Bedienden waren er genoeg in de Gouden Eeuw, maar hoe was het om als zwarte jongen tussen rijke dames en heren rond te lopen? De Hoornse verhalenverteller Julian Wijnstein kruipt in de huid van zo’n donkere bediende.
Het is mysterieus, het is ver weg, en er worden in de ogen van menig Europeaan fascinerende gewoontes op na gehouden. Japan heeft altijd een bepaalde aantrekkingskracht gehad. Vanaf het midden van de negentiende eeuw lieten diverse kunstenaars zich inspireren door het land. Eén van hen was Lizzy Ansingh. Het onderwerp van veel van haar schilderijen: poppen. Hoe is dit te rijmen met Japan?
Vol verwachting klopt menig kinderhart; Sinterklaas is in aantocht. De verjaardag van de goedheiligman houdt de gemoederen van kinderen al eeuwenlang bezig, maar was ook een bron van inspiratie voor Hollandse schilders. Wie kent het beroemde Sint-Nicolaasfeest van Jan Steen niet? Op het schilderij dat in de eregalerij van het Rijksmuseum in Amsterdam hangt, waan je je in een knus Nederlands huishouden dat Sinterklaas viert. Het topstuk van Steen is een van de meest herkenbare en mooiste voorstellingen van een Sint-Nicolaasfeest, maar niet het enige doek met het kinderfeest als onderwerp.
Judith Leyster is de bekendste vrouwelijke schilder uit de 17de eeuw. De Haarlemse kunstenares is gezien haar schildertechniek waarschijnlijk in de leer geweest bij Frans Hals (1583-1666). Ze schilderde genrestukken, portretten en stillevens met als onderwerp vaak spelende kinderen of muzikanten. Als een van de weinige vrouwelijke schilders liet Leyster zich als lid inschrijven in het Haarlemse schildersgilde en werd, zover bekend, als eerste vrouw in 1633 vervolgens uitgeroepen tot ‘meester-schilder’.
In de Gasthuisstraat is op nummer 32 de poort van de voormalige Cluveniersdoelen, het onderkomen van de Cluveniersschutterij. Frans Hals schilderde twee schuttersstukken voor de Cluveniersschutterij, één in 1627 en één in 1633. Beide schilderijen kregen een plaats in de grote zaal van het hoofdgebouw. Tegenwoordig hangen de stukken in het Frans Hals Museum.
Op nummer 47 staat de poort van het voormalige Sint Elisabeths Gasthuis. Op de steen boven de deur is te zien hoe een zieke wordt vervoerd in een grote draagmand. Het St-Elisabeth Gasthuis was het ziekenhuis voor de armen. De rijke bovenlaag werd thuis verpleegd.
Dat de in Koog aan de Zaan geboren Jan Kruijver (1869-1950) een grote voorliefde aan de dag legde voor het afbeelden van molens, is niet verwonderlijk. Kruijver kreeg het met de paplepel ingegoten als zoon van een molenaar.
Impressionistische taferelen, overgoten met een vleug romantische nostalgie. Dat was het handelsmerk van autodidact Frans Mars (1903-1975), geboren en getogen Zaankanter.
In 1931 kreeg kunstschilder Arnout Colnot (1883-1983) uit Bergen een bijzondere opdracht. Het polderbestuur van de Schermer droeg hem op twee grote doeken van de Schermermolens te maken. Die stonden op het punt gesloopt te worden nadat de polder op elektrische gemalen was overgestapt.
Kleding als middel om status uit te drukken was een bekend fenomeen in vroegere tijden. Op schilderijen van voorname personen uit de zeventiende en achttiende eeuw in de collectie van het Amsterdam Museum komt dit duidelijk naar voren.
Op de tentoonstelling Dutch Utopia in het Singer Museum in Laren viel me het schilderij van de Larense omroeper Jan de Leeuw en zijn gezin uit 1905 op. Het bijna twee meter (!) hoge schilderij vertelt een hoofdstuk uit het verhaal over het Gooise kunstenaarsdorp. Wie was Jan de Leeuw en waarom koos juist de Amerikaanse kunstenaar Joseph Raphael hem en zijn gezin voor het grote groepsportret?