Feestvierende mensen bij bevrijding Haarlem

Op vrijdagavond 4 mei 1945 om ongeveer kwart voor negen was het nieuws te horen op Radio Herrijzend Nederland. Het Duitse leger zou de volgende morgen capituleren. De oorlog was voorbij.

Niet iedereen die nog een toestel had weten te verbergen, zat te luisteren want de mededeling kwam op een ongebruikelijk tijdstip. Het was geen regulier nieuwsbulletin. Toch verspreidde het grote nieuws zich als een lopend vuurtje door de stad. Helemaal onverwacht kwam het niet meer, iedereen wist dat Hitler dood was en Berlijn gevallen. Toch geloofden velen het pas toen ze de bevestiging hoorden in de volgende normale nieuwsuitzending. Aanvankelijk aarzelend gingen Haarlemmers de straat op, hier en daar wapperde al het rood-wit-blauw aan de huizen. De Grote Markt liep vol met blije, enthousiaste mensen. Maar de situatie voelde nog onduidelijk en onwerkelijk aan, de Duitsers heersten nog in de stad. Men ging weer naar huis, maar de volgende morgen barstte de feestvreugde los.

Vrijheid!

Als er nog wat twijfel bestond aan de vraag of de bevrijding echt gekomen was, dan verdween die op 5 mei ’s morgens. Overal in de stad waren in de loop van de nacht aanplakbiljetten opgehangen van verzetsgroepen en illegale bladen die de capitulatie aankondigden. Een groepje Duitse officieren haalde die hier en daar weer weg, maar dat kon het feest niet meer tegenhouden toen om acht uur de capitulatie van het Duitse leger officieel inging. Opeens was overal de nationale driekleur te zien en liepen mensen met oranje of rood-wit-blauwe versierselen de straat op. Vooral voor de talloze onderduikers was het een verademing om eindelijk de straat op te kunnen gaan, na zich zo lang schuil te hebben gehouden met de permanente angst om toch nog gepakt te worden. Er werd gezongen, gehost, gedanst, omhelsd, muziek gemaakt enzovoorts. Sommige Duitsers die ook blij waren dat het allemaal voorbij was, juichten mee. Anderen staarden nors voor zich uit en voelden zich verslagen.

Grote drukte in de Grote Houtstraat tijdens de eerste dagen van de bevrijding, Beeld: Noord-Hollands Archief

Moffenmeiden

Lang opgekropte gevoelens van frustratie en woede zochten een uitweg. Bij kroegen in de Kruisstraat en aan de Schoterweg, waar NSB-ers en hun trawanten vaak kwamen, vlogen stenen door de ruiten. Hun woningen moesten het ook vaak ontgelden. Maar het meest kregen de meisjes het te verduren die een relatie waren aangegaan met Duitsers, de zogenaamde ‘moffenmeiden’. Corrie ten Boom beschreef wat met hen gebeurde, onder andere op het bordes van het stadhuis. Van een meisje was het hoofd slordig kaalgeschoren: “Zij kijkt verbeten, woedend. (…) Nu moet ze bloemen vasthouden en een jongen trekt haar arm in de hoogte en laat haar de maat slaan als het volk Oranje Boven zingt. (…) Een oudere vrouw wordt nu naar voren getrokken. Zij verweert zich, zij is woest. Het volk om mij heen giert van het lachen. Dit is nog veel mooier dan die eerste, die zich gedwee liet scheren.” Het was een weinig verheffend schouwspel en het viel op meer plaatsen in de stad te ‘bewonderen’. Maar de door de Nederlandse autoriteiten zo gevreesde ‘bijltjesdag’, een gewelddadige wraakneming op collaborateurs, bleef achterwege.

