Neanderthaler in het Gooi

Meer dan 100.000 jaar geleden woonden er Neanderthalers in wat nu het Gooi is. Dit kan worden afgeleid uit archeologische vondsten, waaronder bewerkte (vuur)stenen. Het zijn meteen de oudste vondsten in Noord-Holland. De vuurstenen werktuigen zullen een ereplaats krijgen in het nieuwe Archeologisch Informatiecentrum dat voorjaar 2015 zijn deuren opent.

Realistische weergave van een Neanderthaler.

Realistische weergave van een Neanderthaler.Realistische weergave van een Neanderthaler.

IJstijd en vorming van stuwwallen

Ongeveer 300.000 tot 10.000 jaar geleden heerste er in Europa grotendeels een ijstijd. Feitelijk is deze lange periode opgedeeld in meerdere koude en warmere perioden. Tussen ongeveer 300.000 en 130.000 jaar geleden bereikte het landijs vanuit Scandinavie ook de regio van Gooi en Vecht en bedekte het gebied ten oosten en noorden van het Gooi met een tientallen meters dik ijspakket. Tijdens verschillende stuwingsfasen, minimaal twee, zijn toen de Gooise stuwwallen gevormd.

Wolharige mammoet, berk, wilg en mens

Ongeveer 128.000 tot 116.000 jaar geleden steeg de temperatuur naar leefbare hoogte en rukten de vegetatie en diersoorten op naar het noorden. Naast mossen en grassen ook vele boomsoorten, zoals de wilg, berk, eik, linde, els, haagbeuk en den. Het landschap moet een parkachtig aanzicht hebben gehad. Klein- en grootwild bevolkte het Gooi, zoals de oeros, het rendier, de holenbeer, wolharige mammoet, wolharige neushoorn, steppeneushoorn en het reuzenhert. Doordat deze dieren de voornaamste voedselbronnen vormden van de mensen uit die tijd, kwamen tegelijk met de dieren ook de mensen terug in het landschap. Zij kenden een nomadisch bestaan, leefden in semipermanente onderkomens en reisden waarschijnlijk met de seizoensgebonden migraties van het grootwild mee. Ze streken ook neer in het Gooi, waarschijnlijk door een combinatie van gunstige leefomstandigheden zoals de aanwezigheid van oppervlaktewater, voedsel en de beschikbaarheid van het aan de oppervlakte voorkomen van vuurstenen – die bewerkt werden tot velerlei gereedschappen.

Het DNA van een neanderthaler

De vuurstenen uit de regio tussen Vecht en Eem, maar ook andere gesteenten – zoals kwartsieten – zijn afkomstig uit Scandinavië en meegenomen door het landijs. De mensen die zich onder meer zo’n 128.000 à 116.000 jaar geleden groepsgewijs ophielden in de regio, waren Neanderthalers. Deze vroege menssoort heeft geleefd in de periode van ongeveer 400.000 tot 30.000 jaar geleden, terwijl de huidige moderne mens zijn intrede in Europa pas tussen de 45.000 en 40.000 jaar geleden deed. Interessant is een stroom aan recente DNA-onderzoeken waaruit blijkt dat door kruising van beide menssoorten in het verleden, tegenwoordig in ieder mens tussen 1 en 4% van het ‘Neanderthaler-DNA’ is terug te vinden, vooral bij niet-Afrikanen: Europeanen, Chinezen en Papoea’s. In die zin zijn de Neanderthalers dus niet uitgestorven en leven ze verder in eenieder van ons.

Veldverkenning.

Archeologische veldverkenning in 2006 door vrijwilligers die zijn verenigd in AWN afd. Naerdincklant Archeologie Gooi- en Vechtstreek.

Veldverkenning.Veldverkenning.

