De Herboren Toren

Midden in het dorp Burgerbrug staat de karakteristieke dorpskerk uit het midden van de negentiende eeuw. In de jaren zestig van de vorige eeuw zag het ernaar uit dat het karakteristieke gebouw met het slanke torentje zou worden gesloopt wegens bouwvalligheid. Een aantal Burgerbruggers kwam in het geweer en zorgde er op verschillende manieren voor dat de sloop kon worden afgewend en dat er geld kwam voor het herstel van de kerk.

De voorgevel van de kerk met de houten toren.

De voorgevel van de kerk met de houten toren.De voorgevel van de kerk met de houten toren.

Eénbeukig

In 1789 stond er een eenvoudige boerderijkerk voor de hervormde eredienst aan de Burgerweg in Burgerbrug. Deze was in de negentiende eeuw aan vervanging toe. In 1836 werd een subsidie aangevraagd van 13.000 gulden voor de bouw van een nieuwe hervormde kerk en in 1850 werd deze daadwerkelijk gebouwd. De nieuwe kerk kwam ook aan de Burgerweg te staan. Zoals vaak bij dorpskerken in deze tijd gaat het ook hier om een éénbeukige gebouwtje met een houten torentje op het dak. De stijl van dit soort kerken is meestal neoclassicistisch en neobarok. Afkomstig uit de boerderijkerk was de zeventiende-eeuwse preekstoel met doophek, doopboog en doopbekkenhouder met drie kronen. Uniek was het drukwind-harmonium uit 1882. Voor de kerk stond een fraai hekwerk.

Dreigende sloop

In de loop van de tijd werd het kerkbezoek minder en het kerkje raakte in verval. Als je er elke dag langs fietst zie je dat niet meer zo; het wordt gewoon ‘dat vervallen kerkje’. Tot het moment in 1960 dat je hoort dat er plannen zijn om het te slopen. Voor nieuwsgaring ging men in die tijd naar het café in het dorp, dat functioneerde als cultureel centrum. Was er geen nieuws, dan maakten de Burgerbruggers zelf wel nieuws. ‘Hebben jullie het al gehoord, het kerkje wordt gesloopt!’ ‘Nou dat kan toch niet.’ ‘Ja, ja zonde zo’n kerkje.’ Het aanzicht van Burgerbrug vanuit het oosten mocht niet verloren gaan. Onder het genot van een glaasje jenever en een biertje werden de verhalen sterker. Tot een Burgerbrugger de magische woorden sprak: “Mannen, doe er dan wat aan!”

Plannen voor herstel

De avond werd lang, de plannen werden gesmeed. Vijf mannen: Arie Ludeke, Willem Krul, Dirk Boontjes en Rein Beisterveld vormden een bestuur en zetten hun schouders eronder. Arie Kapitein van de kerkenraad nam ook zitting in het bestuur. De kerkvoogdij liet het allemaal over zich heen komen. Zouden alle plannen wel doorgaan? Gezamenlijk werd berekend dat de restauratie op 500.000 gulden kwam te staan. De mannen keken elkaar aan. Hoe kom je aan zoveel geld? Er was geen kas, geen geld, er was niets. Alles moest opgebouwd worden van de grond af aan. Gelukkig was er nog een man die zich van oudsher verbonden voelde met het kerkje, Karel Bos. Hij had zich van dorpssmid in het dorpje Burgerbrug ontwikkeld tot eigenaar van een fabriek van uitlaten en wasmachines. Bos stelde een bedrag van 3.000 gulden beschikbaar voor het begin van de restauratie. Dat was bij lange na niet genoeg, maar toch een stimulans om door te gaan.

Talenten

Er kwamen vele talenten naar voren bij de Burgerbruggers. Willem Krul ging alle gelden bundelen. Daar was hij goed in. De penningmeester was Arie Kapitein en Karel Bos droeg bij met het zakelijk inzicht. Het kerkje kreeg een naam: De Herboren Toren. De mannen gingen eerst de consistoriekamer van het kerkje opknappen zodat daar vergaderd kon worden. De mensen van Burgerbrug gingen kaartspelavonden organiseren, bingoavonden, rad van avontuur, zwanenrace in de Grote Sloot met zelfgemaakte houten zwanen die dan weer gekocht konden worden, jaarmarkten en strandlooptochten. Er kwam een openbare verkoop. Daar was een afslager voor nodig en wie dat goed kon, was Willem Kramer. Hij kon de stemming er geweldig in houden en de prijzen van het opbieden op het juiste moment afslaan. Na afloop van die evenementen ging men naar het dorpscafé om een afzakkertje te halen en bij een borreltje of biertje de opbrengst van de avond te bespreken. Er was eens iemand van wie de benen na zo’n avond slap waren en het gemoed vol en die in de Grote Sloot belandde met een gebroken been als gevolg. Maar zo kreeg de bevolking wel 100.000 gulden bij elkaar. Met een subsidie van 63.000 gulden van het rijk erbij, kon de restauratie beginnen.

