Annie M.G. Schmidt

De verhalen over Jip en Janneke, versjes als Dikkertje Dap en vele anderen: wie is er  niet groot mee geworden? Het blijmoedige werk van Annie M.G. Schmidt heeft generaties Nederlanders weten te boeien en doet dat nog steeds. Je zou kunnen stellen dat haar rijke oeuvre een deel is geworden van ons collectieve geheugen. Hoewel Annie niet afkomstig was uit Noord-Holland, was Amsterdam de plek waar zij het liefste was en een groot deel van haar leven woonde.

Anna Maria Geertruida Schmidt werd in 1911 geboren in Kapelle, een plaatsje op het schiereiland Zuid-Beveland in Zeeland. Haar vader, Johannes Daniël Schmidt, was predikant. Na het afronden van de middelbare school volgde Annie een notariaatstudie in Den Haag, die al snel vervangen werd door een cursus steno en typen aan de secretaresseopleiding van Schoevers.

Jip & Janneke met het hondje Takkie, drie van de bekendste karakters van Annie M.G. Schmidt, kunstwerk aan de Waalkade in Zaltbommel/ Bron: Marko via Flickr

Literair debuut en carrière

In 1930 werkte ze als au pair in Hannover om eenmaal terug in Nederland bibliothecaresse te worden in Amsterdam en Vlissingen. Hoewel de schrijfster al in 1938 debuteerde met twee gedichtjes in het tijdschrift Opwaartsche Wegen, nam haar carrière pas een vlucht toen Annie na de Tweede Wereldoorlog redactrice werd bij het Parool in Amsterdam. Daar schreef ze vanaf 1948 wekelijks een column voor volwassenen en versjes voor kinderen.

Al snel volgden cabaret- en liedjesteksten voor onder andere Wim Kan, Wim Sonneveld en Conny Stuart en maakte ze het hoorspel In Holland staat een huis, waarmee ze zichzelf als schrijfster op de kaart zette. In 1950 schreef ze haar eerste boeken, Het Fluitketeltje en Brood en Mangelpers. Daarna volgden haar klassiekers als Jip en Janneke, Abeltje, Pluk van de Petteflet, Minoes en nog veel meer.

Annie M.G. Schmidt. Bron: Wikimedia Commons

Furore

Annie M.G. Schmidt was niet bang om, voor de tijd waarin ze leefde, pittige taal te verwerken in haar stukken. Zo liet ze tijdens een hoorspel iemand zeggen “Dat hij die ander een schop onder zijn achterwerk zou geven”. Hoewel haar publiek hier verontwaardigd op kon reageren bleef ze altijd een publiekslieveling en sleepte ze vele prijzen in de wacht, zoals de Theo Thijssenprijs, de Constantijn Huygensprijs en de internationale prijs voor jeugdliteratuur, de Hans Christian Andersenprijs.

De kracht van haar werk? Ze dacht vanuit een kinderlijk perspectief: “De leeftijd die ik zelf altijd gehouden heb, is acht. En ik schrijf toch eigenlijk voor mezelf. Ik denk dat dat het hele punt is. Ik ben acht.”

Auteur: Eva Bleeker

Publicatiedatum: 26/05/2015

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.