Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

Brambergen: de oudste boerderij van ’s-Graveland?

Waar nu de weelderige buitenplaatsen van ’s-Graveland liggen, was 400 jaar geleden nog woeste heidegrond. Dat alles veranderde toen welgestelde Amsterdammers in 1625 toestemming kregen om het gebied te ontginnen. Langs het Noordereinde verschenen talloze boerderijen, die later plaats maakten voor luxe buitenhuizen. Maar één boerderij uit 1634 behield al die tijd zijn bescheiden karakter: ’t Huys Brambergen.

De naam ‘Brambergen’ is al veel ouder dan de huidige boerderij. Op een kaart uit circa 1525 staan ten westen van Hilversum verschillende heuvels getekend op de plek van het latere ’s-Graveland. Hier worden onder meer Brambergen en Wolfsbergen genoemd, namen die tijdens de ontginningen van de zeventiende eeuw waarschijnlijk nog bekend waren. Het is aannemelijk dat de nieuwe boerderijen naar de oude heuvels genoemd zijn, toen deze afgegraven werden.

Op andere plekken in het Gooi zijn nog wel heuvels overgebleven. De bekendste en hoogste is de Tafelberg bij Blaricum, maar ook in Hilversum zijn de Trompenberg en Boomberg nog te herkennen – al was het maar in de namen van straten en wijken. In deze tijd van hoge heuvels en woeste heidevelden, waren de Erfgooiers heer en meester in het Gooi. Deze boeren met gebruiksrecht op de gemeenschappelijke gronden lieten hun schapen grazen in het gebied van het huidige ’s-Graveland.

Kaart van Gooiland, van Hilversum tot Vreelandt en Naerden tot Weesep, 1636. De rechte, groene stroken bovenaan de kaart zijn de nieuwe kavels van ‘s-Graveland. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Goois zand naar Amsterdam

Dit alles veranderde toen een groepje welgestelde Amsterdammers in 1625 toestemming kreeg om het gebied te ontginnen. Ze verdeelden het land in rechte kavels, die nu nog steeds terug te zien zijn in het landschap. De zandgronden werden afgegraven en het zand per trekschuit over de ’s-Gravelandse Vaart naar Amsterdam vervoerd. Daar werd het gebruikt voor de grote stadsuitbreidingen van de zeventiende eeuw, waarbij de grachtengordel en de Jordaan werden aangelegd.

Mest en huisvuil uit Amsterdam kwamen naar ’s-Graveland terug om de schrale grond vruchtbaarder te maken, zodat die geschikt zou zijn voor landbouw. Een dikke bolsterlaag van 20 cm werd gestort op het zand, zodat er boekweit verbouwd kon worden en weidelanden gecreëerd konden worden voor vee. Hierdoor worden op de buitenplaatsen nog steeds wel eens zeventiende-eeuwse scherven, pijpenkopjes en andere kapotte gebruiksvoorwerpen aangetroffen. Molshopen en kluiten van omgevallen bomen blijken de perfecte vindplaatsen voor dit soort kleine schatten.

Bodemvondsten van de ‘s-Gravelandse buitenplaatsen liggen tentoongesteld in het Bezoekerscentrum van Natuurmonumenten op Brambergen. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Ontginningsboerderij wordt speelhuis

De Amsterdamse eigenaren wilden dat hun investering zich snel zou terugbetalen en daarom lieten ze het land bewerken door pachters. Die waren verplicht om binnen twee jaar twee ‘huijsmanshuijsen’ te bouwen op hun kavels, de voorlopers van de boerderijen. Van deze boeren uit de begintijd van ’s-Graveland is helaas weinig overgeleverd. We weten niet wij zij waren, alleen wie de eigenaar van de grond was. Die werden namelijk nog wel eens op schilderijen afgebeeld met hun buitenplaats, maar de boer of boerderij zijn daar zelden op terug te zien.

De werklieden die in de huijsmanshuijsen verbleven, waren de eerste jaren vooral bezig met het afzanden en vruchtbaar maken van de grond. Als deze eenmaal geschikt was om iets te verbouwen, veranderden de kleine woningen in ‘bouhuijsen’. Al snel ontdekten ook de eigenaren dat het hier in de zomermaanden best aangenaam vertoeven was. Het was een stuk koeler en groener dan in de stad, waar de grachten bij warm weer een penetrante stank verspreidden. De ontginningsboerderijen kregen nu een functie erbij: als ‘speelhuijs’ van de eigenaar.

