Badplaats in Zandvoort

Keizerin Sissy kwam er graag. Ze was niet de enige adellijke bezoeker van wat toen nog 'Zandvoort Bad' heette. In het hoogseizoen kon je tegen het einde van de negentiende eeuw bij de luxe hotels aan de vlaggen zien welke edele families er neergestreken waren. Het eens zo arme vissersdorp Zandvoort was veranderd in een badplaats van internationale allure.

Op de duintoppen en aan de boulevards stonden grote hotels in neoklassieke architectuur. Het internationale, maar vooral Duitse, karakter bleek uit sommige namen die ze droegen: Grand Hotel Wüst, Hotel Kaufmann, Kurhaus. Ze staan er niet meer. Ze zijn verwoest in opdracht van een latere generatie Duitsers: de Nazi’s. Een van de weinige gebouwen die nog naar die tijd verwijst, is het station. Een niet onbelangrijk symbool, want toen de spoorverbinding met Haarlem in 1881 in gebruik werd genomen, raakte de groei van de badplaats in een stroomversnelling.

De ontdekking van de kust

Het is nu heel gewoon om op een warme dag de zon en de verkoeling van het zeewater aan de kust op te zoeken. Ooit was dat anders. De zee boezemde angst in. Het was een levende getuige van de wraak van God die de Zondvloed over de aarde bracht. Vanaf de zee kwamen ziekten het land in. Een opvatting die ondersteuning vond in het feit dat de meeste mensen maar een paar uur met een boot op zee hoefden te varen of ze werden al ziek. Bleef je lang op zee? Dan trad de vreselijke ziekte scheurbuik op. Langzaam rotte je weg tot de dood erop volgde.

In de achttiende eeuw veranderde dit schrikbeeld. Als je maar voldoende verse groenten at, kreeg je geen scheurbuik. Artsen ontdekten dat het voor de gezondheid van mensen juist goed was om een poosje aan de kust te vertoeven. In de tweede helft van de achttiende eeuw zochten eerst de Engelse adel en later de Franse adel de kust op. Hun voorbeeld vond navolging. In Nederland was Scheveningen rond 1850 al een luxe badoord. Zandvoort kwam daarna.

Badplaats Zandvoort

Badplaats Zandvoort. In de zee bij Zandvoort. Beeld: Noord-Hollands Archief

Van postkoetsdienst naar spoorverbinding

In 1828 werd de basis gelegd voor de badplaats Zandvoort. De eerste verharde weg die het badoord verbond met het achterland was juist klaar en het eerste hotel, het Groot Badhuis, opende zijn deuren. Langzaam maar zeker groeide de belangstelling. In 1851 startte een postkoetsdienst tussen Haarlem en Zandvoort die acht jaar later de gasten al naar drie hotels kon vervoeren.

Het was echter vooral de aanleg van de spoorverbinding in 1881, die de badplaats opstuwde in de vaart der volkeren. Daarbij speelde de Duits-joodse bankiers- en koopliedenfamilie Eltzbacher de hoofdrol. Dankzij hun kapitaalinjecties, en die van de eveneens Duits-joodse bankiersfamilie Sulzbach uit Frankfurt am Main, konden de spoorwegplannen van ir. J.J. Kuinders worden uitgevoerd.

Grand Hotel Wüst

Grand Hotel Wüst aan de Boulevard de Favauge in Zandvoort, 1911. Beeld: Noord-Hollands Archief

De groei van een badplaats

De Eltzbachers waren projectontwikkelaars avant la lettre. Ze kochten direct ten noorden van het dorp Zandvoort een groot duingebied op. De Rotterdamse architect J.C. van Wijk ontwierp voor hen de bebouwing. Die bestond uit een ‘Passage’ met 26 winkels die via een monumentale trap aangesloten was op het station. Verder bouwde hij een Kurhaus (eerste steen gelegd door Rosa Eltzbacher op 25 februari 1881) en enkele villa’s. Andere ondernemers droegen het hunne bij aan de verdere ontwikkeling van de toeristische infrastructuur. In 1881 telde men zes hotels en een pension. Een kleine dertig jaar later waren er al negen hotels en 23 pensions, en stonden er meer dan honderd gemeubileerde villa’s en huizen te huur. Het jaarlijkse aantal badgasten was opgelopen van zo’n tweeduizend gasten, tien jaar na de aanleg van de spoorverbinding tot wel negenduizend in 1906. Dit kwam mede door de in 1899 aangelegde tramverbinding, die vooral het aantal dagjestoeristen sterk deed toenemen.

Begin twintigste eeuw veranderde het karakter van de kustplaats. Tot dan was het een luxe verblijfplaats voor familietoerisme van de gegoede burgers en de adel. Zij waren vaak vergezeld van eigen dienstpersoneel en hun aanwezigheid werd, met naam en toenaam, trots geregistreerd in de Zandvoortsche Badcourant, die – niet toevallig – voor het eerst verscheen in 1881. Na 1905 zochten meer een meer middenstanders en ‘gewone mensen’ Zandvoort op. Hun komst markeerde een bescheiden begin van het massatoerisme.

Auto's bij Boulevard Barnaart in Zandvoort

Auto’s bij Boulevard Barnaart in Zandvoort, ziende naar het noorden, 1986. Beeld: Noord-Hollands Archief

Ondergang van de oude badplaats

Als het allemaal niet zo gruwelijk was, dan was het ironisch. De oude badplaats Zandvoort die zo veel dankte aan Duits-joodse investeerders is afgebroken in opdracht van andere Duitsers , de Nazi-bezetters, gezworen vijanden van de joden, in Nederland. Op 6 november 1942 gelastten zij de evacuatie van het grootste deel van Zandvoort. De gehele badplaats viel onder de slopershamer om ruimte te bieden aan de bouw van de beruchte Atlantik-Wall. Door die versterking van de kusten van Frankrijk, België en Nederland hoopten de Duitsers een geallieerde invasie te kunnen opvangen. Naar ons weten en gelukkig: vergeefs. Een nieuwe badplaats verrees op de puinhopen van de Duitse vernietigingen.

Bronnen

Alain Corbin, Het verlangen naar de kust (Nijmegen 1989).

Tj.W.R. de Haan red., Gort met stroop. Over geschiedenis en volksleven van Zandvoort aan Zee (Den Haag 1968).

A.E. Spijer (red.), Zandvoorts wijzen kwamen uit het oosten (Zoetermeer 1995).

Alle drie ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.

Publicatiedatum: 05/01/2011