Hoe klonk het Oudnederlands in de elfde eeuw?

Vaak wordt het bekende elfde-eeuwse gedichtje ‘Hebban olla vogala’ gezien als het oudste voorbeeld van de Nederlandse taal. Er zijn echter nog meer bronnen bewaard gebleven, zoals de Egmondse Williram. Historisch taalkundige Peter-Alexander Kerkhof maakte samen met Archeologie Rotterdam op basis van deze bronnen een reconstructie van het Oudnederlands, zoals dat in de elfde eeuw gesproken werd.

>

Volendams dialect op schrift gesteld

Goed nieuws voor alle liefhebbers van dialect: het Volendams is op papier vastgelegd. In het onlangs verschenen boek ‘Over Volendams gesproken’ nemen vader en zoon Jan en André Kes de lezer mee langs de herkomst en kenmerken van het levende Volendamse dialect.

>

Annie M.G. Schmidt

De verhalen over Jip en Janneke, versjes als Dikkertje Dap en vele anderen: wie is er  niet groot mee geworden? Het blijmoedige werk van Annie M.G. Schmidt heeft generaties Nederlanders weten te boeien en doet dat nog steeds. Je zou kunnen stellen dat haar rijke oeuvre een deel is geworden van ons collectieve geheugen. Hoewel Annie niet afkomstig was uit Noord-Holland, was Amsterdam de plek waar zij het liefste was en een groot deel van haar leven woonde.

>

Het Esperanto in Noord-Holland-Noord

Nu het Engels steeds meer de positie van wereldtaal begint in te nemen, is het moeilijk voor te stellen dat eens hetzelfde werd verwacht van het Esperanto, een door de Poolse oogarts Ludovic L. Zamenhof (1859-1917) ontworpen taal. Vooal in de eerste helft van de twintigste eeuw was Esperanto populair, ook in Noord-Holland. Er werden tal van Esperanto-verenigingen opgericht.

>

Dialecten van Noord-Holland

Noord-Holland heeft geen officieel erkende streektaal, zoals het Fries of Limburgs, maar kent wel een tiental dialecten. De dialecten zijn weer onder te verdelen in dorpstalen en streektalen.

>

Ons stadsdialect in de laatste eeuw

Buurtdialecten verdwenen in de loop van de twintigste eeuw en het overgebleven stadsdialect werd nationale folkore. Minder vaak gebruikt, maar nog wel een element in de moderne taal van het schoolplein. Dat alles zien we in dit slotverhaal van een korte serie (zie gerelateerde verhalen) over het Amsterdams door de eeuwen heen.

>

Zelfs de burgemeester spreekt nu ‘Jodenhoeks’

Gappen, geintje, schlemiel, mesjokke. Als dat geen algemeen-plat-Amsterdams is. Om preciezer te zijn, het is Jodenhoeks. Die Mokumse spreektaal is hier al eeuwen ingeburgerd. Maar waar komen die woorden en uitdrukkingen toch vandaan?

>

De taal van ’t vieze volcxken

Het aantal geboren Amsterdammers in de stad daalt en het opleidingsniveau stijgt. Het plat Amsterdams wordt daardoor steeds minder gesproken. Maar iedereen herkent het nog, al is het maar van het Jordaanfestival of een lied van André Hazes. Het volkse Amsterdams heeft niet altijd zo geklonken, vele invloeden van buiten gaven de stadstaal vorm. Zo was de invloed van immigranten uit de Zuidelijke Nederlanden en uit de Duitse gebieden in de zeventiende eeuw aanzienlijk.

>