Stormschade

Arie Ludeke was een van de drijvende krachten van dit project. In 1979 wilde Karel Bos nogmaals een schenking doen als er een stichting zou komen. Later is deze stichting overgegaan in een vereniging tot behoud van kerken in de gemeente Zijpe. De Burgerbruggers vonden een architect uit de omgeving die de weg wist om het kerkje met zijn historie te behouden. In 1979 kwam de kerk onder Monumentenzorg. De familie Bos wilde blijvend steun verlenen met een aanzienlijk geldbedrag voor de restauratie, want het dak van de kerk was in een niet al te beste staat. Bij een harde storm gingen er een keer wel honderd dakpannen naar beneden. Groot alarm bij de Burgerbruggers; enkele mannen gingen met de harde wind het dak op en legden nieuwe dakpannen en ook de hele, overgebleven exemplaren weer op hun plaats. In 1979 was er weer een zware storm, de schrijfster herinnert zich hoe hij langs de kust raasde. De toren bewoog, de angst was groot dat hij naar beneden zou storten. De draagbalken kwamen los te staan. Enkele jonge mannen waagden zich naar boven met een zak vol vertrouwen en hamers. Alles kwam weer stormvast te staan. Om een beetje bij te komen van de klus haalden ze een borrel in het café, dat enkele meters verderop staat. Later, toen het rad van avontuur werd gespeeld voor de opbrengst van het kerkje, werd het blok hout vermist van het spijkerspel. ‘Waar is dat stuk hout! Heeft iemand het ergens gezien?’ Nee, niemand natuurlijk … Het lag vastgeklemd onder de draagbalk van de kerktoren. Als de nood het hoogst is, is de redding dichtbij. In 1981 woei het zo hard dat de toren scheef kwam te staan. De kerkklok ging uit zichzelf luiden, wat verwarring bracht bij de bevolking, die aan een ramp van de ergste orde dacht. In 1984 stond de kerktoren door mankracht weer recht en ook de haan was terug op de toren.

Kerkgebouw en naaste omgeving opgeknapt

Aannemer Bouwens stelde zijn steigermateriaal beschikbaar voor de restauratie van het kerkgebouw en tegelhandel Ambro Slijkerman van Burgerbrug stelde tegels beschikbaar. Het pad naar de kerk was geplaveid met zogeheten ‘boerengeeltjes’, maar was overwoekerd met mos en onkruid. En rond de kerk stonden oude, verwaarloosde bomen, groot en klein. Zij namen het zonlicht in en om de kerk weg. Uit de dakgoot groeiden jonge twijgjes en ook uit de muren staken ze. De vloer stond blank van het hemelwater. Vele duivenpaartjes hadden onderdak gevonden in de kerk. Hoe breng je nu aan het duivenverstand dat het niet langer getolereerd wordt, die inwoning? Alles zat onder de duivenpoep. Het verwijderen van de vogels ging op zijn ouderwets, met veel kruitdamp. Bomen werden gerooid; wie meehielp en een houtkachel had, mocht de gerooide bomen mee naar huis nemen. Van wat overbleef werd een groot vuur gestookt. Dat was natuurlijk ‘kaassie’ voor de jongeren van Burgerbrug en misschien ook wel voor de ouderen: met een goede windrichting naar de Westfriesedijk ten oosten van het kerkje werd het vuur aangelegd. Willem Krul en Ab Slijkerman werkten vijf jaar samen aan de restauratie. Ambro Slijkerman legde binnen een nieuwe tegelvloer en maakte het pad naar de kerk toe weer recht en stijlvol.

Torenklok

De torenklok is afkomstig uit Friesland. Volgens de heer Hooienga uit Burgerbrug was de klok in 1977 minstens honderdvijftig jaar oud en gemaakt in Frankrijk. Hooienga restaureerde de klok en Willem Houtkoper maakte het uurwerk. Dat werd op de zolder geplaatst waar een stuk tapijt was neergelegd om de nodige decibellen te verminderen. Ruud van Ballegooien uit Burgerbrug wist de wijzer van het uurwerk die de uren aangeeft, buiten tegen de toren te plaatsen. Burgerbrug had weer de juiste tijd. Het was vroeger zo, dat men alleen naar het juiste uur keek, een minutenwijzer had men niet. Er was ‘tijd’ genoeg.

De Herboren Toren is tegenwoordig in gebruik als maatschappelijk en cultureel centrum van Burgerbrug.

Auteur: Marian Langereis, verhaal: Guda Vriesman, bewerking: Henk Bouma.