De Aardman in de Aardjesberg

Lang geleden moeten er mensen gewoond hebben op de Aardjesberg. Hier zijn namelijk waterputten gevonden uit de twaalfde eeuw. Over die nederzetting bestaat een prachtig volksverhaal: de Aardjesberg en de gruwelijke Aardman.

De Aardjesberg

Iedere zomer ging er een siddering door het dorp. Jonge meisje met bloemen in hun haar keken angstig naar hun moeders. De mannen namen de wapens op en maakten zich sterk. Maar een ogenblik later legden ze hun speren weer neer en mompelden: “Neen… het kan niet. Zijn macht is groter dan de onze.” Tegen de herfst werden de mensen nog droeviger. Stormen woedden over het land en de mensen meenden in de donder en bliksem woedende goden te horen. En boven alles de stem van hém. Hij die woonde in de berg vlakbij. De Aardman. De Aardman wilde een bruid als tribuut van de mensen die op zijn berg leefden.

De Aardjesberg. Beeld: Goois Natuurreservaat.

Maagd voor de Aardman

De jonge meisjes rilden van angst en baden tot de goede godinnen Frigga en Nerda. Op een dag kwamen de priesters naar de jonge angstige meisjes. Een meisje werd aangesproken met: “Sta op, schone maagd … gij, uitverkorene! … Heden zult gij de lieflijke bruid zijn van de groot-machtige Aardman.”  Niemand durfde wat te doen en iedereen keek machteloos toe. De moeder van het meegenomen meisje jammerde luid. Buiten raasde de storm en het aangstoken vuur laaide hoog op. Het doodsbange meisje ging naar haar vreselijke bruidegom. Kreten van pijn en angst gingen langzaam verloren in het knetterende vuur. De mannen en jonge mannen stonden met gebogen hoofd en de vrouwen en meisjes huilden en jammerden om het verlies van de jonge maagd.

Geen maagden op de Aardjesberg

Eens gebeurde het dat er geen maagden in het dorp leefden. De oudste meisjes waren amper vijf jaar oud. De priesters waren radeloos. Iedereen wachtte vol angst en beven de herfststormen af. Het werd herfst. Tijdens de stormen hoorden ze de stem van de Aardman bulderen: “Geef me mijn bruid… Geef mij de schoonste van uw rijpe maagden… Ik wil uw tribuut!” Nog nooit waren ze zo bang geweest. Bevend zaten de priesters bij elkaar en bespraken wat ze moesten gaan doen. De vreselijke dag brak aan, de dag van het vuur.

Dorp in brand

De mensen gingen zwijgend rond het vuur staan. De vlammen laaiden hoog op en de priesters zongen dat ze voor het eerst geen bruid hadden. Plotseling trilde de grond. Het volk en de priesters hielden hun  adem in. Weer schudde de aarde, veel heviger nu. De berg opende zich en daar verscheen de Aardman. Hij was vuil en zijn lichaam zat vol haar. Zijn mond was groot en grimmig. Zijn rood geaderde ogen rolden woest. Ontzet keken allen toe. Het grote vuur braakte zwavel en in een mum van tijd stond het dorp in brand. Geen enkele hut bleef gespaard. In paniek vluchtten de mensen weg. Veel mensen waren niet snel genoeg en vonden een gewelddadige dood.

Er wordt nu nog gefluisterd dat de Bussummers afstammen van de mensen die niet in de handen van de vreselijke Aardman zijn gevallen. En wee de maagd die bij de Aardjesberg wandelt. Kijk uit en ga zeker niet ’s avonds alleen erop uit. Want de Aardman leeft nog steeds en zijn macht is groot.

Bron

Henk de Weerd Wz., Gooise Legenden, Het verdwenen dorp, 1974, p. 113-117.

Publicatiedatum: 24/05/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.