Van pokken tot polio: het Rijksvaccinatieprogramma

Tegenwoordig kunnen we ons weinig voorstellen dat droeviger is dan ouders die hun kinderen overleven. Maar nog geen honderd jaar geleden hoorde kindersterfte onlosmakelijk bij het leven. Infectieziekten als polio, difterie en mazelen sloegen blijvende gaten in jonge gezinnen. Dankzij het in 1957 gestarte Rijksvaccinatieprogramma zijn dit soort epidemieën zeldzaam geworden.

Kinderen waren eeuwenlang een kwetsbaar bezit. In grote gezinnen was het niet uitzonderlijk om de helft van de kinderen voor het derde levensjaar te moeten begraven. Deze hartverscheurende omstandigheden werden veelal veroorzaakt door infectieziekten zoals de pokken, waar de mensheid sinds het begin der tijden door geplaagd is. Jaarlijks overleden duizenden mensen aan het pokkenvirus. Wie het geluk had om de ziekte te overleven, droeg de rest van zijn leven littekens met zich mee.

De Engelse plattelandsarts Edward Jenner ontdekte eind achttiende eeuw dat het pokkenvirus sterk verwant was aan het koepokvirus. Mensen die op het platteland met vee in aanraking waren gekomen, werden namelijk niet ziek. Door mensen bewust met het lichte koepokvirus te besmetten, werden ze immuun voor de zware mensenpokken. Zo ontwikkelde Jenner als eerste een vaccin (afgeleid van het Latijnse woord vaccinia, de medische benaming voor het koepokkenvirus) tegen de pokken, een revolutie in de medische wetenschap.

Edward Jenner vaccineert zijn kind. Gekleurde gravure van C. Manigaud naar E Hamman, 19e eeuw. Collectie Wellcome Library, Londen. Licentie: CC-BY-SA-3.0.

Inenten wordt een overheidstaak

Tijdens de Franse Tijd maakte koning Lodewijk Napoleon van het inenten een overheidstaak. Zijn idee was dat vaccinaties voor iedereen beschikbaar moesten zijn, daarom riep hij dokters op om alle patiënten gratis tegen de pokken in te enten. Deze vaccinatiecampagnes werden in de negentiende eeuw door koning Willem I voortgezet. In Amsterdam werd de koepokvaccinatie voor het eerst uitgedeeld door dokter Phoebus Hitzerus Themmen, die onder meer de arme kinderen in het Engels Weeshuis gratis vaccineerde.

Medische kennis over de pokken verspreidde zich in de twintigste eeuw vanuit West-Europa langzaam over de rest van de wereld. Mede door een in 1967 gestarte vaccinatiecampagne van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) werden de pokken als eerste ziekte in de geschiedenis volledig uitgebannen. Het laatst bekende geval van pokken werd in 1977 aangetroffen in Somalië. Drie jaar later verklaarde de WHO de wereld officieel pokkenvrij. Volksvijand nummer één was verslagen.

Groepsfoto van verpleegsters en arts bij de pokken-barak van het Wilhelmina Gasthuis te Amsterdam, ca. 1916. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Bescherming tegen twaalf ziekten

Een andere ziekte die vandaag de dag zeldzaam is geworden, is polio of kinderverlamming. In 1956 werd Nederland voor het laatst door een grote polio-epidemie getroffen. Meer dan 2200 mensen werden ziek, waarvan er 70 overleden. Bijna 1800 kinderen hielden blijvende verlammingen aan de ziekte over. De angst voor polio was groot, er moest iets gebeuren. Daarom werd een jaar later het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) door de overheid in het leven geroepen. Alle in 1955 geboren kinderen zouden hiermee ingeënt worden tegen polio. Er werd reikhalzend uitgekeken naar de aankomst van de eerste zendingen poliovaccins uit de Verenigde Staten.

