Hoornse Poort in Purmerend

Toen Purmerend in 1410 stadsrechten kreeg, werden er wallen rondom de stad aangelegd en vier poorten gebouwd op de toegangswegen. Deze poorten werden ’s nachts gesloten, waardoor het wonen binnen de stad een stuk veiliger werd. Ieder die de stad binnen wilde, moest zich bij de stadspoort melden. Zo kon men ongure types, zwervers en bannelingen (misdadigers die verbanning als straf hadden gekregen) buiten de stad houden.

Noordelijke toegang

Een van deze poorten was de Hoornse Poort, die ongeveer stond waar de Hoornselaan over de Where de stad ingaat. Bij de Hoornse poort begon een voetweg die via de Overweerse Polderdijk naar Hoorn liep. Tijdens herstelwerkzaamheden aan de kademuur even verderop, precies op het einde van de Hoornse Buurt, is een aantal jaren geleden het fundament gevonden van de Hoornse Poort. Tot in de eerste helft van de zeventiende eeuw was dit de noordelijke toegang tot de stad.

Niet alleen personen dienden zich te melden bij de stadspoort. Voor de aanvoer van goederen en dieren moest marktgeld worden betaald. Goederen en dieren werden daarom in de stadswaag gewogen voordat zij op de markt verkocht konden worden. Rondom de stadspoorten waren vaak logementen met stalhouderijen, waar men de paarden kon stallen.

De Hoornse Poort. Beeld: VHP.

Amsterdamse Poort

De zuidelijke toegang tot de stad ging via de Amsterdamse Poort en stond, hoe kan het ook anders, op de toegangsweg naar Amsterdam. Deze plek heet nu Tramplein. De weg naar Amsterdam was oorspronkelijk een voetweg met een trekvaart langs Purmerland, Den Ilp en Landsmeer naar Amsterdam. In 1660 werd een nieuwe trekvaart gegraven met een jaagweg voor de paarden die de schuit trokken. Deze vaart liep via Ilpendam en Watergang naar Amsterdam. Bij het begin van de jaagweg is toen een nieuwe Amsterdamse Poort gebouwd.

Tussen 1820 en 1824 is het Noordhollands Kanaal gegraven, waarbij gebruik werd gemaakt van die oude trekvaart naar Amsterdam. Deze werd uitgediept en verbreed om het moderne scheepsverkeer mogelijk te maken. De oude Amsterdamse Poort is toen gesloopt, waarna twee barrièrehuisjes gebouwd werden met daartussen een ijzeren hek. Het huisje aan de waterkant heeft tot omstreeks 1960 dienst gedaan als pontwachterswoning en is daarna afgebroken.

Hoornse Buurt, detail van de kaart van Purmerend door Frederick de Wit, 1690. Beeld: Noord-Hollands Archief, Kaartencollectie.

Een vijfde poort

De oostelijke toegangspoort stond op het einde van de Koemarkt bij het Looiersplein en werd de Purmerpoort genoemd omdat de weg hierachter, de Purmersteenweg, naar het Purmermeer leidde. De westelijke en vierde poort, de Neckerpoort stond op de plek waar nu de sluisbrug ligt. Deze poort moest wijken voor het bouwen van de sluis en is rond 1820 gesloopt.

Toen in 1612 de Beemster werd drooggelegd en er een brug kwam vanuit de stad naar het nieuwe land is op de brug een eenvoudige houten poort gebouwd. Dit werd dus de vijfde poort en deze werd derhalve de Beemsterpoort genoemd. Toen de Beemster droog was en de wegen begaanbaar werden, ging men door de Beemster richting Oosthuizen en Hoorn. Hierdoor raakte de oude route door de Hoornse poort en langs de Overweerse Polderdijk in onbruik.

Tramplein met de twee barrièrehuisjes van de Amsterdamse Poort. Beeld: Waterlands Archief.

Verval en sloop

De poorten en verdedigingswerken verloren in de loop van de negentiende eeuw hun defensieve functie. Ze werden gezien als overbodig en stonden verbreding van de toegangswegen in de weg. Onderhoud werd dan ook niet gepleegd en verval was hun lot. Behalve de Amsterdamse Poort zijn de andere poorten in de periode van 1830 tot 1840 gesloopt.  Omdat de stad Purmerend rondom voorzien was van beweegbare bruggen kon men op deze manier de stad afsluiten. Alleen de Amsterdamse Poort had geen brug. De vernieuwde poort kreeg daarom een hekwerk.

Auteur: Jan Dekkers (Vereniging Historisch Purmerend) / Redactie ONH

 

Publicatiedatum: 27/06/2011