Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

Van Zwarte Markt tot Bazaar Beverwijk

In het kleine Beverwijk huist, naar verluidt, de grootste overdekte markt van Europa. De Beverwijkse Bazaar is voor veel mensen een dagje vakantie in eigen land, waar ze kunnen genieten van koopwaar en gerechten uit de hele wereld. Maar weinigen weten dat de voorloper van de Zwarte Markt, zoals de Bazaar jarenlang bekendstond, al veel ouder is. Wel 750 jaar, om precies te zijn, toen Beverwijk marktrechten kreeg van graaf Floris V.

Beverwijk lag destijds aan het Wijkermeer, een uitloper van het IJ in het hart van Kennemerland. De plaats was in de late middeleeuwen ontstaan uit de samenvoeging van twee kleinere nederzettingen: Sint Aechtendorp of Beverheem, rond de huidige Wijkertoren, en de Wijc, een handelsplaatsje aan de rand van het Wijkermeer. De naam Beverwijk wordt voor het eerst genoemd in een privilege uit 1276, waarin graaf Floris V de inwoners het recht verleende om een wekelijkse markt te houden. Dit was een belangrijke erkenning voor het jonge Beverwijk.

In 1298 kreeg Beverwijk zelfs stadsrechten van Floris’ zoon en opvolger, graaf Jan I. Hierdoor hadden de Beverwijkers ineens veel meer zeggenschap over hun eigen stad. De markt van Beverwijk groeide uit tot een knooppunt van handel in de regio. Uit alle omliggende dorpen kwamen mensen hun waar op de markt aanbieden. Zoals het naburige Wijk aan Zee, waar de inwoners leefden van de visserij. Met speciale pinken visten ze op de Noordzee. Zodra de boten op het strand getrokken waren, brachten de vrouwen de gevangen vis in manden naar Beverwijk toe om te verkopen.

Gezicht aan het Wijkermeer, ca. 1780-1820. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Aardbeien uit Beverwijk

In de eeuwen die volgden, bleef de Beverwijkse markt een belangrijke ontmoetingsplek voor de regio. Maar een waardige concurrent van Haarlem of Alkmaar zou de stad nooit worden, tot grote spijt van haar inwoners en de Hollandse graven. In 1514 werd het Beverwijkse stadsbestuur gevraagd hoe de stad er financieel voorstond, ten behoeve van een nieuw in te voeren belasting. Uit het antwoord blijkt dat de omstandigheden nogal armzalig waren. Een grote brand had twee jaar eerder maar liefst 82 van de 204 huizen in de as gelegd, waardoor de economie zwaar getroffen was.

Tijd om overeind te krabbelen kreeg de stad niet, want enkele jaren later volgde een plundering door het leger van Grote Pier en in 1577 werd Beverwijk nagenoeg geheel verwoest door Spaanse troepen tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Werkelijk alles lag in puin. Beverwijk werd weer opnieuw opgebouwd, maar wist haar vroegere handelspositie niet meer terug te krijgen. Vanaf dat moment richtte de stad zich op Amsterdam voor haar dagelijks onderhoud. ‘Wijker boertjes’ legden zich toe op het verbouwen van tuinbouwgewassen, zoals aardbeien, die op schepen over het Wijkermeer en het IJ naar Amsterdam gebracht werden. In de zomermaanden werkten velen op de buitenplaatsen van Amsterdamse kooplieden in de buurt, zoals Akerendam, Scheybeek en Westerhout.

Buitenplaats Westerhout in Beverwijk, ca. 1730-1734. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

De komst van de Hoogovens

Voor de aanleg van het Noordzeekanaal in 1876 werd het Wijkermeer drooggelegd en verkaveld. Het was toen al een tijd lang dichtgeslibd en niet meer goed bevaarbaar. Gelukkig kreeg Beverwijk wel een eigen haven, die dankzij een smal water met het Noordzeekanaal in verbinding stond. Ook was er inmiddels een station van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij geopend, op de spoorlijn Haarlem-Uitgeest. Hoewel de industrialisatie nu langzaam op gang begon te komen, bleef de tuinbouw nog tot het begin van de twintigste eeuw een belangrijke bron van inkomsten.

De komst van bekende bedrijven, zoals de Beverwijksche Conservenfabriek, tapijtknoperij Kinheim en de Firma Van Hattum en Blankevoort, zetten Beverwijk op de kaart. In 1918 werden enkele honderden hectare duin- en bosgrond boven het Noordzeekanaal aangekocht voor de aanleg van de Hoogovens (het huidige Tata Steel), die een grote stempel op het gebied ten zuiden en westen van Beverwijk zouden drukken. Al deze bedrijven trokken nieuwe werknemers aan, waardoor de bevolking van Beverwijk in rap tempo groeide. Niet alleen vestigden gezinnen uit andere provincies zich in Beverwijk, maar ook gastarbeiders uit andere landen, zoals Italië, Spanje, Turkije en Marokko.

