De verdwenen porselein-fabriek van Loosdrecht

Bij opgravingen in Loosdrecht in 2002 en 2003 worden allerlei sporen gevonden die duiden op iets bijzonders: hier stond een porseleinfabriek.

Het geheim van het 18e-eeuwse ‘witte goud’

In het jaar 1708 werd in het Duitse Meissen eindelijk het eeuwenoude Chinese fabricagegeheim van porselein ontdekt. Daarop volgde een explosie aan porseleinproductie in Europa. In Nederland werd in 1759 te Weesp de eerste fabriek opgericht, gevolgd door die van Loosdrecht (1774). Vandaag de dag is zowel het Weesper als het Loosdrechtse porselein wereldberoemd. De fabrikanten Graaf van Gronsveld Diepenbroick Impel en dominee Joannes de Mol én de Fransman Louis Victor Gerverot (verfbereider, schilder en modelleur) brachten de Nederlandse porseleinindustrie tot grote hoogte. Hun werk leeft voort in musea over de hele wereld – in het bijzonder in die van Weesp en Loosdrecht. Met zeer fraaie voorstellingen op kostbare porseleinen thee- en koffieserviezen kon de 18e-eeuwse, gegoede burgerij haar weelde en goede smaak tonen aan de gasten. Het porselein, bekend onder de naam ‘Hollands Porselein’, werd ook wel ‘het witte goud’ genoemd omdat het net zo hoog gewaardeerd werd als goud en edelstenen.

Beschilderd porseleinen bord.

Bord met balspelscene passend in collectie Kasteel Duivenvoorde. Bron: HKL en SLOP.

Drie productiecentra

In Nederland werd tussen 1759 en 1814 in drie centra porselein geproduceerd: Weesp, Loosdrecht, en Ouder- en Nieuwer-Amstel. In een ander centrum, Den Haag, werd porselein alleen beschilderd. Belangrijk kenmerk van het vervaardigde porselein was dat het product zelfs in ongeglazuurde staat niet poreus was. Dit in tegenstelling tot het gangbare aardewerk dat altijd geglazuurd moest worden om het ondoordringbaar te maken voor vloeistoffen. Met veel creativiteit en grote precisie werden op het porselein bloemen, vogels en insecten aangebracht. Met name de schilderingen van landschappen, vee, fruit en groenten zijn van een virtuositeit die nauwelijks elders op de wereld wordt aangetroffen.

Joannes de Mol

De Weesper porseleinfabriek werd opgevolgd door die van Loosdrecht. Dit initiatief was afkomstig van de doortastende dominee Joannes de Mol. Hij nam een deel van de Weesper fabrieksinventaris over en hoopte in Loosdrecht zowel fraai porselein te kunnen maken als de plaatselijke werkeloosheid en armoede te bestrijden. Dit lukte door een kleine groep (ervaren) buitenlandse werknemers in te zetten naast zo veel mogelijk lokale arbeiders die werden opgeleid voor de porseleinproductie.

Loosdrechts Porselein 1774 – 1784

In 1774 kocht De Mol een partij klei op uit de kelders van het Muiderslot. Dit materiaal was achtergelaten door de Weesper porseleinfabriek. Toen zijn eerste proefnemingen – met hulp van de eerder genoemde Franse vakman Gerverot – succesvol bleken, besloot hij een eigen fabriek te beginnen in Oud-Loosdrecht. Daar waren 60 mannen (waaronder 20 als schilder) en 25 kinderen aan het werk. De porseleinfabriek leverde een zeer grote productie en een enorme variatie aan voorwerpen. Toch liep ook dominee De Mol al snel tegen dezelfde problemen aan als zijn voorganger in Weesp, namelijk hoge productiekosten, sterke buitenlandse concurrentie en een te klein afzetgebied. Kort voor zijn dood in 1782 deed De Mol de fabriek over aan een aantal Amsterdamse geldschieters, die het bedrijf in 1784 naar Ouder- en vervolgens Nieuwer-Amstel verplaatsten.

