Olifant Hansken trekt veel bekijks in 17e-eeuws Amsterdam

Bij Rembrandt denk je niet meteen aan olifanten. Toch tekende hij ooit een jonge Aziatische olifant, die door de koning van Ceylon (Sri Lanka) aan de VOC cadeau was gedaan. Museum Het Rembrandthuis wijdt er een tentoonstelling aan.

Hansken, want zo heet de jonge vrouwtjesolifant, was drie jaar toen ze in de zomer van 1633 in Amsterdam arriveerde. Ze was een geschenk van de koning van Ceylon aan de VOC op Java. Ceylon was door de Portugezen bezet en de koning, die van de Portugezen af wilde, bood de VOC het monopolie in de handel in specerijen aan in ruil voor militaire hulp.

In Batavia werd Hansken ingescheept op een VOC-schip, dat zakken peper, zijde, parels en Chinees porselein aan boord had, plus een paar exotische dieren. Die dieren waren bedoeld voor stadhouder Frederik Hendrik, die grote interesse had in de gebieden die de VOC koloniseerde.

De prins van Oranje had al eerder gevraagd om hem exotische dieren toe te sturen, waaronder een olifant, maar de eerste poging daartoe, in 1629, mislukte omdat het schip in brand vloog en zonk. Vier jaar later, na een bootreis van zeven maanden, lukte het wél om een jonge olifant in de Amsterdamse haven af te leveren. Samen met de overige exotische dieren werd de jonge olifant Hansken tentoongesteld in het Glashuys, een voormalige glasfabriek aan de Kloveniersburgwal. De meeste mensen in die tijd hadden nog nooit een levende olifant gezien, dus dat moet een sensatie zijn geweest. Daar had men wel een paar stuivers voor over. De opbrengst ging naar de door kerken georganiseerde armenzorg.

In 17e- en 18e-eeuws Amsterdam kon men exotische dieren kijken in de menagerie van Blauw Jan aan de Kloveniersburgwal. Prent door Theodorus Crajenschot, 1751. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Onthoofd

Alleen liep de tentoonstelling niet helemaal naar wens, zo vertelt Leonore van Sloten, conservator van Museum het Rembrandthuis. “Het luipaard sloeg de kasuaris, een tropische loopvogel, de kop af en Hansken ging in al haar goedheid op het Aziatische hert zitten.” De overgebleven olifant en het luipaard werden een paar maanden later naar het buitenverblijf van Frederik Hendrik in Rijswijk gebracht, waar ze ook weer voor publiek te bezichtigen waren.

Olifanten kunnen wel wat wegkauwen. Hansken kreeg dagelijks 24 broden van acht pond te eten. Mogelijk vond de stadhouder dat te begrotelijk, maar het kan ook zijn dat hij snel op zijn nieuwe speeltjes was uitgekeken, want al eerder had hij van de koning van Perzië een kameel gekregen en een chimpansee uit Afrika ontvangen, die hij beide van de hand had gedaan aan mensen die ermee rondtrokken.

Dat gebeurde ook met Hansken, die voor 20.000 gulden werd verkocht aan Cornelis van Groenevelt, een voormalige ritmeester (kapitein) uit het leger. Hij zou maar liefst twintig jaar met de jonge olifant door Europa trekken. 20.000 gulden was een fors bedrag in die tijd, Rembrandt kocht zijn huis voor 14.000 gulden, maar door met een olifant langs jaarmarkten en kermissen trekken kon je goed je brood verdienen.

Hansken trad vooral op kermissen en jaarmarkten op. Gerrit Lundens schilderde rond 1655 de kermis bij de Heiligewegspoort in Amsterdam. Collectie Amsterdam Museum.

Natuurgetrouw

De twee tekeningen die Rembrandt van de jonge olifant maakte en die door een Weens museum aan het Rembrandthuis zijn uitgeleend, dateren van 1637, toen Rembrandt Hansken op de herfstmarkt zag. Dat was op de Botermarkt, die sinds de negentiende eeuw Rembrandtplein heet. Hij geeft het jonge dier, dat op dat moment zeven jaar is, gedetailleerd weer. Michiel Roscam Abbing, die het leven van Hansken heeft uitgeplozen, vindt dat de met zwart krijt en houtskool gemaakte prenten tot Rembrandts mooiste behoren. Rembrandt maakt een snelle schets, maar hij geeft haar ruwe huid en korte haartjes natuurgetrouw weer, evenals de bewegingen die ze maakte: een opgeheven achterpoot, een staart die omhoog wipt en een zwiepende slurf. Hij schetst wel vaker exotische dieren, om ze later in zijn bijbelse prenten te verwerken.

