De vereniging heeft 480 historische huizen opgeknapt, verspreid over heel Nederland. De variatie is groot: woonhuizen, boerderijen, buitenplaatsen, hofjes, villa’s, vissershuisjes, raadhuizen en torens. Méér dan tweehonderd van die monumentale panden staan in Noord-Holland en dat is niet zo gek, want de vereniging is in 1918 in Amsterdam opgericht. Een groep Amsterdammers onder de bezielende leiding van wijnkoopman Jacobus Boelen vond dat het beeld van Nederlandse dorpen en steden ernstig werd aangetast door sloop, nieuwbouw en verpaupering. Er ging veel verloren, dus gingen ze huizen opknappen voor het nageslacht.
Zes historische huizen zijn inmiddels als museum ingericht. Wijngaards noemt ze de ‘eregalerij’ van wat de vereniging aan panden bezit. En je kunt de museumhuizen nu ook met een museumkaart bezoeken; méér dan een miljoen Nederlanders hebben zo’n kaart. “We willen zoveel mogelijk vrienden maken en mensen bereiken die van cultureel erfgoed houden.”

Wieske Wijngaards, een van de twee directeuren van Hendrick de Keyser Monumenten: “We zijn steenrijk, maar straatarm.” Foto via Hendrick de Keyser Monumenten.
Rijksmusea
De zes museumhuizen zijn inmiddels toegelaten tot het Museumregister Nederland en daar is vier jaar aan gewerkt. “Zo’n registratie krijg je alleen als je aan hoge eisen voldoet,” legt de directeur uit. “Je hebt verschillende categorieën, van kleine lokale musea tot rijksmusea. En onze museumhuizen voldoen nu aan de eisen die ook aan rijksmusea worden gesteld.” De eisen gaan over collectiebeheer, toegankelijkheid en presentatie.
Vier museumhuizen liggen in Noord-Holland. We beginnen met Buitenplaats Beeckestijn in Velsen-Zuid, één van de weinige bewaard gebleven zomerverblijven voor rijke Amsterdammers aan de duinrand van Kennemerland. “We noemen het een (on) fortuinlijke buitenplaats, omdat het landgoed met tuinen is vernoemd naar het slavenschip, waarmee de eigenaren hun fortuin hebben gemaakt. Huis Sloëtjes in Hilversum is ons enige museumhuis uit de naoorlogse tijd dat nog volledig in tact is, met een petroleumstel in het keukentje waarop de hele dag vlees stond te sudderen. Het is een museum met veel nostalgie, net alsof je bij je oma op bezoek komt. In Haarlem staat stadspaleis Huis Barnaart. Dat is een parel in Franse empirestijl, gebouwd om te imponeren. En tot slot hebben we Huis Bartolotti aan de Herengracht in Amsterdam, dat je gerust als het mooiste grachtenpand van Amsterdam mag omschrijven.”

Huis Barnaart in Haarlem is één van de zes museumhuizen van Hendrick de Keyser Monumenten die met een museumkaart kan worden bezocht. Foto: Arjan Bronkhorst.
Vrijwilligers
De museumhuizen kunnen alleen worden opengesteld dankzij de vrijwilligers, waarvan Hendrick de Keyser Monumenten er zo’n 450 heeft. Wijngaards noemt ze ‘de levensader van de openstelling van onze panden.’ “Alleen al op Beeckestijn hebben we een coördinator in loondienst, die door vijftig vrijwilligers wordt bijgestaan. Zij ontvangen de gasten, schenken koffie en thee en vertellen het verhaal van de buitenplaats. Ik noem ze de cultuurdragers van ons erfgoed.”

Vrijwilligers zijn onmisbaar voor het openstellen van de museumhuizen. Op deze foto zijn vrijwilligers van Museumhuis Sloëtjes in Hilversum te zien. Foto via Hendrick de Keyser Monumenten.
Strandjutter
De historische panden van Hendrick de Keyser Monumenten zijn gelijkmatig over het land verspreid, van Valkenburg tot Vlieland. “Het begon in Amsterdam, maar al snel breidde zich dat uit naar Edam, Haarlem, Hoorn en Medemblik en zo verder het land in. Aanvankelijk waren we een soort strandjutter: panden die bedreigd werden, spoelden aan en de vereniging knapte ze op. Maar de laatste 25 jaar zijn we meer gaan kijken naar wat we nog missen als we willen laten zien hoe er de laatste 500 jaar in Nederland is gewoond.”
“We hebben nu dus ook een arbeidershuisje dat herinnert aan de groei van Den Helder in de negentiende eeuw, maar een huis met een zitkuil, zoals je die in de jaren zeventig had, of een woonerfhuis in zo’n wijk die er van bovenaf uitziet als de roosjes van een bloemkool, hebben we nog niet. We willen dus niet alleen grachtenhuizen uit de achttiende en negentiende eeuw laten zien, maar ook een huis als Sloëtjes in Hilversum. Dat is héél herkenbaar, want voor veel mensen is een statig herenhuis aan de gracht nèt een stap te ver. Zij beginnen liever bij een huis om de hoek, waar ze nog herinneringen aan hebben.”