Pleziertochtje op de Gravelandse Vaart, ca. 1780. de versierde sloep is waarschijnlijk een huwelijksbootje. Op de weg links een vrouw met een juk met melkemmers. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Heerlijk buitenleven

Aanvankelijk verbleven de eigenaars vooral voor korte bezoeken in de verhoogde opkamers van de boerderijen, maar binnen een eeuw kregen vrijwel alle boerderijen een herenvoorhuis aangebouwd. Dit huis, gelegen dwars voor de boerenvertrekken en stallen, bood zowel het gezin van de eigenaar als dat van de boer meer comfort en privacy en droeg bij aan de status van de buitenplaats. Nu stond er geen simpele boerderij meer, maar een heuse hofstede of ‘heerschapswoning’. Het pittoreske boerenleven op het landgoed diende als decor voor de eigenaar en zijn familie in het herenvoorhuis.

In 1658 beschrijft Joost van den Vondel het zomerse leven op de ’s-Gravelandse buitenplaatsen op lyrische wijze:

‘Hier quamen stallingen, en hoeven voor den dagh,
Palaizen, vee en vrucht, en laenen, en waeranden.
(…) Hier draegen
De boomen lecker ooft. Hier vliegen, en hier jaegen,
De jonkers naar patrijs, en hazen jaghtgezwint,
Met snuffelende brack, en vluggen hazewint.’

Een van de bekendste en meest luxueuze buitenplaatsen van ‘s-Graveland is Trompenburgh, het zomerverblijf van Cornelis Tromp. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.

Vrouwe van Anckeveen

Ook Brambergen begon rond 1634 als een eenvoudig houten huis of schuur, gebruikt voor de ontginning van de zandgronden. Eigenaresse Maria Elisabeth de Wael liet de huijsmanswoning rond 1725 verbouwen tot een stenen hallenhuisboerderij, met een dwars geplaatst voorhuis. In dit voorhuis werd gewoond, in het achterhuis gewerkt. De verhoogde opkamer is in het voorhuis nog steeds te herkennen aan de hoog geplaatste ramen.

Meestal werd de opkamer gebruikt door de welgestelde ‘Heer’ uit de stad, maar in het geval van Brambergen was dit Vrouwe de Wael, die ook wel de ‘Vrouwe van Anckeveen’ genoemd werd. Zij stond bekend als een groot weldoenster voor ’s-Graveland, die de bouw van kerken en woningen voor de armlastige burgers en boeren mogelijk maakte.

Maria Elisabeth de Wael liet Brambergen verbouwen tot een stenen boerderij met dwars geplaatst voorhuis. De verhoogde opkamer is te herkennen aan de hoog geplaatste ramen. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Brambergen als toegangspoort

In 1736 werd hofstede Brambergen verkocht aan Salomon Dedel, die de naastgelegen buitenplaats Boekesteyn bewoonde. Sindsdien is Brambergen geen eigen buitenplaats meer, maar onderdeel van Boekesteyn. Die tweedeling is nog steeds terug te zien op het landgoed. In het noordelijke deel ligt een dicht parkbos dat bij Boekesteyn hoorde, in het zuiden de akkers en weilanden van Brambergen.

Langs de landerijen van Brambergen wandel je zo het bos van Boekesteyn in. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Terwijl de andere hofstedes aan het Noordereinde steeds groter en luxer werden, behield Brambergen al die tijd zijn agrarische karakter. De boerderij is nu nog vrijwel hetzelfde als in de achttiende eeuw en op de voorgevel prijkt nog altijd zijn oude naam: ’t Huys Brambergen. Het schuurgedeelte is in de twintigste eeuw wel twee keer opnieuw opgebouwd. Twee jaar na een brand in 1990 kocht Natuurmonumenten Boekesteyn samen met Brambergen van het farmaceutische bedrijf Solvay-Duphar. De eenvoudige boerderij is tegenwoordig het startpunt van een bezoek aan de weelderige ’s-Gravelandse buitenplaatsen.

In de schuur van Brambergen bevindt zich het Bezoekerscentrum van Natuurmonumenten. Het is een mooi startpunt voor wandel- en fietsroutes, kinderfeestjes, watersafari’s en nog veel meer. In het gebouw naast de schuur zijn bovendien café-restaurant Brambergen en de Sterrenwacht Gooi en Vechtstreek gevestigd. Ook de bijbehorende natuurspeeltuin is een bezoekje waard.

De schuur van Brambergen is tegenwoordig het Bezoekerscentrum van Natuurmonumenten. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Tekst en omslagfoto: Sarah Remmerts de Vries

Bronnen:

  • Bezoek aan het Bezoekerscentrum van Natuurmonumenten in boerderij Brambergen.
  • Boerderij Brambergen, Natuurmonumenten.
  • Ineke de Ronde red., 400 jaar ’s-Graveland (Hilversum 2025).
  • Angelique Aerts, Lisette van Effrink en Michiel Purmer, Buitenplaatsen van ’s-Graveland. Een cultuurhistorische wandeling (Utrecht 2025).

Publicatiedatum: 16/07/2026

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.