Cees Honig, de Tweede Wereldoorlog en communisten

Cornelis Johan Honig (1905-1974, roepnaam Cees) staat bekend om zijn sociale bewogenheid. Tussen 1937 en 1957 is Cees een van de drie directeuren van stijfselfabriek De Bijenkorf in Koog aan de Zaan. De andere twee plekken aan de bestuurstafel worden bezet door zijn tweelingbroer George Nicolaas en hun neef Evert. Cees' bewogenheid uit zich niet alleen in zijn ondernemingsfilosofie, maar ook tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Book 4 min

Zaans verzet

De verwijdering van tweehonderd Joden uit Zaandam betekent in januari 1942 het startschot voor het aanzwellen van het Zaans verzet. Na Zaandam zijn namelijk de andere plaatsen in de streek aan de beurt. Vanaf nu zet het verzet een tandje bij. Ze helpen onderduikers, vervalsen persoonsbewijzen, maken stempels na en drukken verzetskranten als de Waarheid en Trouw. De Duitsers vallen geregeld ondergrondse drukkerijen binnen, met alle gevolgen van dien, maar dat weerhoudt de Zaankanters niet.

Tijdens de oorlogsjaren steunt de fabriek De Bijenkorf haar arbeiders met sociale voorzieningen, zoals het in 1942 opgerichte K.C. Honigfonds. Het fonds moet ervoor zorgen dat de arbeiders rond kunnen komen. Daarnaast verstrekt De Bijenkorf gratis levensmiddelen, zowel aan de werknemers als aan andere inwoners van de Zaanstreek. Cees zelf voert klein verzet uit. Als de NSB een bevel uitvaardigt waarin ze winkeliers en restauranthouders gebieden om bordjes met ‘Joden niet gewenst’ voor het raam te hangen, publiceert hij bijvoorbeeld samen met enkele anderen een pamflet. Hij roept het hele land op om het bevel te boycotten.

Samen met broer George is hij ook te verbinden aan de lokale tak van de Werkgemeenschap Doopsgezinden en Geestverwanten (WDG), de Werkgroep Zaanstreek. De groep brengt onderduikers onder, helpt vluchtelingen en plaatst Rotterdamse kinderen na de bombardementen bij gezinnen in de Zaanstreek. Een aantal van hun werknemers is lid, net als Wybrand Pel, de hun welbekende eigenaar van ouwelfabriek Primus. De lijntjes zijn kort en de WDG kan zo een beroep op de tweeling doen, bijvoorbeeld voor financiering.

Cees Honig achter zijn bureau. Onbekende fotograaf, C.J. Honig (1930). Beeld: Gemeentearchief Zaanstad

Progressief-liberale idealen

Cees heeft een groot liberaal geloof in de vrijheid van het ondernemen en vrije loonvorming. Zijn inzichten zijn progressief. Zo hebben de arbeiders van de Honigfabriek enkele voordelen als ziekte- en ongevallenverzekeringen die (nog) niet wettelijk vastliggen – heel vooruitstrevend voor die tijd. Volgens Cees moeten de werknemers ook een vrij grote rol hebben en medeverantwoordelijk zijn. Daarnaast moeten ze om loonsverhoging kunnen vragen en het recht hebben om te kunnen staken.

Met de erkende vakbonden heeft Cees alleen niets. Hij probeert ze zoveel mogelijk buiten het overleg te houden en verzet zich tegen de arbeidswetten die na de Tweede Wereldoorlog worden aangenomen. Liberale ondernemers moeten niet in hun vrijheid worden beperkt, vindt hij. Vooral de communistische vakbond maakt hem verwijten. In zijn ondernemingsraad streeft Cees namelijk naar een vertegenwoordiging van alle personeelsleden, maar liever geen communisten.

 

De Bijenkorf, de fabriek van Cees Honig. Onbekende fotograaf, Gezicht op fabrieken van Honig, Bijenkorf (1948). Beeld: Gemeentearchief Zaanstad

Honig en de communisten

Zolang de communistische arbeiders zich afzetten tegen het streven naar grootse maatschappelijke verschuivingen, worden ze getolereerd. Maar als zijn werknemers zich als ware communisten uiten wordt het lastiger. Er is een heel aantal incidenten bekend. Cees spant rechtszaken aan tegen sommige communisten in zijn bedrijf en hij verbiedt een handtekeningenactie, omdat het een initiatief van de communistische Wereldvredesraad betreft.

In 1951 richt hij zelfs de Stichting Voorlichtingscentrum Zaanstreek op, een stichting tegen de ‘ontwrichtende invloeden’ van het communisme. Een lang leven is de stichting niet beschoren, het laatste jaarverslag dateert van 1955. Twee jaar later legt Cees zijn werk als directeur van De Bijenkorf neer. Hij blijft zich tot zijn dood inzetten voor zijn sociale en liberale idealen. Er komt zelfs nog een passie bij: het welzijn van dieren in de bio-industrie.

Ook nog jaren later maken de werknemers gebruik van de mogelijkheid tot staken. Joost Evers, Werknemers van Honig staken bij de ingang van De Bijenkorf (1969). Beeld: Nationaal Archief/Anefo

VrijheidNH

Ieder jaar gedenken we oorlogsslachtoffers en staan we stil bij het grote geluk om in vrijheid te kunnen leven. In 2017 is de Nationale Viering van de Bevrijding in Noord-Holland. Oneindig Noord-Holland maakt de verhalen en plaatsen van betekenis in tijden van oorlog en vrede, vrijheid en onvrijheid zichtbaar en tastbaar. De verhalen over vrijheid en onvrijheid in Noord-Holland vertellen kan alleen dankzij drie belangrijke opdrachtverstrekkers en partners: de Provincie Noord-Holland, het Nationaal Comité 4 en 5 mei en Bevrijdingspop Haarlem. Oneindig Noord-Holland verzamelt en bewaart zoveel mogelijk verhalen over vrijheid en onvrijheid voor de toekomst. Dit verhaal maakt onderdeel uit van deze campagne.

Bronnen

Alle G. Hoekema, ”Bloembollen’ voor Westerbork. Hulp door Zaanse en andere doopsgezinden aan (protestants-)Joodse Duitse vluchtelingen in Nederland, 1939-1945′ (2011).
Paul E. Werkman, ‘Geloof in eigen zaak. Markante protestantse werkgevers in de negentiende en twintigste eeuw’ (2006).
Jos van Dijk, ‘Zaanse ondernemers tegen het communisme’, Nederlandse communisten.
‘Bezetting en verzet, 1940-1945’, Canon van de Zaanstreek, Regiocanons.

Publicatiedatum: 26/04/2017

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

NL | EN