Arbeidershuisje in Den Helder. Foto via Hendrick de Keyser Monumenten.
Gestegen bouwkosten
480 panden beheren is overigens een hele klus. Wijngaards: “Hoe dichter de huizen bij de zee staan, zoals in Haarlem of Hoorn, hoe méér ze te verduren hebben. Die moet je dus vaker schilderen. Het grondwaterpeil is ook een groot probleem in Noord-Holland. In Hoorn wachten panden op funderingsherstel; dat zijn gigantisch dure projecten.”
En ja, er zijn natuurlijk huuropbrengsten, maar die wegen niet op tegen de lasten. “Ik zeg wel eens: we zijn steenrijk, maar straatarm. Alleen al de bouw- en materiaalkosten zijn de laatste jaren met 40% gestegen. Twee derde van de huuropbrengst steken we weer in het onderhoud, maar je kunt de huren niet zo hard als de bouwkosten laten stijgen. Er moet dus geld bij en de vereniging staat aan de vooravond van een grote campagne om hiervoor aanvullende inkomsten te werven.”

De monumenten vergen de nodige onderhoud, zoals hier aan de Gouden Salon van Huis Barnaart in Haarlem. Foto via Hendrick de Keyser Monumenten.
Babyboomers
Om Hendrick de Keyser Monumenten in staat te stellen haar ‘zegenrijke werk’ te doen, hoopt ze dat de generatie babyboomers, die het land mede heeft opgebouwd, het werk van de vereniging wil steunen. “Dat is een hele rijke generatie, die best wel wat vermogen heeft opgebouwd. Wij geloven meer in het maken van vrienden dan in fondsenwerving, vandaar dat we altijd op zoek zijn naar mensen die ons willen steunen, als vrijwilliger of door een project te adopteren. We hebben 220 panden in Noord-Holland. Daar zit altijd wel een pand tussen waar mensen een band mee hebben, in bijvoorbeeld Edam, Haarlem of Blaricum, al was het alleen maar omdat ze er hun hele leven langs fietsen. Veel mensen laten een deel van hun vermogen na aan een instelling die zich inzet voor cultuur of natuur, maar het behoud van de mooie woongeschiedenis van Nederland is ook belangrijk. Erfgoed blijft alleen bestaan als mensen zich er mee verbinden; huizen met geschiedenis verdienen vrienden voor de toekomst.”
“En huizen zijn méér dan stenen en dakpannen,” vervolgt ze. “Er wonen mensen in, er wordt getrouwd, er worden kinderen geboren en er wordt gerouwd. Dat verhaal willen we graag vertellen, net zoals we de ontwikkeling van de architectuur willen laten zien.”

De historische huizen van Hendrick de Keyser Monumenten worden af en toe voor filmopnames gebruikt. Op deze foto is actrice Famke Jansen te zien in de Netflixserie Amsterdam Empire, die voor een deel in Huis Hodshon in Haarlem is geschoten. Foto via Hendrick de Keyser Monumenten.
Logeren op Beeckestijn
De vereniging telt 8.500 leden. Daarnaast is er nog een groep van 27 ‘bouwmeesters’, die periodiek schenkingen doen en soms een project adopteren. Tevens worden er monumentale panden verhuurd voor bruiloften, zakelijke evenementen en filmopnames. Zo maakte Netflix op Beeckestijn filmopnamen voor een internationale productie.
En in sommige panden van de vereniging kun je overnachten. Dat kun je bijvoorbeeld in de Mariatoren in Hoorn (een ‘snoepje’, volgens de directeur) of in de kapelwoning op buitenplaats Beeckestijn. En dat alles voorzien van moderne gemakken, zoals gratis wifi en een comfortabel bed. Slapen in een ongemakkelijke bedstede is er dus niet bij.

De vakantiehuizen, zoals hier de Mariatoren in Hoorn, zijn van alle moderne gemakken voorzien. Foto: Arjan Bronkhorst.
“De waardering voor de vakantiehuizen is gemiddeld 9.8,” zegt ze niet zonder trots. “Mensen vinden het leuk om terug in de tijd op vakantie te gaan. Het is leuk om te beseffen dat vòòr jou al zes generaties in die kamer hebben geslapen; je krijgt dus iets mee van de geschiedenis. Dat geeft een andere beleving dan in een huisje van Center Parks, dat er zowel in Drenthe als in Limburg hetzelfde uitziet.”
Meer informatie over Hendrick de Keyser Monumenten is hier te vinden.
Auteur: Arnoud van Soest
Publicatiedatum: 16/02/2026
Vul deze informatie aan of geef een reactie.