oranje gloed aan het geheel. Verderop staan koeien in de wei. Het ruikt naar gras en zomer.

Ik word welkom geheten door Frans, een man van middelbare leeftijd, die de winkel beheert en bezoekers ontvangt. ‘Welkom hier,’ straalt hij. ‘Je komt voor Arco? Die staat daar ergens achter. Vind je het hier niet prachtig? Ben je hier al eens geweest? Het is de mooiste plek om te werken! Ik werk hier al vanaf het begin. Zal ik het je laten zien?’ We lopen samen langs de oude hooiberg – nu overdekt terras – en de lange schuur, de voormalige varkensstal waar Paul zijn timmerwerkplaats had. ‘Kijk, hier hebben we tuinplanten, en daar de kassen waar we alles opkweken. Hier links de groentes en rechts het fruit.’ Een collega van Frans, die vanuit zijn rolstoel het erf aan het vegen is, heeft aan zijn rode mond te zien alvast wat geproefd. Arco komt bezweet achter uit het veld. ‘Jongens wel doorschoffelen, hè,’ roept hij als we aan een tuintafel gaan zitten praten.

Zorgboerderij Klarenbeek anno 2020. Foto: Maarten Helle.

‘Het heeft wel even geduurd voordat Klarenbeek er zo bijstaat als nu,’ lacht hij tevreden. ‘Jarenlang werd er eindeloos vergaderd, maar gelukkig heeft Cordaan de moed gehad om gewoon te beginnen. Het bestemmingsplan moest nog gewijzigd worden, maar met een gedoogbeschikking kon dat. Dat was in 2009. Met drie cliënten ben ik begonnen. Superprimitief in het begin. De boerderij was half ingestort. We hadden één ruimte in de schuur die we konden gebruiken, er was geen water en geen verwarming, dus koffie namen we van huis mee. We begonnen met groentes te verbouwen, maar de grond was nog niet gedraineerd, dus bij veel regen, zwommen de zwanen tussen de kroppen sla door. Na de drainage in 2010 konden we pas fatsoenlijk gaan kweken.’

‘Hoe veel mensen werken hier nu dagelijks, een stuk of tien?’ vraag ik, maar ik zit er behoorlijk naast.

Arco: ‘Er werken per dag zo’n 20 à 25 mensen, een paar zijn er al vanaf het begin. Zij hebben echt het gevoel dat dit hún plek is, die we samen hebben opgebouwd, en dat is ook zo. Als je bedenkt dat we destijds in een koude winter een wak in de Amstel moesten hakken om de schapen te drinken te geven, dan snap je waar we vandaan komen!’

‘De meeste mensen die hier werken hebben wel behoefte aan ruimte om zich heen, maar als het eropaan komt, dan zijn ze er voor elkaar. Zit je met je rolstoel vast in de modder? De collega’s halen je eruit. En laatst had iemand een epileptische aanval: één collega bleef bij hem en de ander waarschuwde de begeleiding.’

‘De klanten zijn overwegend particulieren, heel divers volk. Laatst nog een man in pak van zo’n ‘stresskantoor’: ‘Mag ik even tussen de pompoenen gaan staan’, vroeg hij beleefd, stond daar tien minuten diep adem te halen starend over de weilanden en vertrok weer opgelucht.’

Klarenbeek werkt samen met samen met verschillende partijen. Boeren uit de buurt zetten soms hun vee op de Klarenbeekse weilanden, in ruil voor bijvoorbeeld biologische mest. Een imker heeft een paar bijenkasten op het terrein staan en slingert zijn honing in de schuur. De honing is te koop in de winkel. De bijen zorgen weer voor bestuiving van de planten.

‘Wat ook mooi is,’ vertelt Arco met gepaste trots, ‘is dat we een bijdrage leveren aan het waterbeheer door al het hemelwater op te vangen. Onder de schuur zaten grote mesttanks, die hebben we laten schoonmaken en daar komt dat in terecht. Heel nuttig bij de grote stortbuien, die de laatste jaren vaker voorkomen. En met dat water besproeien we de planten.’

Zorgboerderij Klarenbeek anno 2020. Foto: Maarten Helle.

Klarenbeek anno 2020

Mijn speurtocht vond plaats in 2016. Anno 2020 zijn er natuurlijk wel dingen veranderd op Klarenbeek: sommige mensen van het eerste uur zijn er niet meer en er zijn nieuwe medewerkers en cliënten gekomen. De werkzaamheden zijn uitgebreid: er worden meer groenten verbouwd en ook zijn er nu fruitbomen. In het winkeltje wordt behalve biologische groenten, fruit en honing ook producten verkocht die op andere werkplaatsen van Cordaan worden gemaakt (keramiek, textiel, hout). Ook de horeca – de theetuin – krijgt het in het zomerseizoen steeds drukker; de stad rukt op en er komen steeds meer klanten. Dat is op zich mooi, maar ook soms lastig: de medewerkers in dienst van zorginstelling Cordaan zijn er in de eerste plaats om cliënten goede dagbesteding te bieden. En passant moeten ze dan ook nog een boerderij en een theetuin draaiende houden. En natuurlijk is de boerderij op dit moment (juni 2020) nog voor klanten gesloten in verband met de coronacrisis.

Maar ook al blijft de organisatie en financiering een hele toer die veel creativiteit vereist, Klarenbeek staat als zorgboerderij stevig op de kaart. Boer Jansen kan tevreden zijn!

Als regelmatige passant ben ik blij: er is geen smakeloze villa gebouwd zoals elders aan Amsteloever, maar de oude hoeve is intact én in functie als boerderij. Vooral mooi is dat nu eens niet de projectontwikkelaar en een enkele bevoorrechte huizenbezitter van deze mooie plek kan profiteren, maar dat het open is voor iedereen en dat er mensen kunnen werken die minder mazzel hebben in het leven.

Dit artikel is in 2016 verschenen in De Landtong, clubblad van Roeivereniging Willem III te Amsterdam.

Tekst: Florrie van der Kamp
Beeldarchief en fotografie: Maarten Helle

Publicatiedatum: 08/06/2020