Gooi en Vecht: het Gooise landschap

Twee Gooise herders legden in 2007 een honderd kilometer lange tocht af over de Utrechtse Heuvelrug met hun heideschapen en hond Flo. De tocht werd verfilmd. Ze vroegen daarmee aandacht voor de aantasting van het oeroude landschap. Het Gooi, deel van de heuvelrug, ontstond tijdens de voorlaatste ijstijd. Er liepen zelfs Neanderthalers rond.

Tocht over Utrechtse Heuvelrug

54 Drentse heideschapen, hond Flo en herders Johan Griffioen en Mirjam de Hiep legden in 2007 een tocht af van honderd kilometer over de Utrechtse Heuvelrug. De tocht liep van Rhenen in Utrecht naar Huizen in Noord-Holland en was niet gemakkelijk. Het gezelschap kwam de mooiste natuurlandschappen tegen, maar ook autowegen, spoorlijnen, woonwijken, industriegebieden, kanalen, hekwerken, defensieterreinen en recreatieparken. De film ‘Een bedevaart voor de Nederlandse natuur’ brengt deze tocht vol obstakels in beeld.

Nog geen eeuw geleden konden schapen ongehinderd over grote delen van de Utrechtse Heuvelrug trekken. De kuddes waren zelfs het symbool van de Heuvelrug. Ze zijn op talloze schilderijen vastgelegd. Schapen hielden de heidevelden open door het gras tussen de heide uit te eten. In hun wol bleven zaden van planten hangen. De schapen verspreidden deze zaden zo over grote afstanden. Wat nu nog aan natuurgebied over is, hebben we dan ook in belangrijke mate aan schapen te danken.

Landschap bij Hilversum door Nicolaas Wicart, ca. 1800. Beeld: Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.

Ontstaan van het Gooi

Het Gooi vormt het noordelijke deel van de Utrechtse Heuvelrug. De heuvelrug is een stuwwal die ontstond tijdens de voorlaatste ijstijd. Zo’n 150.000 jaar geleden schoven enorme gletsjers over het land. Meer dan de helft van Nederland raakte bedekt met een dik pak ijs. Het ijs kwam ongeveer tot de lijn Haarlem-Nijmegen.
Langs de randen werden puinwallen opgestuwd. Uit het hoogteverschil tussen de top van de stuwwallen en de plaatsen waar de bodem was weggeduwd (de diepte van de glaciale bekkens), blijkt dat de minimale ijsdikte bij het ijsfront 225 meter moet zijn geweest.

Zo ontstond de Utrechtse Heuvelrug, die loopt van de Aalberg aan het Gooimeer tot de Grebbeberg aan de Nederrijn. Het hoogste punt in het Gooi is de Tafelberg bij Blaricum: 37 meter boven NAP (Normaal Amsterdams Peil, de gemiddelde waterhoogte bij Amsterdam).

Gezicht op Blaricum. Beeld: Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.

Zwerfkei ‘De Zwerver’ in Hilversum

Het ijs sleurde enorme keien mee. Zo is er in het centrum van Hilversum een kei van ruim 10.000 kilo te bewonderen. In de middeleeuwen diende deze kei vermoedelijk als grenssteen tussen Hilversum en Laren. Daarna verdween hij onder het zand. In 1916 werd hij teruggevonden bij de Westerheide op de Aardjesberg, toen daar een fietspad werd aangelegd. De kei kreeg de bijnaam ‘De Zwerver’ en werd een bezienswaardigheid. Zelfs koningin-moeder Emma kwam langs.

In 1921 werd de kei verplaatst naar Hilversum. Het transport verliep heel moeizaam. Pas na twee weken ploeteren kon de officiële intocht in Hilversum beginnen. Een vrolijk spelende harmonie voorop, daarna een vrachtwagen met zingende schoolkinderen en ten slotte een versierde vrachtwagen met daarop de kei. Duizenden mensen keken toe toen hij bij de ’s-Gravelandseweg zijn nieuwe bestemming vond.

De Kei op de hei. Beeld: Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.

Neanderthalers in het Gooi

In 1969 liep Jonny Offerman uit Kortenhoef op een akker bij het Hilversumse Corversbos. De amateurarcheologe was op zoek naar de resten van een middeleeuwse hut. In plaats daarvan vond ze een vuursteen die als schaaf was gebruikt. Een fantastische vondst. Ze vermoedde dat het voorwerp gebruikt moest zijn door Neanderthalers. Dat betekende dat er zo’n 120.000 jaar geleden in het Gooi Neanderthalers hadden rondgelopen!

In de afgelopen decennia zijn er vervolgens bijna honderd gebruiksvoorwerpen opgegraven uit de Gooise grond: krabbers, vuistbijlen, nog meer schaven en andere werktuigen. Er moeten groepen Neanderthalers door het hele gebied hebben getrokken. Inmiddels zijn dergelijke vondsten namelijk gedaan op verschillende plaatsen in het Gooi, zoals op de stuwwal van Huizen. Misschien trokken de Neanderthalers al jagend mee langs de trekroutes van grote dieren, zoals het uitgestorven reuzenhert en de oeros.

Heidelandschap bij de Tafelberg te Blaricum door William Henry Singer jr. (1968-1943), 1902. Olieverf op doek, 102 x 178,5 cm. Beeld: Collectie Singer Museum Laren.

 

Publicatiedatum: 25/11/2010