Bijzondere bodemvondsten uit ‘s-Graveland

Op de 's-Gravelandse buitenplaatsen worden geregeld kralen, pijpenkoppen en andere zeventiende-eeuwse objecten opgegraven uit Amsterdam. Hoe is dit historisch 'afval' uit de hoofdstad in het Gooi terecht gekomen? En waarom vertonen de vondsten zoveel overeenkomsten met archeologische vondsten uit New York?

Toen de heide- en bospercelen te ‘s-Graveland vanaf eind 16e en begin 17e eeuw in cultuur werden gebracht, werden er duizenden vrachten zand afgegraven en naar Amsterdam vervoerd. Dit leverde geld op omdat in Amsterdam, ten behoeve van de aanleg van de grachtengordel (nu werelderfgoed) zand nodig was voor de vele nieuwe huizen die werden gebouwd. De scheepjes kwamen echter niet leeg terug, maar werden volgeladen met bagger uit de grachten en huisafval uit Amsterdam. Door deze ‘bemesting’ werd de grond te ‘s-Graveland bijzonder vruchtbaar.

De schillen zijn inmiddels verteerd, maar vondsten uit die tijd worden nog altijd gedaan in de vorm van bijvoorbeeld pijpenkoppen, aardewerkscherven, muntjes en glazen kralen. Omdat de bemesting over een periode van slechts enkele tientallen jaren heeft plaatsgevonden, vormen de vondsten een soort tijdscapsule uit het leven van het 17e-eeuwse Amsterdam. Interessant, omdat dit soort materiaal uit deze tijd weinig wordt gevonden bij archeologisch onderzoek in Amsterdam.

Gezicht op de buitenplaats Nieuwenoord tussen Hilversum en ‘s-Graveland. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Nieuw Amsterdam

Erg bijzonder is ook dat de vondsten grote overeenkomsten hebben met de vondsten die gedaan worden te New York in Noord-Amerika. Hiervoor moeten we kort terugblikken in de tijd. Nieuw Amsterdam was destijds de naam van de 17e-eeuwse versterkte nederzetting in de provincie Nieuw Nederland. Deze is inmiddels uitgegroeid tot de welbekende stad New York. De provincie Nieuw Nederland, met het Fort Oranje op de zuidelijke punt van het eiland Manhattan, is in de jaren 1624 en 1625 gesticht op gezag van de Staten-Generaal onder het bestuur van de West Indische Compagnie (WIC).

Nieuw Amsterdam vormde de hoofdzetel van de Nederlandse kolonisten die voor de WIC actief waren in de lucratieve bonthandel (vooral bevervellen) in met name de Hudsonvallei. De kolonie Nieuw Amsterdam groeide, vooral na de verlening van stadsrechten in 1653, uit tot de grootste Nederlandse koloniale nederzetting in Noord-Amerika. Dit bleef zij tot november 1674, toen de nederzetting bij het ondertekenen van de Vrede van Westminster werd afgestaan aan de Engelsen in ruil voor Suriname.

Een bij het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten gevonden glazen kraaltje uit de 17e eeuw, gemaakt door een Venetiaanse glasblazer die werkzaam was te Amsterdam.

Glazen kralen en pijpenkoppen

De vondsten die de New Yorkse archeologen de afgelopen tientallen jaren hebben gedaan zijn (vooral) afkomstig uit Amsterdam en vertonen grote overeenkomsten met de vondsten uit ‘s-Graveland. Interessant zijn bijvoorbeeld de gevonden glazen kralen. Deze zijn gefabriceerd door Venetiaanse glasblazers die speciaal ten behoeve van de (bont)handel in Nieuw Amsterdam naar (‘oud’) Amsterdam overkwamen om daar deze kralen – die gebruikt werden als ruilmiddel met de Indianen – te maken.

Ook de merkjes van de 17e-eeuwse pijpenkopjes die te ‘s-Graveland en New York worden gevonden – en die herleid kunnen worden naar de Amsterdamse pijpenmakers – vormen een dankbare vondstcategorie voor wetenschappelijk onderzoek. Bij de New Yorkse archeologen zijn het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten en de vondsten uit ‘s-Graveland dan ook zéér bekend!

Publicatiedatum: 02/01/2012

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.