Intellectuele oermens

Recente onderzoeken tonen overduidelijk aan dat de Neanderthalers geen brute of beklagenswaardige oermensen waren met grote knuppels en berenvellen, maar een menstype dat op veel vlakken ronduit superieur was aan de huidige mens. Zo waren ze veel beter bestand tegen zware klimatologische omstandigheden, dubbel zo sterk, in de jacht opgewassen tegen de grootste roofdieren en ook op intellectueel gebied ontwikkeld. Zo is bewezen dat Neanderthalers begrafenisrituelen kenden, muziekinstrumenten maakten (fluit), het vuur beheersten, complexe gereedschappen vervaardigden en over gemiddeld 10% meer hersenvolume beschikten. Het hardnekkige, archaïsche beeld van de voorovergebogen Neanderthaler met lange haren en lange baard blijft echter vreemd genoeg nog vaak gebruikt. De hierboven afgebeelde reconstructie van het zijaanzicht van een Neanderthaler geeft daarom een meer realistische indruk.

Neanderthalers in het Corversbos

Zoals kan worden afgeleid uit het verspreidingspatroon van archeologische vondsten werd het hele Gooi door groepen Neanderthalers gebruikt. Door de grote ouderdom in combinatie met het tijdelijke karakter van hun verblijfplaatsen moeten we onze kennis hoofdzakelijk baseren op losse vondsten van bewerkte stenen. In het Gooi zijn tot nu toe enkele vindplaatsen bekend. Zeer bijzonder is de vondst van een Neanderthaler kampement in het Corversbos te Hilversum. De eerste vondsten zijn sinds 1969 door mevrouw Jonny Offerman-Heykens gedaan op enkele akkers in het Corverbos en betreffen vuurstenen schaven, (klingvormige) afslagen, rugmessen, kernen, krabbers en andere werktuigen en afslagen uit het Eemien.

Doordat er geen jacht- of slachtattributen zijn aangetroffen, zoals vuistbijlen, moeten de bezigheden daarom van huishoudelijke aard zijn geweest zijn – tevens gelet op het relatief grote aantal schaven en een steker. Op basis van het beperkte verspreidingsgebied van zowel werktuigen als afslagen is het zeer waarschijnlijk dat de werktuigen ter plekke zijn vervaardigd. Dit betekent dat de Neanderthalers ook echt in het gebied van het huidige Corversbos zullen hebben gewoond. Doordat de bodem de afgelopen 115.000 jaar ter plaatse weinig meer is veranderd, is er weinig verbeeldingskracht voor nodig om zich voor te stellen hoe de Neanderthalers hier in het landschap zullen hebben geleefd.

Verblijfplaatsen

Op wat meer open plekken in het Gooi, zoals in het Corversbos het geval zal zijn geweest, konden de Neanderthalers hun onderkomens opzetten. Hoe deze verblijfplaatsen er hebben uitgezien, is niet bekend. Je kunt denken aan tentenkampen met rendierhuiden bedekte tenten. Of aan meer stevige behuizingen van hout en wie weet boomhutten. Als we ervan uitgaan dat de nomadische jagers-verzamelaars seizoensgebonden, semipermanente onderkomens hadden, is het goed mogelijk dat men telkens terugkeerde naar dezelfde woonlocaties. Wat steviger, vaste behuizingen liggen dan voor de hand, maar het blijft gissen.

Het Gooi zal vanaf enkele plekken goede uitzichtpunten op onder andere de trekkende dieren hebben gehad. Deze trekkende dieren zullen een route gevolgd kunnen hebben vanuit de richting van de Veluwe, over de aantrekkelijke Gooise heuvelrug richting de Noordzeevlakte, die in het Weichselien droog stond en waarschijnlijk behoord heeft tot de jacht-, bewonings- of migratiegebieden van de jagende en verzamelende Neanderthalers. Verder is het goed voorstelbaar dat grazende kuddes zich opgehouden hebben tegen de zoom van de Gooise heuvelrug, waaronder de huidige, lager gelegen Vechtstreek. De gedachte aan jagende groepen Neanderthalers dringt zich hierbij al snel op.In het Geologisch Museum Hofland te Laren wordt aandacht besteed aan de vondsten van Neanderthalers.

Publicatiedatum: 05/01/2012