Schaatsdrama op de Zuiderzee

Als Koning Winter met strenge hand regeerde, werd tante onrustig. ‘Ja kien,’ zei ze dan op z’n Wierings, ‘toen vroor het ook zo hard.’ Tante haalde  de doos met krantenknipsels van zolder en vervolgens kwam het hele verhaal op tafel. Zo werd ik, aandachtig luisterend en nog maar een kind, deelgenoot van haar familiedrama waarbij vader, broer en opa omkwamen.

Schaatstocht naar Kolhorn

Op 16 januari 1901 was de Zuiderzee veranderd in een gladde ijsvloer. Reeds vele jaren daarvoor hadden Simon Wigbout (70) en zijn broer Piet (68) een schaatstocht van het eiland Wieringen naar Kolhorn en weer terug met succes volbracht. Komende uit een oud geslacht van vissers en schaatsers, waren ze als geen ander bekend met de Zuiderzee. Op die januaridag waagden vijf Wieringers opnieuw de tocht op de schaats naar Kolhorn. Bij het Hoelmerhaventje werden bij een nog donkere ochtend om half acht de gladde ijzers ondergebonden. Toen vertrokken Simon Wigbout, zijn broer Piet, diens zoon Jan (44) en een kleinzoon, Piet jr. (16). Ook buurjongen Kraan ging mee. Allen waren voorzien van lijnen en haken, om elkaar letterlijk vast te houden en niet uit het oog te verliezen.

Ongerust

Niet lang nadat ze waren vertrokken voelde Simon zich niet lekker, hij besloot terug te keren. De anderen gingen door richting Kolhorn waar ze na een overnachting de volgende dag weer huiswaarts zouden gaan. Toen de dagen verstreken en op het thuisfront taal noch teken van het viertal kwam, nam de ongerustheid toe. Al gauw kwam vast te staan dat de schaatsers nooit in Kolhorn waren aangekomen. De verslagenheid op het eiland werd met de dag groter. Wieringer vissers besloten het ijs te breken en gingen met hun aken zoeken, evenals de marine en de Zuiderzeepolitie. Echter tevergeefs. Toen eind februari de dooi inviel werd ook nog langs de Friese kust gezocht, helaas zonder resultaat.

Diewertje

Intussen kwijnde Diewertje Wigbout, de echtgenote van Piet, weg van verdriet om het lot van haar man, zoon Jan en kleinzoon Piet jr. Ze stierf op 2 maart 1901, nog voor de lichamen van haar geliefden waren geborgen. Het eerste lichaam dat werd gevonden was van buurjongen Kraan. Het horloge dat hij nog droeg was stil blijven staan om even over negen. Daaruit bleek dat het fatale moment zich waarschijnlijk al na anderhalf uur schaatstocht had voltrokken. Pas drie maanden later werden ook Piet sr. en Piet jr. gevonden. In de maand mei werd het laatste slachtoffer, de 44-jarige Jan, geborgen. Hij had de schaatsen nog onder.

Graftekst

Simon Wigbout, die had besloten terug te gaan, zou de tragedie zijn hele verdere leven met zich meedragen. Zijn ommekeer werd zijn redding. De anderen verdronken in het ijskoude water. Het verhaal van die schaatstocht heeft hij vele malen verteld. Hij leefde na de ramp nog zestien jaar en werd 86 jaar. De Wigbouts liggen aan de noordzijde van de Hippolytuskerk begraven, ter weerskanten van de door verdriet gestorven Diewertje. Rond hun graf staat een hekje en daarachter is op twee zuilen – gebroken zuilen om het voortijdige levenseinde te symboliseren – te lezen:
‘De rustplaats eener lieve moeder. Na pijnlijke leed en zielesmart Brak hier de draad van ’t leven.’

De teksten op de grafstenen waren nauwelijks meer leesbaar. Een familielid nam de restauratie van de graven op zich, zodat het verhaal van de schaatsers nog lang levend blijft.

Auteur: Trijnie Kuut-Wiegman (Westerland, Wieringen)

Bron

‘Schaatsdrama op de Zuiderzee’ is verschenen in: Noord-Holland schrijft geschiedenis, 50 korte verhalen over bijzondere gebeurtenissen (Alkmaar, HDC Media 2010).

Toevoeging beeldmateriaal: redactie Oneindig Noord-Holland.

Dit verhaal maakt deel uit van de campagne Werelderfgoed.
Klik hier om terug te gaan naar het thema De Waddenzee.

Publicatiedatum: 28/06/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.