De coureur die de weg (on)veilig maakte

Maus en Ciska Gatsonides poseren bij twee gloednieuwe auto's. Het is 1950 en Maus heeft grote ambities: hij probeert zijn eigen automerk te lanceren. Als gelauwerd coureur en "technologisch wonder" lijkt zijn wens om de snelste en mooiste auto te ontwerpen zeker niet te hoog gegrepen. De lijfspreuk van Gatsonides is dan ook simpelweg: "alles kan!". En dat zou hij bewijzen ook: met slimme streken in de oorlog, levensgevaarlijke races en, natuurlijk, zijn uitvinding van de flitspaal.

Oorlogsjaren

Gatsonides heeft al heel wat meegemaakt voordat hij zijn eigen auto’s in elkaar zou sleutelen. Hij was monteur geweest bij de KLM, had bij Ford gewerkt en deed mee aan tal van autoraces. Maar in aanloop van de oorlog moet hij noodgedwongen een nieuwe weg inslaan. De garage die hij in Heemstede begonnen was ging failliet en aan de races kwam een einde. Maus heeft geen cent, maar gelukkig nog wel zijn positieve levenshouding. Omdat de verdeling van benzine door de bezetter werd gemonopoliseerd, ontwikkelt hij binnen de kortste keren een speciale motor die op houtskoolgas draait. De motor slaat aan en blijkt zelfs de perfecte dekmantel voor verzetsacties. Dankzij de kolenvergasser kunnen alsnog lange afstanden gereden worden. Van Haarlem naar Friesland bijvoorbeeld; levensgevaarlijke tochten waarbij desondanks talloze onderduikers – onder wie veel kinderen – in veiligheid worden gebracht en voedsel wordt gesmokkeld.

Maus en Ciska Gatsonides poserend bij twee gloednieuwe auto’s in 1950.

Gedroomde Gatso

Wanneer Nederland eindelijk bevrijd is barst er landelijk een enorm optimisme los. De gedachte dat nu alles mogelijk zou zijn past feilloos bij Gatsonides’ eigen levensmotto. Hij besluit zijn langgekoesterde droom te realiseren: een eigen autofabriek met zelfontworpen auto’s die iedereen voorbij zouden zoeven. Slechts één jaar na de bevrijding weet Gatsonides zijn eerste ontwerp, gemaakt van Ford-onderdelen, te presenteren: de ‘Gatford’ – daarna kortweg ‘Gatso’ – genaamd.

Met zelfpromotie heeft Gatsonides gelukkig geen probleem: tijdens zijn vele races valt die snelle, mooie auto vanzelf op, al helemaal als het lukt om in de prijzen te vallen. In 1950 legt Fotopersbureau De Boer zijn prijswinnende ‘Gatso 4000 Aero Coupé’ vast, met ernaast een stralende Ciska met trofeeën op de arm. De gestroomlijnde auto met glazen kap – mogelijk een knipoog naar Maus’ jongensdroom om piloot te worden – sleept in dat jaar de eerste prijs van de Concour d’Elegance in de wacht.

Ciska Gatsonides naast de ‘Gatso 4000 Aero Coupé’ in 1950.

Weer of geen weer

Dat dit succes van korte duur zou blijken is dan nog onvoorstelbaar. Toch gaat Gatsonides nog geen jaar later opnieuw failliet. Het geld is op en Ford-onderdelen zijn schaars. Noodgedwongen moet hij voor de zoveelste keer zijn koers bijstellen. Gelukkig bezorgt Maus’ racetalent hem vrijwel meteen nieuw werk bij Ford. Dit keer niet als afnemer van onderdelen, maar als race-coureur.

Gatsonides stelt op de racebaan niet teleur: in januari 1953 wint hij de Rally van Monte Carlo, een race die berucht is om de vaak nog met sneeuw en ijs bedekte bochten. Maar voor gevaar deinst Maus niet terug. Hij leert de route – weer of geen weer – op zijn duimpje rijden en ontwikkelt speciale sneeuwbanden voor zijn ‘Ford Zephyr’, die dankzij zijn zege razend populair zou worden.

Flitsend succes

Na nog wat jaren vol snelle avonturen vindt Gatsonides het mooi geweest. Hij wil meer thuis zijn, in Haarlem, en minder geld uitgeven aan het racen. Hij is, naar eigen zeggen, “verstandig geworden”. Maar juist zo’n verstandige Maus weet natuurlijk weer een gat in de markt te vinden.

Als coureur had Gatsonides zich vreselijk geërgerd aan het gebrek aan snelheidsmeters. Uiteindelijk vond hij er zelf maar één uit, om tijdens oefenritjes zijn eigen snelheidsrecords in kaart te brengen. Nu heeft hij alleen nog wettelijke erkenning nodig voor zijn uitvinding, zodat de ‘Gatsometer’ wereldwijd gebruikt kan worden bij iedere eindstreep. Die erkenning komt uiteindelijk uit onverwachte hoek, wanneer de gemeente Zandvoort de meter als flitspaal voor hardrijders in gebruik neemt.

Maus Gatsonides met zijn eerste Gatsometer.

Gatsonides ziet er de humor wel van in. Om de werking van zijn uitvinding te toetsen rijdt hij met zijn zoon Tom opzettelijk met hoge snelheid langs het apparaat. De bekeuringen die volgen blijken precies te zijn wat hij nodig heeft om te bewijzen dat zijn Gatsometer inderdaad uitstekend werkt!

En zo wordt Gatsonides’ bekendste levenswerk een feit: de Gatsometers vinden gretig aftrek. Van over de hele wereld komen bestellingen en daarmee ook de mondiale frustratie op de flitspaal. “Gatsonides nu ook al in London gehaat” kopt een krant in 1993. Gelukkig wordt erbij vermeld dat er, dankzij die palen, ook 38% minder ongelukken plaatsvinden. Kleine troost voor boeterijders: ook Maus zelf was vaak slachtoffer van zijn eigen uitvinding.

Het zal geen verrassing zijn dat Gatsonides is blijven racen. Zo zien we hem hier met zijn zoon na afloop van een race in 1969. Aan de beker in zijn handen is te zien dat Maus ook op leeftijd nog een echte snelheidsduivel was. Alles kan!

Maus Gatsonides met zijn zoon Tom na een race in 1969.

Auteurs: Andrea Neelissen en Celina Yavelow.

Bron: Noord-Hollands Archief

Publicatiedatum: 30/06/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.