Na het succes van het poliovaccin volgden al snel meer ziektes. In 1962 werden difterie, kinkhoest en tetanus aan het poliovaccin toegevoegd, waardoor het DKTP-combinatievaccin ontstond. In 1974 begon men met het inenten tegen rodehond en twee jaar later kwamen daar de mazelen bij. Vervolgens werd het BMR-combinatievaccin ontwikkeld, waar ook het bofvirus aan toegevoegd was. Dit vaccin, dat viermaal herhaald moet worden, werd in 1987 geïntroduceerd in Nederland. Tegenwoordig beschermt het Rijksvaccinatieprogramma tegen maar liefst twaalf ernstige ziekten, waaronder hepatitis B en het als laatst toegevoegde humaan papillomavirus, dat baarmoederhalskanker veroorzaakt. De vaccinatiestatus van ieder Nederlands kind wordt nauwkeurig bijgehouden door het RIVM in Bilthoven.

Wachtenden in het Westerpark te Amsterdam voor het lokaal van de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst (GGD) om ingeënt te worden, 1929. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

De impact van vaccinatie

De introductie van het Rijksvaccinatieprogramma heeft een enorme impact gehad op de gezondheid van kinderen in Nederland. Dankzij een combinatie van vaccineren, hygiënische gewoontes, goede voeding en uitmuntende gezondheidszorg komen gevaarlijke infectieziektes tegenwoordig bijna niet meer voor. Difterie is geheel verdwenen uit ons land, tetanus en rodehond zijn al jaren onder controle. Aan kinkhoest overlijdt gemiddeld nog één persoon per jaar, terwijl dat er in 1950 maar liefst 145 betroffen.

Alleen polio en de mazelen laten zich niet zo gemakkelijk uitroeien. Na de introductie van het poliovaccin waren er nog twee kleine uitbraken van polio in Nederland. In 1978 werden 110 mensen door de ziekte getroffen, waarvan er één overleed, en in 1992-1993 waren er 71 zieken en twee sterfgevallen te betreuren. De mazelen doken in 1999-2000 weer op en zorgden toen voor bijna 3300 zieken en drie doden. Sindsdien zijn er nog twee sterfgevallen geweest. Het is belangrijk hierbij op te merken zowel polio als de mazelen telkens alleen ongevaccineerden trof, woonachtig in het gebied van de bible belt. Deze mensen laten zich om religieuze redenen niet inenten.

Inenting tegen polio op Tholen, 1963. Fotocollectie Anefo, Nationaal Archief.

Weigerouders en groepsimmuniteit

Dit laat zien dat de ziektes alleen kunnen toeslaan op plaatsen waar veel ongevaccineerden bij elkaar wonen. Het RIVM stelt dat een vaccinatiegraad van 95% nodig is om ervoor te zorgen dat de ziektes onder controle blijven. Doordat bijna iedereen immuun is, kan het virus zich niet verspreiden. De ingeënte personen beschermen dan ook de enkelingen die ongevaccineerd zijn door middel van ‘groepsimmuniteit’, een begrip dat momenteel vaak gebruikt wordt in de discussie over het coronavaccin. Wordt de vaccinatiegraad te laag, dan kunnen er epidemieën ontstaan.

Toch maken steeds meer ouders de bewuste keuze om hun kinderen niet te laten inenten. Dit wantrouwen jegens vaccinaties is niet nieuw. Naar aanleiding van klachten over bijwerkingen van het BMR-vaccin werd in de jaren negentig de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken opgericht. Veel beweringen van deze eerste ‘anti-vaxxers’ zijn inmiddels door nieuwe onderzoeken ontkracht. Maar door de weigerouders blijkt de vaccinatiegraad van 95% in de praktijk moeilijk te halen. Consultatiebureaus vrezen een uitbraak van de oude ziektes. We hoeven slechts naar de recente geschiedenis te kijken om te beseffen wat de gevolgen van dergelijke keuzes zijn voor de volksgezondheid.

Inenten tegen polio, 1978. Fotocollectie Anefo, Nationaal Archief.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Bronnen:

Publicatiedatum: 25/01/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.