De corona-app van de 17e eeuw

Het leek iets uit een science fiction-rampenfilm, maar de pandemie is realiteit: we zitten er middenin. Besmettelijke ziekten zijn echter van alle tijden. Ook in de 17e eeuw werd minstens 1,5 meter afstand van je gehouden als je besmet was met lepra. En er werd toen ook al een oplossing voor bedacht: de leprozenklepper. Het Westfries Museum vertelt ons meer over deze voorloper van de corona-app.

Klikspaan, boterspaan

Henriëtte Tilgenkamp, collectiebeheerder van het Westfries Museum en van de historische stadscollectie Enkhuizen, vond twee leprozenkleppers uit 1694 en 1699 in de Enkhuizer collectie. Wat op het oog leek op een muziekinstrument, bleek het ‘gevreesde’ waarschuwingsmiddel uit de Gouden Eeuw te zijn. De klikspaan. ‘Klikspaan, boterspaan, je mag niet door mijn straatje gaan’. Dat is een versje dat iedereen haast wel kent. Maar wat is deze veelbezongen klikspaan?

Een klikspaan werd ook wel een leprozenklepper genoemd. De leprozenklepper die Henriette toont is uit 1699. Lepra was een besmettelijke ziekte. In de zeventiende eeuw kwam je op straat veel door de lepra aangetaste gezichten tegen. Wat men met de leprozenklepper probeerde te bereiken, komt overeen met hetgeen we in deze periode proberen te bereiken met de anderhalvemetersamenleving. Een leprozenklepper had als boodschap: ‘Houd afstand, dan besmetten we elkaar niet.’

De leprozenklepper. Bron: Westfries Museum.

Een toegangskaartje voor het leprozenhuis

De leprozenklepper ligt gewoonlijk in de vitrine van het stadshuis van Enkhuizen. Dit was ook de plek waar in de middeleeuwen het eerste gasthuis van Enkhuizen stond, waar rondtrekkende reizigers, kooplieden, daklozen, bedelaars, maar ook leprozen onderdak vonden. Het gasthuis werd al in 1592 geopend. Zeventien jaar later werd er een apart Leprozenhuis bij gebouwd. Later werd het Leprozenhuis verplaatst naar een van de bastions.

Een leprozenklepper was een voorwerp, wat niet in Enkhuizen werd uitgegeven maar in Haarlem. Hier werd de leprozenschouw gehouden. Mensen uit heel Nederland die ervan verdacht werden lepra te hebben, werden hierheen gestuurd. Dit is te vergelijken met het testen van corona. Mensen konden zich laten testen op lepra en kregen dan een schoonbrief of een vuilbrief. Met de vuilbrief en de in Haarlem afgegeven leprozenklepper, had je als leproos recht op onderdak, eten en drinken en verzorging in jouw lokale leprozenhuis.

Het leproos-, dol- en pesthuis van Haarlem. Claes Jansz. Visscher, 1611. Bron: Noord-Hollands Archief, collectie Kennemerland.

Klepperen om een aalmoes

Men wilde de leprozen liever niet in de stad. Dit is de reden dat veel leprozenhuis net binnen of buiten de vesting te vinden zijn. Daar vandaan bezochten ze met tijd en wijlen de stad met hun bedelnap en hun klepper. De leprozen werden niet gefinancierd door het stadsbestuur. Ze moesten hun gelden zien binnen te halen door giften van stedelingen, die op die manier aan barmhartigheid wilden doen. Ze konden ook ‘ervoor kiezen’ zelf te bedelen in de stad.

Je kunt je voorstellen dat als je aankondigt dat je eraan komt met de klepper, de heer of vrouw des huizes de tijd had om hun aalmoes te pakken en te geven. Daarna kon je snel weer doorlopen, want niemand wilde natuurlijk te lang dichtbij zo een besmettelijke leproos zijn. Besmettelijke ziektes zijn van alle tijden en ook vroeger wilde men afstand bewaren en werd er getest.

Henriëtte Tilgenkamp, collectiebeheerder van het Westfries Museum, met de leprozenklepper.

Het Westfries Museum opent haar deuren weer op 2 juni aanstaande. Tot die tijd worden de verhalen uit de Gouden Eeuw dagelijks gedeeld op de website en Facebookpagina van het museum. Voor meer informatie over de leprozenklepper is er een verdiepende podcast, te beluisteren op de website van het Westfries Museum.

 

Publicatiedatum: 13/05/2020