Vijf malle molengeschiedenissen uit de Zaanstreek

Als herinnering aan de industriële glorietijd staan er nog altijd draaiende molens in de Zaanstreek. Aan veel bestaande en historische molens kleeft een mooi verhaal, wat in het bijzonder geldt voor dit merkwaardige vijftal.

De Zoeker

Deze stellingmolen uit 1676 leidde in de twintigste eeuw tot de oprichting van Vereeniging De Zaansche Molen, de oudste regionale molenvereniging van Nederland. Oliemolen De Zoeker aan de Zaandijker Sluissloot (Zaandijk) verloor zijn kap bij een brand in 1779, maar bleef verder behouden. Vanaf 1891 ging hij verder als verfmolen, totdat hij vijftien jaar later stil kwam te staan. In 1912 wist een apotheker er wel raad mee: hij plaatse er Belgische persen in en ging cacaodoppen vermengd met ongebluste kalk uitpersen voor de bereiding van het geneesmiddel theobromine. In 1914 volgde alweer een verbouwing tot oliemolen, waartoe het oliewerk van de gesloopte oliemolen Het Rad van Avontuur kon worden hergebruikt.

De Zoeker

De Zoeker Beeld: Wikimedia Commons

Op 26 februari 1925 raakte De Zoeker door een windhoos zwaar beschadigd. Sloop dreigde, maar een inzamelingsactie in de Zaanstreek bracht voldoende op om de molen te kunnen herstellen. De ramp leidde tot oprichting van Vereeniging De Zaansche Molen. In 1950 kocht de gemeente Zaandijk De Zoeker, die in bedrijf bleef het overlijden van molenaar Jacob Kit in 1954. Na vier jaar stilstand werd in 1958 een nieuwe exploitatievorm: in het ‘Olieslagerscontract’ participeerden ondernemingen die bereid waren de oliemolen permanent in bedrijf te brengen en te houden en gezamenlijk het te verwachten exploitatietekort te dragen. Door bebouwing zou de vrije windvang verloren gaan, dus is de molen verplaatst naar de Zaanse Schans op de voormalige plaats van de verbrande oliemolen De Wind. In 1968 was de herbouw voltooid en werd de molen overgedragen aan de Vereniging De Zaansche Molen. Sindsdien wordt er nog regelmatig op windkracht olie geperst uit aardnotenafval en cacaoschroot fijngemalen.

molen de Grootvorst

Molen de Grootvorst

De Grootvorst

Het bezoek van tsaar Peter de Grote in 1697 heeft sporen nagelaten in de Zaanstreek. Naast het Czaar Peterhuisje in Zaandam liet het vorstelijke bezoek een tweede tastbare herinnering achter in de Zaanstreek: pelmolen De Grootvorst, die tot 1928 aan de Kalverringdijk stond. Oorspronkelijk heette deze ‘De Czaar van Moscovien’ of ‘De Grootvorst van Moskovien’, waarmee verwezen werd naar de tsaar. Wanneer de molen precies werd gebouwd is onduidelijk: mogelijk in 1697 maar de molen begon voor het eerst pas te malen in april 1700.

De fatale brand van De Grootvorst in 1928

De fatale brand van De Grootvorst in 1928 Beeld: Vereeniging Zaansche Molen

Rokende puinhoop

Dat het jaar 1697 blijft rondzingen komt vooral door een verhaal van molenkenner Boorsma. Hij vertelt dat Peter de Grote een vaartocht maakte over de Zaan en bij de in aanbouw zijnde molen liet aanleggen om er eigenhandig wat werk aan te verrichten. Als dat waar is, heeft hij daar vast zijn vriend Cornelis Cornelisz. Calff gezien die de eigenaar was van De Grootvorst. Hoe dat ook zij, het was Calff die met de naam De Grootvorst van Moskovien zijn Russische vriend wilde eren. In de eerste helft van de negentiende eeuw ging dit eerbetoon verloren. Na een periode van stilstand was De grootvorst begin 1928 weer operationeel, maar op 28 maart van dat jaar ging hij verloren toen een aanpalende meelfabriek in brand vloog. Van de molen bleef slechts een rokende puinhoop over.

De Windhond

De Windhond Beeld: Wikimedia Commons

De Windhond

Dit biksteen- en slijpmolentje staat op de Zaanse Schans, op het erf van de Schuitenmakerij langs de Leeghwaterweg. Het is de laatste originele biksteenmolen in de Zaanstreek, waar in het verleden tientallen van dit soort molentjes stonden, dikwijls op achtererven of op een schuurtje. Veel exemplaren zijn door jongeren neergezet en bemalen, zodat ze een centje konden bijverdienen met de handel in steengruis, dat je kon gebruiken om messen te slijpen of als schuurmiddel. Biksteenmolentjes hadden daardoor soms merkwaardige vormen, zoals een veredelde zeepkist met roeden of een paltrok-model. De kwaliteit was niet zo best, want de bouw ervan mocht natuurlijk niets kosten, evenmin het onderhoud. Hierdoor is er nog maar eentje overgebleven.