Terrein van de Koninklijke Nederlandse Hoogovens en Staalfabrieken, ca. 1965. Beeldcollectie van de gemeente Haarlem, Noord-Hollands Archief.

Vlooienmarkt moet dicht

De bereikbaarheid van Beverwijk werd flink vergroot door de opening van de Velsertunnel onder het Noordzeekanaal in 1957. Dit is de oudste snelwegtunnel van Nederland. Hiervoor moest een groot stuk infrastructuur ten zuiden van Beverwijk aangepast worden. Dit bleek later bepalend voor het ontstaan van twee landelijke trekpleisters van Beverwijk: de Meubelboulevard en de Bazaar. De Meubelboulevard aan de Parallelweg was de eerste van zijn soort in Nederland. Tegenwoordig is dit uitje voor de regenachtige zondag niet meer weg te denken uit het leven van veel Beverwijkers.

De Zwarte Markt begon als vlooienmarkt, waar particulieren tweedehands spulletjes verkochten. Collectie foto’s van de gemeente Beverwijk, Noord-Hollands Archief.

De Bazaar begon op 13 september 1980 onder de naam ‘Zwarte Markt’ in het gebouw van de toenmalige groente- en bloemenveiling. De eerste Zwarte Markt, waar particulieren tweedehands spulletjes verkochten, trok maar liefst 500 standhouders en wel 14.000 bezoekers. Maar oprichter Ben van Kampen weigerde zich te houden aan de Winkelsluitingswet, die bepaalde dat winkels en markten op zondag gesloten moesten zijn, zelfs na een uitspraak van de Haarlemse rechter. Daarom werd de Zwarte zondagsmarkt op 13 maart 1983 door de politie ontruimd, nadat standhouders de toegang hadden gebarricadeerd. Tegen Van Kampen werd een proces verbaal opgemaakt.

Krantenbericht over de ontruiming van de Zwarte Markt uit De Telegraaf, 14 maart 1983. Via Delpher.

Toeristische trekpleister

De Zwarte Markt overleefde deze crisis door een scheiding aan te brengen tussen de verkoop van particulieren – tweedehands spullen mochten volgens de wet wél op zondag verkocht worden – en professionele handelaren, die hun waar voortaan alleen op de zaterdag zouden verkopen. Vanwege het grote succes van de Zwarte Markt kwam er in 1982 ook een Oosterse Markt bij, waar onder meer levensmiddelen verkocht werden. Deze markt, die in de volksmond de ‘Turkenmarkt’ genoemd werd, kreeg in 1984 een speciale religieuze vrijstelling om te mogen verkopen op de zondag, omdat voor de vele islamitische handelaren niet de zondag een rustdag was, maar juist de vrijdag.

De oosterse Markt op zondag 11 augustus 1985. Collectie foto’s van de gemeente Beverwijk, Noord-Hollands Archief.

Datzelfde jaar werd ook de koopzondag landelijk geïntroduceerd, hoewel winkels toen nog vastzaten aan maximaal vier koopzondagen per jaar. Dat aantal werd in 1993 uitgebreid naar acht. Maar dankzij de toerismebepaling kregen gemeenten tegelijkertijd de mogelijkheid om af te wijken van de landelijke sluitingstijden, als er sprake was van toerisme in de gemeente. De gemeente Beverwijk maakte slim gebruik van de nieuwe bepaling door de Zwarte Markt aan te wijzen als toeristisch gebied, waardoor de complete markt vanaf dat moment het hele weekend open mocht zijn.

De Zwarte Markt in 1986. Collectie foto’s van de gemeente Beverwijk, Noord-Hollands Archief.

‘Vakantie zonder reiskosten’

Tegenwoordig wordt de Beverwijkse Bazaar, zoals de Zwarte Markt sinds 1994 heet, nog steeds neergezet als een dagje uit. ‘Een vakantie zonder reiskosten’, is op de website te lezen. Op het industrieterrein van Beverwijk zijn nu winkels, outlets, kramen en horeca uit alle delen van de wereld te vinden. Qua bezoekersaantallen doet de Bazaar dan ook niet onder voor Madurodam of het Nederlands Openluchtmuseum. Zo heeft Beverwijk toch nog de landelijke uitstraling gekregen waar de Hollandse graven in de dertiende eeuw op hoopten – en dat alles dankzij een markt.

Wil je meer weten over de geschiedenis van de markt in Beverwijk? Bezoek dan de tentoonstelling ‘Markt & Macht’ in Museum Kennemerland, samengesteld ter gelegenheid van 750 jaar marktrecht in Beverwijk. Het museum is geopend op woensdag van 13.00 tot 16.00 uur en zaterdag en zondag van 11.00 tot 16.00 uur. Meer informatie over het jubileumjaar is te vinden op www.beverwijkviert.nl.

Bezoekers kopen een broodje op de Beverwijkse Bazaar, 2013. Collectie foto’s en negatieven van fotojournalist Kees Blokker, Noord-Hollands Archief.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Bronnen:

Publicatiedatum: 04/06/2026

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.