Marbon: het Amsterdamse Tsjernobyl

Het is een zonnige zomerdag in 1971 als één van de reactoren op de latex-afdeling van het chemische bedrijf Marbon begint te lekken. Een heftige explosie volgt, met rampzalige gevolgen. Voor de Amsterdamse brandweer betekent het de grootste ramp sinds de Tweede Wereldoorlog.

In 1965 vestigt Marbon Europe N.V. zich in het Westelijk Havengebied van Amsterdam. Het gebied langs het Noordzeekanaal is destijds één grote opgespoten zandvlakte, die ook wel ‘Het zand van Joop’ wordt genoemd, naar Joop den Uyl. De wethouder van Publieke Werken doet er alles aan om nieuwe industrie naar het noodlijdende Amsterdam te trekken.

Marbon, onderdeel van het Amerikaanse Borg-Warner concern, produceert kunststoffen voor onder meer meubilair en speelgoed. Voor het vervaardigen van deze zogenaamde ABS-plastics worden gevaarlijke stoffen gebruikt, zoals het giftige acrylnitril en het zeer explosieve butadieen.

Er komen bij de Amsterdamse brandweer dan ook vaker meldingen binnen van kleine lekkages, brandjes of explosies bij Marbon, maar die weten ze altijd weer snel onder controle te krijgen. Dat terwijl eigenlijk niemand volledig inzicht heeft in de gebruikte stoffen of het complexe productieproces.

Luchtfoto van het nog redelijk lege Westelijk Havengebied, met in het midden de Marbon fabriek, gelegen op de hoek van de Cyprusweg en de Kretaweg, 1976. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Loeiende sirenes

Op 10 augustus 1971 gaat om 14:57 uur weer eens het alarm bij de Amsterdamse brandweer in de Jan van Schaffelaarkazerne: een brandmelder bij Marbon is afgegaan. Er blijkt lekkage te zijn aan één van de reactoren op de latex-afdeling. De brandweer stuurt een aantal spuitwagens erop af, zich nog niet bewust van de ramp die zou volgen.

Daar aangekomen belanden de brandweermannen in een chaotische situatie. Rinkelende alarmbellen hebben het voltallige personeel van Marbon naar buiten gestuurd. En terecht: borrelend schuim van het explosieve butadieen stroomt in rap tempo de ruimte van de latex-afdeling in. Boven het schuim drijft een laagje gas. Hoewel één klein vonkje al voor een ontploffing kan zorgen, wordt de elektriciteit in de ruimte niet afgesloten. Volgens technici van Marbon is dit namelijk explosieveilig aangelegd. Bovendien is er licht nodig bij het werk.

Brand bij Marbon Amsterdam, 10 augustus 1971. Foto: Joost Evers / Anefo. Collectie Nationaal Archief.

Stof, gewonden en een giftige gaswolk

De brandweer besluit met water een weg vrij te spuiten door het schuim, zodat technische medewerkers van Marbon het lek kunnen dichten. Dat loopt anders. Een enorme explosie volgt en een deel van de fabriek stort in. Vijf brandweerlieden van de gemeente en drie personeelsleden van Marbon komen ter plekke om het leven. Nog eens 23 gewonden weten uit het puin te ontkomen en worden naar het ziekenhuis afgevoerd. Eén van hen zal enkele dagen later alsnog sterven.

De chaos bereikt ondertussen een hoogtepunt. In eerste instantie weet niemand hoeveel doden en gewonden er zijn gevallen. Ambulances weigeren om gewonden mee te nemen, uit angst voor besmetting met chemische stoffen. Brandweerlieden dreigen zelf achter het stuur van de ambulances te kruipen, ze gaan bijna met elkaar op de vuist. Men vreest voor het vrijkomen van een giftige gaswolk van acrylnitril, die richting de hoofdstad zou zweven. Hier blijkt later niets van waar te zijn.

Brand bij Marbon Amsterdam, 10 augustus 1971. Foto: Joost Evers / Anefo. Collectie Nationaal Archief.

Rampenmanagement

De exacte oorzaak van de explosie wordt nooit achterhaald. Een half jaar later verschijnt een rapport, dat de ramp toeschrijft aan ‘onvoldoende inzicht bij de daarvoor aangewezen deskundigen van Marbon in de daardoor ontstane situatie en dientengevolge in de te treffen maatregelen.’ Door het vrijkomen van het explosieve butadieen zou een ontploffing bijna niet te voorkomen zijn geweest.

Na de explosie start de plasticproductie bij Marbon weer langzaam op, hoewel veel Amsterdammers nu vraagtekens zetten bij de wenselijkheid van chemische industrie in hun stad. De ontplofte latex-afdeling van Marbon wordt echter nooit meer in gebruik genomen. Voortaan zal de daar geproduceerde stof kant en klaar worden aangevoerd. Ook verandert het bedrijf zijn naam, van het beladen Marbon naar de naam van het moederbedrijf: Borg-Warner.

Rampen zoals bij Marbon zijn niet altijd te voorkomen. Maar met goede technische kennis en crisismanagement kan al een hoop bereikt worden. Zo kunnen we van rampen uit het verleden leren.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Bron: Gerda Jansen Hendriks en Hendrina Praamsa, ‘Marbon’. Andere Tijden, 28 december 2000.

Publicatiedatum: 11/06/2020