Lattenpikker

De Windhond is in 1890 gebouwd door Zaankanter Jan Zwart, als verjaarscadeau voor zijn zevenjarige zoon Tijmen. Die heeft het minibedrijfje tot 1921 draaiende gehouden, want toen verkocht hij de molen en werd deze verplaatst naar het Blauwe Pad in Zaandam. Bij de herbouw werd de Windhond omgebouwd tot een ‘lattenpikker’, een houtzaagmolentje. In 1929 werd de molen nogmaals verplaatst, nu naar het Mr. Cornelispad in Zaandam. Daar werd opnieuw biksteen gemalen, maar ook glas gestampt voor het maken van schuurpapier. In 1965 schonk eigenaar Pieter Offenberg de molen aan Stichting de Zaanse Schans en werd de Windhond voor de derde keer overgeplaatst. Na een renovatie in 2008-2009 wordt de molen regelmatig in werking gesteld.

Oliemolen De Ooievaar

Oliemolen De Ooievaar

Borrelnoten

Op terrein van borrrelnootjesgigant Duyvis staat nog altijd een oude oliemolen, De Ooievaar. Deze in 1622 gebouwde bovenkruier maalde cacaoafval en olie. In 1955 kocht De Zaansche Molen de verwaarloosde oliemolen aan. De Ooievaar is nooit in het bezit geweest van de naastgelegen nootjesgigant, zoals Wikipedia ons wil doen geloven. Wel was de markante molenschuur lange tijd eigendom van Duyvis, totdat De Zaansche Molen ook deze in 2009 overnam. Omdat de oliemolen op het fabrieksterrein staat, ingebouwd tussen de opslagsilo’s en fabrieksgebouwen, is deze niet toegankelijk voor het publiek. Daarom hopen de eigenaren dit jaar de Molenprijs te winnen. Met de bijbehorende financiering moet de oude insteekhaven met houten hijskraan naast de molen worden teruggebracht. Zo wordt de historische situatie hersteld en wordt toegang tot de molen, via het water, een bijzondere ervaring voor bezoekers.

De Schoolmeester, Westzaan, 2014

De Schoolmeester, Westzaan, 2014 Beeld: Arie Butterman

De Schoolmeester

Deze zeventiende-eeuwse molen aan het Guispad, de wegverbinding russen Zaandijk en Westzaan, is de laatste windpapiermolen ter wereld. De naam – De Schoolmeester – verwijst waarschijnlijk naar het beroep van zijn oprichter, maar waar komt de bijnaam ‘De Gauwdief’ toch vandaan? Die zou te maken hebben met de snelheid waarmee de molen kon draaien en het gemak waarmee bij zelfs van een zwak windje profiteerde. Of de naam verwijst naar de nabijgelegen Gouw. Vanaf 1692 produceerde de molen grauwpapier, maar vanaf de late achttiende eeuw ook betere papiersoorten. De industriële revolutie ging niet voorbij aan De Schoolmeester: in 1877 werd de molen gemoderniseerd. Voortaan werd een langzeefmachine aangedreven door een stoommachine, die pas in 1948 is vervangen door een benzinemotor. Voor grote branden is de molen gespaard gebleven, maar in 1949 verwoestte een zware noordwesterstorm de droogschuur. De molen bleef in bedrijf bij de firma Gebrs. de Jong, maar rendabel was het allang niet meer. Tegenwoordig wordt er nog steeds Zaansch bord in diverse kleuren gemaakt.

Industrieel Erfgoed

2015 is het Europese jaar van het Industrieel Erfgoed. Oneindig Noord-Holland vertelt aan de hand van dit themajaar de geschiedenis van het Noordzeekanaalgebied en de Zaanstreek. De provincie Noord-Holland is hierin een belangrijke partner omdat zij het industrieel erfgoed wil behouden en de beleving hiervan door haar bewoners en bezoekers zo breed mogelijk maken. Dit verhaal is onderdeel van deze campagne. Klik hier voor het overzicht van alle verhalen.

Industriecultuur

Het industrieel erfgoed van Noord-Holland wordt in de schijnwerpers gezet met het Festival Industrie Cultuur. De festivalactiviteiten vertellen het verhaal van de industrie toen en nu. Van historische windmolens aan de Zaan tot de staalindustrie in IJmuiden, iedereen is uitgenodigd industriecultuur van Noord-Holland te beleven op verschillende en verrassende manieren. Het festival concentreert zich hierbij vooral op de Zaanstreek en het Noordzeekanaalgebied, waar de industriële motor van de metropoolregio zich bevindt.

Publicatiedatum: 07/10/2015