Tijden van welvaart en armoe op ’t Schermereiland

De havenplaats De Rijp wordt in 1400 gesticht en maakt zich twee eeuwen later los van Graft. Het raadhuis uit 1630 staat symbool voor die zelfstandigheid en de welvaart. Het ‘Schermer Eylandt’ is dan nog écht een eiland: vanuit De Rijp zeilen schepen rechtstreeks de Zuiderzee op. De grote brand maakt daar een einde aan.

Tijden van welvaart

De zeevaart brengt de dorpen van het Schermereiland een ongekende welvaart. De schitterende oude raadhuizen (in De Rijp, Graft en Grootschermer) en de woningen van rijke reders en kapiteins getuigen daar nog van.
In het kielzog van de haring- en walvisvaart ontwikkelen zich takken van industrie die op het eiland voor grote bedrijvigheid zorgen: scheepsbouw, traankokerijen, zeildoekweverijen en lijnbanen waar hennep uit het Oostzeegebied wordt verwerkt tot visnetten en scheepstouw.

Brand in een dorp vol houten huizen

De Rijp is in de loop van haar geschiedenis meer dan eens getroffen door grote branden. Drie ervan, in 1654, 1657 en 1674, treffen het dorp op het hoogtepunt van haar bloei. Kort na elkaar leggen zij het grootste deel van de huizen in de as. Eén van gebouwen die gespaard blijft is het raadhuis, dat als één van de weinige gebouwen van steen is gebouwd.
De Rijp telt in de zeventiende eeuw veel houten huizen met rieten daken. Die zijn lichter en goedkoper dan huizen van steen.

 

Grote brand, De Rijp

De grote brand in De Rijp (1654), schilderij door Egbert van der Poel.

De grote brand van 1654

In de Driekoningennacht van 1654 luidt in de toren van de Grote Kerk de brandklok.
Een van de hennepklopmolens bij het dorp is in de zware storm in brand gevlogen. Brandende bossen hennep worden door de harde wind als fakkels over het dorp geblazen. Zij dalen neer op de rietgedekte huizen en houten pakhuizen vol touw, hennep, teer en olie.
In korte tijd voltrekt zich een enorme ramp. Ruim 400 woonhuizen, een aantal molens en 150 pakhuizen branden tot aan de grond toe af.

De grote brand verwoest tweederde van het dorp. De grootste rijkdom van De Rijp blijft gespaard: de meer dan zeventig haringbuizen in de haven.

Pas na de derde brand (1674) verbieden de Rijper bestuurders de bouw van geheel houten huizen. Nieuwe huizen moeten een pannendak en tot aan de goot in steen worden gebouwd. Door de economische neergang in 1700 halen deze voorschriften niet veel uit. Er worden maar weinig nieuwe huizen gebouwd en slechts mondjesmaat wordt meer steen gebruikt. Daarom telt het dorp nu nog altijd veel huizen met een houtskelet en een houten topgevel.

De Rijp vóór en tijdens de grote brand van 1654, Salomon Savery. Rijksmuseum

Tijden van armoede

Even snel als de welvaart is opgekomen, is het ook weer afgelopen met de economische bloei. De haring- en walvisvangst loopt terug en de rijke reders trekken weg.
In de dorpen van het Schermereiland is werken in de hennepnijverheid voor velen de enige broodwinning. Tot begin 1900 vindt een groot deel van de eilanders hierin een karig bestaan.

Publicatiedatum: 07/11/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.