Het Corrie ten Boom Museum in Haarlem

De winkel op de hoek van de Barteljorisstraat en de Schoutensteeg is op het eerste oog geen opmerkelijk pand, maar op geen andere plaats in Haarlem is de herinnering aan onderduiken en verzet zo goed bewaard gebleven. Amsterdam heeft het Anne Frankhuis, Haarlem het Corrie ten Boomhuis. In dit hoekpand woonde haar familie. De hoogbejaarde Casper ten Boom, een man met een prachtige volle baard, was de pater familias. Tezamen met zijn dochters Corrie en Betsie bood hij in zijn huis een verblijfplaats aan onderduikers. De familie stond ook in contact met een ruim netwerk van verzetsstrijders en -groepen. Te ruim waarschijnlijk, want steeds meer mensen wisten van huize Ten Booms, liefdevol de BéJé genoemd, af. Het maakte de kans op verraad almaar groter. Achteraf gezien is het wellicht opmerkelijk dat de welhaast onvermijdelijke inval 'pas' op 28 februari 1944 plaatsvond.

Book 5 min

Een rotsvaste geloofsovertuiging

Een krachtige en standvastige christelijke geloofsovertuiging vormde voor Casper ten Boom en zijn dochters de basis van hun handelen. Gebed, Bijbellezing en religieuze muziek hadden hun vaste plaats in het dagelijks gezinsleven. Ook de onderduikers deden daaraan mee, al deelden ze Ten Booms religieuze visie niet altijd. Een centraal leerstuk was voor hem de positie van de joden als Gods uitverkoren volk. Zij moesten beschermd worden tegen de vervolging waaraan ze door de nazi’s werden blootgesteld. Dochter Corrie was er zeker van dat de BéJé beschermd werd door engelen. Die zekerheid werd door een verzetsstrijder in twijfel getrokken toen hij Corrie waarschuwde dat één van die engelen wel eens in slaap zou kunnen vallen.

Onderduikadres en doorgangscentrum

Ten Boom was horlogemaker. Zijn winkel kwam uit op de Barteljorisstraat, daarachter bevond zich een werkplaats. Aan de achterzijde van het pand en op de verdiepingen waren grotere en kleinere kamers te vinden die goed van pas kwamen om de onderduikers in te huisvesten. De groep onderduikers bestond uit een min of meer vaste kern van zes à acht personen, maar er waren heel veel tijdelijke onderduikers die na een paar dagen vertrokken naar een ander adres. De schattingen van het totale aantal dat in de BéJé een veilig heenkomen vond, gaan tot tachtig of meer. Het voordeel van een winkelpand was dat het minder snel opviel dat allerlei mensen in en uitliepen.

Corrie ten Boomhuis.

De engelenbak

In de loop van 1943 nam het aantal onderduikers toe en vormde zich de vaste kern. De jacht op de joden was inmiddels sterk geïntensiveerd en ook de voormalige militairen die niet terugkeerden in krijgsgevangenschap hadden een schuilplaats nodig. Het leek verstandig in het huis een schuilruimte te maken voor de onderduikers. Daar zouden ze zich kunnen verbergen bij een inval van de bezetters. Via de verzetsman Herman Slurink werd een architect gevonden die een geschikte plaats aanwees in de nok van het achterste gedeelte van het huis. Dat was de slaapkamer van Corrie ten Boom. Daarin bouwde men in juni 1943 een tweede muur waarachter een krappe schuilplaats, de ‘engelenbak’, ontstond voor zes onderduikers. In de daarop volgende dagen en weken oefende iedereen net zolang totdat na een alarm de onderduikers in anderhalve minuut in hun ruimte zaten en de sporen van hun aanwezigheid aan het oog onttrokken waren.

Als engelen slapen

In de laatste maanden van 1943 werden mensen gearresteerd die goed op de hoogte waren van de situatie in de BéJé. Uit voorzorg waren de onderduikers twee keer tijdelijk naar andere plaatsen uitgeweken. Er gebeurde echter niets. De inval op maandag 28 februari 1944 kwam totaal onverwacht. Het was vol in de BéJé. Willem ten Boom, zoon van Casper, had een Bijbelstudie gehouden waar veel bekenden op af gekomen waren. Even na vijven kwam de Sicherheitsdienst (SD) de winkel binnen. De leiding was in handen van de Hagenaar Kapteyn, een meedogenloze bruut. Op het laatste nippertje was er alarm geslagen en zes onderduikers wisten zich net op tijd in de Engelenbak te verschuilen. Die dag arresteerde de SD 21 personen in de BéJé waaronder Casper ten Boom en zijn dochters. Ze werden afgevoerd naar het politiebureau aan de Smedestraat, maar SD bleef in het pand achter. Het duurde enige tijd alvorens de inval bekend was geworden, daarom liepen nog veel bezoekers argeloos in de opgezette val. Inmiddels stonden de zes onderduikers doodsangsten uit in de krappe ruimte. Ze hadden er haast niets te eten en te drinken. Na een dag was de geur van urine en uitwerpselen niet meer te harden.

Redding

Eén van de onderduikers in de engelenbak was de zoon van dominee Siertsema. Toen die niet terugkwam van zijn bezoek aan de BéJé wendde deze zich tot Jan Overzet, een politieman die in het verzet zat. Overzet, tezamen met zijn strijdmakker Theo Ederveen, ontdekte dat de bewaking van de BéJé op woensdag 1 maart zou worden overgenomen door de Haarlemse politie. Zij wisten een betrouwbare hoofdinspecteur over te halen hen op woensdagmiddag die bewakingsdienst te laten vervullen. In de kamer van Corrie riepen ze: ‘Siertsema’. De doodsbange onderduikers hadden zich muisstil gehouden, maar de zoon van de dominee begreep dat het in orde was. Iedereen in de BéJé kende hem alleen maar onder zijn verzetsnaam ‘Arnold’. Met enige moeite lukte het vervolgens de onderduikers naar veilige adressen te vervoeren.

De Ten Booms

Casper ten Boom en zijn kinderen werden afgevoerd naar de strafgevangenis in Scheveningen. De oude man overleed daar tien dagen na de inval. Corrie en Betsie kwamen uiteindelijk terecht in het concentratiekamp Ravensbrück. Betsie stierf er aan de ontberingen, Corrie werd op 28 december 1944 als gevolg van een administratieve vergissing vrijgelaten. De BéJé is nu een museum dat van dinsdag tot en met zaterdag toegankelijk is voor publiek.

Bronnen

  • Ten Boom, Corrie. (Hoornaar, 6de druk 1975). De schuilplaats, opgetekend door John Sherrill en Elizabeth Sherrill.
  • Hartendorf, Guus. (Haarlem 1994). Noodklokken luiden bij Ten Boom : de historische feiten over de inval en ontsnapping bij Ten Boom gedurende de Duitse overheersing.
  • Hartendorf, Guus. (Haarlem, 2de druk 1995). Politieverzet in Haarlem tijdens de Tweede Wereldoorlog, 95-106.
  • Helversteijn, Wim. ‘Corrie ten Boom, 15 april 1892-16 april 1983’, Jaarboek Haerlem 1983 (Haarlem 1984), 171-174.
  • Poley, Hans. (Apeldoorn 1995). Ten Boom à Dieu. Terug naar ‘de schuilplaats’.
  • Het boek van Corrie ten Boom is verfilmd in opdracht van de Billy Graham Evangelistic Association: The hiding place (1975), regie: James F. Collier. Ter inzage in de bibliotheek van het Noord Hollands Archief.

Publicatiedatum: 11/01/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

NL | EN