Paradiso, van gekraakte kerk tot Poptempel

Wat hebben The Rolling Stones, Pink Floyd en Lady Gaga met elkaar te maken? Ze traden allemaal op in Paradiso. Een podium, nachtclub en cultuurpaleis ineen. Feesten gaan er vaak door tot in de vroege uurtjes. En dat op een plek die oorspronkelijk religieus van aard was.

Paradiso 2005

Bron: Collectie Stadsarchief Amsterdam

Paradiso 2005Paradiso 2005

Paradiso: kerk of niet?

Vaak word gezegd dat Paradiso gehuisvest is in een oude kerk. Dit is niet helemaal waar. Paradiso is in 1879-1880 gebouwd als ‘verenigingsgebouw’ voor de Vrije Gemeente van Amsterdam. Deze in 1877 opgerichte progressieve geloofsgemeenschap was een afsplitsing van de Hervormde Kerk. De Vrije Gemeente vond dat wijsheid niet alleen in het christendom te vinden was, maar in alle religies en levensbeschouwingen. Ze wilden zich niet onderwerpen aan de strenge christelijke regels en wensten een nieuw soort plek om samen te komen.

Niet te kerkachtig

Architecten G.B. Salm en zijn zoon A. Salm ontwierpen het neoromaanse gebouw. Het verenigingsgebouw mocht niet te ‘kerkachtig’ worden, al kwamen er wel een katheder en een orgel. Ruim tachtig jaar was het gebouw het centrum van de Vrije Gemeente. Daarna verhuisde de geloofgemeenschap naar Buitenveldert. In 1965 vond de laatste zondagsdienst aan de Weteringschans plaats.

Interieur gebouw ‘Vereeniging Vrije Gemeente’, later Paradiso. Foto uit circa 1900

Bron: Collectie Stadsarchief Amsterdam

Interieur gebouw 'Vereeniging Vrije Gemeente', later Paradiso. Foto uit circa 1900Interieur gebouw ‘Vereeniging Vrije Gemeente’, later Paradiso. Foto uit circa 1900

Paradiso als hippie-hotspot

Het gebouw werd een speculatieobject. Semi-illegale opslag van tapijten en leegstand zorgden voor een snelle aftakeling. Tot 1967, de ‘Summer of love’. In die zomer bezette een groep hippies het gebouw om een eigen club te beginnen. Ze wilden een plek voor muziek, debat en ‘happenings’. Omdat de onderhandelingen met de gemeente niet snel genoeg gingen, kraakten ze vervolgens het pand. De politie maakte al gauw een einde aan de festiviteiten, maar er kwam schot in de zaak. Begin 1968 werd de gemeentelijke stichting Vrijetijdscentra Amsterdam opgericht, die het gebouw ging runnen onder de naam Paradiso. In maart 1968 opende het ‘cosmisch ontspanningscentrum Paradiso’ zijn deuren voor het publiek.

Amsterdams poppodium

Paradiso was meteen een succes. Al in de eerste maanden betraden internationaal bekende bands als Pink Floyd, The Pretty Things en Captain Beefheart het Amsterdamse podium. Paradiso kreeg binnen de kortste keren het stempel van poptempel. De grote namen zorgden voor mythevorming. In 1994 gaven The Rolling Stones er twee concerten, terwijl die ook  makkelijk voetbalstadions zouden kunnen vullen.

Paradiso paradijs?

Ondanks de populariteit van Paradiso, is het niet altijd van een leien dakje gegaan. Door bestuurlijke conflicten en drugsoverlast raakte de club begin jaren zeventig een tijdje in het slop. Vanaf eind jaren zeventig werd Paradiso weer vernieuwend en sindsdien geldt het voor velen als het beste poppodium van Nederland. Het is in elk geval altijd een beetje een paradijs geweest voor vrijdenkers. Zoals Huub van der Lubbe van popgroep De Dijk al zei: ‘De hele historie hangt er in de lucht. Dat dwingt respect af. Paradiso is het echte werk.’

Auteur: Aby Grupstra

Bron: Karin Lakeman, ‘40 jaar Paradiso’, Ons Amsterdam maart 2008.

Publicatiedatum: 06/04/2011