Naspeuringen

Vanaf omstreeks 1900 zijn diverse onderzoeken verricht naar mogelijke sporen van de fabriek. In de jaren ’70 van de vorige eeuw zette Siem Pos, oud-voorzitter van de AWN afdeling Naerdincklant Archeologie Gooi- en Vechtstreek én van de Historische Kring Loosdrecht (HKL), een veldonderzoek op. Echter ook bij dit onderzoek met de spade, waarbij enkele proefputten werden gegraven, werd de precieze locatie van de porseleinfabriek niet ontdekt. Een nieuwe kans deed zich voor toen de gemeente Loosdrecht plannen ontwikkelde voor een nieuw dorpscentrum. In 1999 werden ter plaatse de schoolgebouwen gesloopt, waardoor een nader terreinonderzoek mogelijk werd, voorafgegaan door een bureauonderzoek.

Ovenfundament.

Ovenfundament van de porseleinfabriek. Bron: HKL en SLOP.

Houten fabrieksgebouw en hofstede

Uit archiefstukken blijkt dat er waarschijnlijk een houten gebouw heeft gestaan met een bovenverdieping die geschikt was voor bewoning. De fabriek had een gemetselde oven met een grote omvang. Mogelijk dat er ook meerdere ovens waren. Het complex strekte zich uit van de weg tot aan het water van de Loosdrechtse Plas. Mogelijk dat een aan de fabriek grenzende oude hofstede was ingericht als schildersatelier voor het aanbrengen van de decoraties op het porselein. Ook zal de hofstede hebben gefungeerd als (administratie)kantoor en ontvangstruimte voor klanten.

Opgravingen

In 2002 en 2003 vonden de opgravingen plaats op het fabrieksterrein van dominee De Mol. Hierbij zijn, naast de resten van de fabriek (houten funderingen), ook complete producten, productfragmenten en misbaksels aangetroffen. Loosdrechts porselein werd gemerkt met de letters M:OL met verschillende interpuncties. Dit teken stond zowel voor zijn eigen naam als voor de afkorting ‘Manufactuur Oud-Loosdrecht’.

Porseleinscherven.

Enkele van de vele gevonden porseleinscherven met het karakteristieke merkje MOL. Bron: HKL en SLOP.

Het porselein tentoongesteld

De fraaie resultaten van circa 50 jaar porseleinproductie uit Loosdrecht en Weesp zijn te bewonderen in onder meer het Rijksmuseum in Amsterdam, de Hermitage in Sint Petersburg en het Metropolitan Museum of Art in New York. Maar natuurlijk vooral in het Gemeentemuseum Weesp, het Loosdrechtse Kasteel Sypesteyn, in de SLOP-vitrine in de hal van het gemeentehuis van Wijdemeren en bij de Historische Kring Loosdrecht.

Twee porseleinen borden.

Twee borden met roze randversiering en in het midden verschillende soorten vistuig.Aan museum Sypesteyn geschonken door gemeente Wijdemeren op 26-03-2007.

Bronnen:

Cruysheer, A.T.E., Venster 14 – “Het Witte Goud”: de porseleinindustrie in Gooi- en Vechtstreek. In: Historische Canon tussen Vecht & Eem. Zie: http://www.tussenvechteneem.nl/canon.
Nieuwenhuizen, K., J. van der Meulen, E.H.L. Kasteleijn, L. Manten, en J. Mol (red.),
De Loosdrechtse Porseleinfabriek boven water. Over gebouwen, porseleinproductie en ds De Mol, 1774-1784, Loosdrechts Historische Reeks 5, Loosdrecht 2007. (Info: www.hkloosdrecht.nl).
Nieuwenhuizen, K., De achttiende eeuwse porseleinfabriek te Loosdrecht herontdekt, in: Jaarboek 2006 van de Archeologische afdeling Naerdincklant, blz. 24-30, ISSN 9789078516026 (ISBN), 2007.
www.slop.nl

Publicatiedatum: 02/01/2012