Van vodden tot vliegtuigen

‘Vodde, wie heeft er nog vodde’, een kreet die veel mensen nog wel bekend in de oren klinkt. Want tot in de jaren zestig kwamen de voddenmannen nog langs de deur met paard-en-wagen, handkar of bakfiets, om lompen en vodden op te halen. Samen met de schillenboer en de vele venters zijn ze nu uit het straatbeeld verdwenen, maar jarenlang vormden ze een belangrijke schakel in de goederenkringloop.

Al werden de kledingstukken eindeloos versteld, ook toen was er een moment waarop de sokken niet meer te stoppen waren. Ze belandden dan in een oude zak of mand, die speciaal voor de lompenhandelaar klaarstond. Als hij de straat inreed, en zijn kreet werd gehoord, kwamen de lorren tevoorschijn. De voddenman pakte zijn unster (een hangweegschaal), woog de lorren en bood een prijs. Er werd nog wat onderhandeld, en de lompen wisselden al dan niet van eigenaar. Soms nam de voddenman ook oud ijzer en andere rommel mee. Alles werd doorverkocht aan groothandelaren, die de materialen sorteerden en weer doorverkochten.

Achterdam

In Alkmaar was een van die bedrijven het nog steeds bestaande ‘Maasdam en Dekker’, opgericht rond 1950 door de firmanten Janus (Adrianus) Maasdam en Jan Dekker. Ze begonnen in een paar pakhuisjes op de Achterdam een handel in lompen en oude metalen. Dagelijks trokken de leurders met hun bakfietsen vol vodden, kranten en allerlei metalen voorwerpen naar het bedrijf. In de loop der jaren nam de verwerking van oude metalen een steeds grotere plaats in. Het bedrijf is al sinds lange tijd gevestigd op het industrieterrein Huiswaard. Het oude metaal ging vanaf het begin naar de Hoogovens, het oude papier naar de papierfabrieken en de lompen naar een fabriek waar er poetslappen van gemaakt werden.

De tjalk Reina, afgemeerd bij de loods van Maasdam en Dekker.

Jarenlang werd de met schroot geladen tjalk door de sleepboot Tosca van Herman Schot naar de Hoogovens gesleept. Op de achtergrond de bandenhandel ‘Frieschebrug’ van Mol en Blom. Beeld: foto aangeleverd door Maasdam en Dekker.

De tjalk Reina, afgemeerd bij de loods van Maasdam en Dekker.De tjalk Reina, afgemeerd bij de loods van Maasdam en Dekker.

Snelle groei

In het begin trokken de firmanten er nog zelf dagelijks met de bakfiets op uit, maar de vraag naar grondstoffen was in de naoorlogse jaren zo groot, dat het bedrijf snel groeide. In 1958 werkten er tien man aan het sorteren en uitzoeken van de binnengebrachte materialen en de firma bezat twee schepen en meerdere vrachtwagens om het afval te vervoeren. De lompen en metalen werden dagelijks aangevoerd door een dertigtal kooplieden, die in stad en wijde omgeving hun ronde deden. Vooral in het voorjaar, in de tijd van de grote schoonmaak, was het een drukke tijd.

Topstukken tussen het schroot

Een hobby van de firmanten was het verzamelen van antieke voorwerpen, die tussen de lompen op de bakfiets werden aangevoerd. In een pakhuis aan de Sliksteeg was zelfs een klein museum ingericht, en wie nu het kantoor aan de Koedijkerweg binnenloopt, waant zich nog steeds in vervlogen tijden. Zijn er nu vooral oude onderdelen uit de scheepvaart te zien, vroeger stonden er allerlei voorwerpen, van kunstwerkjes tot oude bijbels. Maar de topstukken waren wel twee antieke auto’s uit 1912 en 1923.

Ad Maasdam in 1952 achter het stuur van de Charron uit 1912, met op de achtergrond de Friesebrug.

Beeld: ANDO (foto aangeleverd door Maasdam en Dekker).

Ad Maasdam in 1952 achter het stuur van de Charron uit 1912, met op de achtergrond de Friesebrug.Ad Maasdam in 1952 achter het stuur van de Charron uit 1912, met op de achtergrond de Friesebrug.

Charron

De oudste auto was er een van het Franse merk Charron, gekocht door Maasdam en Dekker in 1952. Er zat voldoende koper aan om hun belangstelling te wekken, en na enig loven en bieden verhuisde de auto naar hun pakhuis. Al snel vroegen de medewerkers zich af, of ‘dat ding’ nog zou kunnen ‘lopen’. De Charron bleek nog in goede staat, want nadat een paar monteurs even in zijn binnenste hadden gekeken, wisten ze al snel met de magneetontsteking de motor met vier cilinders aan de praat te krijgen. Maasdam en Dekker vergaten dat het koper zoveel centen per kilo opbracht en lieten hun aanwinst netjes in de verf zetten. En op een zaterdagmiddag in september 1952 kroop Janus Maasdam achter het stuur om een proefritje te maken. Hij was bepaald niet ontevreden over de capaciteiten van de Charron. Met hellingen had het wagentje problemen, maar op de vlakke weg liep het altijd nog tegen de veertig kilometer per uur, voldoende om in de zomermaanden een rustig plezierritje te maken.

Marinevliegtuigen

Een ander hoogtepunt uit de bedrijfsgeschiedenis had te maken met het vliegdekschip ‘Karel Doorman’. Toen de marine eind jaren zestig besloot dit grootste marineschip ooit uit de vaart te nemen, werden de vliegtuigen gestald op marinevliegkamp ‘De Kooy’ bij Den Helder. Per inschrijving werden ze voor de sloop verkocht, en Maasdam en Dekker besloten om ook eens mee te doen. Tot hun eigen verbazing bleken ze uiteindelijk de koper. Per dekschuit werden de vliegtuigen naar Alkmaar vervoerd. Jarenlang was op het terrein aan de Koedijkerweg nog een aantal vliegtuigen te zien. Mocht u er nog een foto van hebben, laat het ons dan weten.

Auteur: Paul Post

Publicatiedatum: 17/08/2011