Dik Trom en het landschap van Zeevang

Vroeger was Noord-Holland een moerassig land dat zich tot ver in het huidige Marker- en IJsselmeer uitstrekte. Toen de mens er ging wonen, gingen boeren het moerassige land droger maken door allemaal kleine slootjes te graven waardoor het water beter kon weglopen. Aan het landschap kun je dus nog steeds zien hoe men hier vroeger op het land woonde.

Land zakt langzaam naar beneden

Vroeger was Noord-Holland een moerassig land dat zich tot ver in het huidige Marker- en IJsselmeer uitstrekte. Het regenwater dat er viel verzamelde zich in kleine waterstroompjes die naar de lager gelegen zee liepen. Toen de mens er ging wonen, gingen boeren het moerassige land droger maken door allemaal kleine slootjes te graven waardoor het water beter kon weglopen. Hierdoor konden de boeren op het land graan verbouwen en koeien laten grazen in de wei.

Maar doordat het water uit de bodem verdween, zakte het land steeds lager. Bij hoog water van de zee en veel regen overstroomde het land steeds. De kleine waterstroompjes veranderden hierdoor in kleine meertjes. Zo ontstond er een gebied met veel binnenmeertjes en eilandjes waar de mensen niet meer goed konden wonen. Omdat het zo niet langer door kon gaan, heeft men dijken om al die eilanden heen gelegd.

Etersheimerbraakpolder. Foto: Provincie Noord-Holland.

Dik Trom in de sloot

Dik stapte de deur uit en ging Anneke halen.
“Ga je mee snoeken vangen?”
“Ja, waar zijn ze?”
“In de sloot, achter het huis.”
Opgewekt ging het tweetal op weg. Ze liepen de tuin door en kwamen bij een sloot, die ongeveer twee meter breed was.
“Hier zijn ze”, zei Dik, op het water wijzend, “Geef me een hand”.
“Ik niet, vang jij ze maar, dan zal ik erop passen.”
“Goed. Daar ga ik.”
Dik zette één been naar voren en stapte pardoes in het water. Hij zakte onmiddellijk weg in de modder, zodat het water hem tot aan de borst kwam en hem de adem benam.
“I-i-ik z-zie ze ni-niet”, stotterde hij.
Dik stapte heen en weer en greep met beide handen links en rechts in het water, maar snoeken ving hij niet. Hij wilde juist iets verder de sloot ingaan, toen zijn vader hem kwam zoeken, omdat hij moest eten. Toen hij Dik door de sloot zag wandelen, kon hij van schrik bijna geen woord uitbrengen. Hij liep naar de kant, zwaaide met beide armen wanhopig in het rond, en riep: “Dik, wat-wat doe je, w-wa-wat moet dat? Kom h-hi-hier, jongen, je -zult-je- zult verdrinken, dat zul-je. Kom gauw!”

De vader van Dik Trom scheeuwt het uit! Beeld: Bezoekerscentrum De Breek.

Heel oud landschap

De streek waar je nu bent, heet Zeevang. En Zeevang is eigenlijk ook zo´n eiland met een lange dijk er omheen. Je kan nog steeds goed de kronkelende waterstroompjes zien en de dwars hierop door mensen gegraven sloten. Hier begonnen mensen al heel lang geleden mee, wel vijfhonderd jaar terug.

Aan het landschap kun je dus nog steeds zien hoe men hier vroeger op het land woonde. Dat is best bijzonder, want er zijn niet zo veel plekken meer in Nederland waar je goed kan zien hoe het land er een paar eeuwen geleden uitzag. En net als Dik Trom moet jij nu ook oppassen dat je niet zo maar de slootjes inspringt!

Auteur: Bezoekerscentrum De Breek / Redactie Oneindig Noord-Holland

Publicatiedatum: 02/05/2011