Gearresteerde N.S.B.- vrouwen op stro matrassen op de zolder van de Infanterie kazerne aan de Koudenhorn. Beeld: Noord-Hollands Archief

Canadezen

Het was feest in de stad, dagenlang. Woedende Duitsers hadden op 5 mei ’s avonds in de lucht schietend een einde gemaakt aan de drukte op de Grote Markt, maar “spoedig daarna waren de moffen weer weg en ging het hossen en dansen weer verder”. De mensen schenen even niets te merken van hun nog hongerende magen, van de doorstane angst en kwellingen. Op dinsdag 8 mei kwam eindelijk het Canadese bevrijdingsleger met honderden auto’s, motoren en tanks uit Amsterdam de stad inrijden. Het onthaal was groots. Jongens, maar vooral meisjes, mochten op de gevechtsvoertuigen meerijden. Chocolade en sigaretten werden met gulle hand uitgedeeld en vonden gretig aftrek. De behoefte aan feestvieren was zo groot dat feestelijkheden per wijk georganiseerd moesten worden. Bijvoorbeeld door de bewoners van het Kleverpark. Zij organiseerden een groot vreugdevuur in een loopgraaf waarin al het verduisteringspapier verbrand werd. Een portret van Hitler mocht er ook in onder het uitspreken van de woorden: “Moge hij in de hel verbranden”.

Canadese militairen op de Zijlvest, 5 mei 1945. Beeld: Noord-Hollands Archief

NSB-ers gevangen genomen

De Haarlemmers die aan de kant van de bezetters hadden gestaan, hoefden niet in die hel te verbranden maar werden wel massaal gearresteerd. Dat was in eerste instantie het werk van de nu bovengrondse illegaliteit, de Binnenlandse Strijdkrachten (BS). Verzetslieden met om hun arm een band waarop het woord ‘Oranje’ prijkte, gingen hen met behulp van adreslijsten ophalen en opbrengen. Haarlemmers begeleidden die arrestaties met de geschreeuwde leuze “één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, alle NSB-ers in de Bakenessergracht”. Het Huis van Bewaring zat al snel vol en dat gold eveneens voor beschikbare schoolgebouwen. Daarom gebruikte men ook een gebouw van de gemeentereiniging. “Daar komt toch al het vuil bijeen”, merkte een voorbijganger op. De NSB-ers hadden meer levensmiddelen gekregen en die werden nu in beslag genomen. Of die altijd netjes bij de stadsbevolking terechtkwamen betwijfelde het publiek soms. In de laatste dagen was immers ‘rijp en groen’ bij de BS aangenomen.

Arrestatie S.L.A. Plekker, burgemeester van Haarlem van 1941 tot 1945. Beeld: Noord-Hollands Archief

Bestuur

De NSB-burgemeester Plekker was nergens te bekennen. Die zat in een kamp in Duitsland, maar dat wist nog niemand. Zijn vervanger, de NSB-er M. van Driel, ging op 5 mei nog wel naar het stadhuis, maar begreep al snel dat hij daar niets meer te zoeken had. De door de Duitsers ontslagen burgemeester J.E. de Vos van Steenwijk maakte bekend dat hij inmiddels was benoemd tot waarnemend Commissaris van de Koningin in Noord-Holland. In zijn plaats nam oud-wethouder M.A. Reinalda het burgemeestersambt waar. Maar met de komst van de Canadezen op dinsdag 8 mei werd de stad voorlopig onder Militair Gezag geplaatst. De overgang naar ‘normale tijden’ zou nog maanden gaan duren, maar Haarlem was weer vrij.

Haarlem is vrij.

Haarlem is vrij.

Bronnen

* Ronald Frisart (red.), Kennemerland hongert naar zijn bevrijding (Haarlem 1985), pp. 143-147.
* L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel 10b: Het laatste jaar II. (‘s-Gravenhage 1982).
* A. Overmeer, “Haarlemsche herinneringen aan de bevrijding”, in: Jaarboek Haerlem 1944-1945 (Haarlem 1946), pp. 105-134.

* Ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.

Publicatiedatum: 12/01/2011