De Rijp

Drie families verbonden door graan Noord-Hollandse kerken: levend religieus erfgoed Land van Leeghwater, haringvissers en Betje De laatste Rijper reder van formaat Tijden van welvaart en armoe op ’t Schermereiland De Grote Kerk in De Rijp Grote kerk De Rijp Leeghwater: kleine ster met grote reputatie Land dat druipt van walvistraan

Rijke Rijpers

Van 21 augustus tot 17 januari is een tentoonstelling in Museum in ’t Houten Huis gewijd aan drie koopmansfamilies: de families Glazekas, De Wit en Nat.

>

Drie families verbonden door graan

Op het Schermereiland kreeg in de zeventiende eeuw de welvaart een voet aan de grond. Het nieuwe boek ‘Koopman in De Rijp’ van Leo den Engelse neemt ons mee in het leven van drie opeenvolgende koopmanfamilies in de Rijp, die door graanhandel en persoonlijke relaties met elkaar verbonden waren. De bedrijvigheid van De Rijp krijgt in zijn boek een gezicht.

>

Beklemmend en Bevrijdend: 75 jaar bevrijding in De Rijp

In 2020 is het 75 jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog ten einde liep. Hoe is die oorlog verlopen in en rond het Schermereiland, de Schermer en Starnmeer? Maar ook hoe werd de bevrijding gevierd? In Museum In ’t Houten Huis gaat vanaf 20 december tot en met 5 mei een tentoonstelling van start onder de titel ‘Beklemmend en Bevrijdend’.

>

Noord-Hollandse kerken: levend religieus erfgoed

Soms zijn ze klein, soms juist heel groot. Soms staan ze aan een plein in een drukke stad, soms in het midden van een klein dorpshart. En in uitzonderlijke gevallen beperkt het zich tot een zoldertje. Geen gebouw zo divers als de kerk.

>

Land van Leeghwater, haringvissers en Betje

Dit is het land van Leeghwater. De Rijp, ooit centrum van de haringvisserij. Van hier vertrokken walvisvaarders. Schippers kwamen aan uit Baltische havens. De Rijp bruiste van het leven. Met stank, stof en lawaai.

>

De laatste Rijper reder van formaat

Rond 1780 is De Rijp een schim van het welvarende dorp uit de 17e eeuw. Toch zijn er nog enkele rijke families die de walvisvaart en haringvangst gaande houden. Zo ook de doopsgezinde familie Boon. Vooral Jan Boon junior ontpopt zich als groot reder, handelaar en fabrikant en wordt een van de rijkste mannen van het Schermereiland.

>

Tijden van welvaart en armoe op ’t Schermereiland

De havenplaats De Rijp wordt in 1400 gesticht en maakt zich twee eeuwen later los van Graft. Het raadhuis uit 1630 staat symbool voor die zelfstandigheid en de welvaart. Het ‘Schermer Eylandt’ is dan nog écht een eiland: vanuit De Rijp zeilen schepen rechtstreeks de Zuiderzee op. De grote brand maakt daar een einde aan.

>

De Grote Kerk in De Rijp

‘De kleurrijke ramen van de Grote Kerk in De Rijp zijn een feest voor het oog, vooral als de zon schijnt. De glorie van de kerk wordt gevormd door de schitterende reeks van 23 gebrandschilderde ramen.’ Aldus een greep uit een van de lofzangen op de beglazing. De oorsprong van deze pracht gaat zes eeuwen terug naar slechts één houten kruis.

>

Grote kerk De Rijp

Bouwjaar 1655. Uniek zijn de 23 gebrandschilderde ramen. In de meeste kerken verloren gegaan, in De Rijp – niet zonder slag of stoot – bewaard gebleven.

>

Leeghwater: kleine ster met grote reputatie

Jan Adriaensz. Leeghwater: iedereen kent zijn naam. Hij is met afstand de beroemdste waterbouwkundige uit onze geschiedenis. Er zijn in Nederland maar liefst 61 straten naar hem vernoemd. Hij gaat immers door voor de man die eigenhandig in de ‘Gouden’ zeventiende Eeuw de Beemster, Purmer, Schermer en al die andere meren droogmaakte.

>

‘Een land druipende van walvisch traan’

Van tientallen meters afstand moet het de bezoeker al zijn opgevallen. Dat grote ivoorkleurige gevaarte, lichtjes gekromd en enkele meters lang. Als een sierlijke trofee hing het daar, aan de gevel van het in 1630 gebouwde raadhuis. Niet voor niets hing het op de meest prominente plek van het dorp.

>

Land dat druipt van walvistraan

Ze worden wel eens de eerste Nederlandse romanschrijvers genoemd: Betje Wolff en Aagje Deken. Het schrijversduo werd onafscheidelijk na de dood van Betjes man in 1777. Samen huurden ze een huis in De Rijp. “Wij woonen in een land druipende van walvisch traan…”, schreven de dames rond het jaar 1780.

>