Het Dolhuys in vogelvlucht

Het Dolhuijs, Museum van de Geest, is gevestigd in het voormalige Pest-, Dol-, en Leprooshuis van de stad Haarlem. Het pand heeft onderdak geboden aan ‘melaatsen, gekken, onaangepasten, alcoholici, hoeren met syfilis, dementerende ouderen en zwervers.’

Lees volgende verhaal

Het begon allemaal 700 jaar geleden, toen een gemeenschap van leprozen buiten de stadsgrenzen belandde. Ze woonden in kleine huisjes rond een kerkje, de St. Jacobskapel. De uitgestotenen gingen bedelend door het leven.

In 1564 kreeg het Leprooshuis er een nieuwe groep bewoners bij: dollen. Voor hen werd een aparte vleugel met cellen gebouwd. Als je je verstand kwijt was, en agressief gedrag vertoonde, werd je dol genoemd en vaak aan de ketenen gelegd, totdat je weer wat rustiger was geworden.

In 1675 kreeg het Pest-, Dol- en Leprooshuis er een nieuwe vleugel bij, het Verbeterhuis. ‘Onaangepaste’ lieden konden er op kosten van hun familie enige tijd in bewaring worden genomen. Zo liet een Haarlemse zijdewever er zijn dochter opnemen, omdat haar vrijer roomskatholiek was.

Pas rond 1800 kwam er een nieuwe kijk op de krankzinnigenzorg. Vooruitstrevende artsen zagen krankzinnigheid als een geestesziekte, die je het beste met een regime van orde, rust en regelmaat kon behandelen.

De krankzinnigenwet van 1841 bepaalde dat de oude dolhuizen (‘opbergplaatsen van verschoppelingen’) moesten worden gesloten of op zijn minst verbouwd . In 1849 verhuisden de overgebleven bewoners van het dol- en verbeterhuis naar het toen pas geopende gesticht Meerenberg in Bloemendaal.

Na die verhuizing ging het Buitengasthuis vanaf 1856 door als het Armen- en Ziekenhuis van de stad Haarlem. De dolcellen werden verbouwd tot een nieuwe ziekenzaal. Eén van die dolcellen is bewaard gebleven en nog steeds te bezichtigen, terwijl je kunt luisteren naar een vrouw die vertelt hoe het is om in een separeercel te worden opgesloten.

Dwangstoel uit de negentiende eeuw. Foto: Dolhuys, museum van de geest

Het armenhuis was een laatste vangnet voor bejaarden en kinderen zonder ouders. Ook oudere dak- en thuislozen konden er terecht. Kinderen sliepen aanvankelijk bij de ouderen op de slaapzaal. Dat was geen ideale situatie, dus in 1927 werd in de voormalige regentenvleugel het Haarlems Kindertehuis geopend.

In 1978 werd een deel van het pand ingericht als Crisiscentrum, bedoeld als laagdrempelige opvang voor mensen in psychische nood. Psychiatrisch ziekenhuis Vogelenzang in Bennebroek (nu GGZ inGeest) nam het in 1968 over. In 1998 werd het Crisiscentrum gesloten, in 2005 opende museum Het Dolhuys de deuren.

Deze beknopte geschiedenis is gebaseerd op een artikel van Floris Mulder, wetenschappelijk medewerker van Het Dolhuys.

Written by:

Other posts by

Oneindig Noord-Holland maakt verborgen verhalen zichtbaar samen met:

Bekijk het gehele partneroverzicht