Zo tekende Rembrandt Hansken in 1637. Zwart krijt. Collectie Albertina, Wenen.

Adam en Eva

Een jaar later komen we Hansken dan ook tegen in een ets van Adam en Eva in het paradijs, vlak voordat Eva een hapje van de appel neemt en met haar man het paradijs uit wordt gejaagd. Van Sloten: “Rembrandt tekent zowel een draak als een olifant, want de draak stond symbool voor het kwaad en de olifant, die in zonlicht baadt, staat voor het goede. Olifanten zijn mythische dieren en staan bekend als de vriendelijkste dieren op aarde.”

Vier jaar later komt Hansken opnieuw naar Amsterdam en tekent Rembrandt haar in drie posities: etend, liggend en lopend. In 1647 bezoekt Hansken Amsterdam voor het laatst, waarbij ze verschillende sporen achterlaat. Aan de Weesperzijde bevindt zich een houten brug, die onder haar gewicht (3300 kilo) bezwijkt. De brug wordt door een stenen exemplaar vervangen en Oliphantsbrug genoemd. Verder heb je in de zeventiende eeuw nog ’t Oliphants Pad en een herberg die de Oliphant heet. Het zegt wel iets over de indruk die de vrouwtjesolifant moet hebben gemaakt.

Rembrandt maakte in 1638 deze ets van Adam en Eva in het paradijs. Collectie Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam.

36 trucjes

Om het publiek te vermaken, moet Hansken een heel scala aan trucjes leren, 36 om precies te zijn. Ze maakt een dansje als er op de trompet wordt gespeeld en ze is zo sterk dat ze met haar slurf wel twee of drie man kan optillen.

Maar ze kan nog veel meer, zo weten we uit een beschrijving van de Deense geleerde Ole Worm, die Hansken in 1639 in Kopenhagen aan het werk ziet. ‘Zij doet met haar slurf dingen die geen mens met zijn rechterhand beter kan doen; zij huppelt, leidt een rondedans, daagt een tegenstander met getrokken degen uit, maakt een kniebuiging, schrobt zich schoon met een bezem, droogt zich af met een badlaken, zet een hoed op haar kop en neemt die weer af, en laat toe dat men op haar zit.’

Hansken kan zelfs met haar slurf een pistool afschieten, maar de meeste indruk maakt ze met een truc waarbij iemand roept dat een dief haar kostbare zilveren ring heeft gestolen. Vervolgens loopt de olifant het publiek langs en geeft de dader met haar slurf een mep op het hoofd.

Hoerenlopers aanwijzen kan ze ook. Afhankelijk van het geloof dat in de stad wordt aangehangen, wijst ze dan een rooms-katholieke geestelijke of een dominee aan, tot grote hilariteit van het publiek.

Anonieme reclameprent voor Hansken, waarop je kunt zien welke trucjes ze allemaal kon. Via Museum Het Rembrandthuis.

Verzot op drank

Hansken is ook verzot op sterke drank. Ze kan gerust in één keer een vat bier of brandewijn leegdrinken. Dan gaat ze waggelen en daar moeten de mensen hard om lachen. ‘Dat er zo gesold wordt met dieren, vond niemand erg,’ schrijft Roscam Abbing in zijn aan Hansken gewijde boek, dat net als de expositie ‘Rembrandts olifant’ heet.

Alhoewel, de olifant laat zich niet alles aanleunen. Zo wordt in Rijswijk eens een muzikant op haar rug gezet, die op een viool gaat spelen. Daar kan het dier niet tegen. ‘Zij pakte de muzikant met haar slurf op en smeet hem hard op de grond, waarbij de viool in stukken brak.’ Een dikhuid hoeft tenslotte niet alles te pikken.

Om reclame te maken voor de optredens neemt Van Groenevelt op zijn reis door Europa een koperplaat mee, waarvan hij telkens prenten laat drukken. Op die prent kun je zien welke trucjes de olifant zoal kan. De prent wordt na afloop van de show verkocht en enkele voorbeelden daarvan zijn in de tentoonstelling te zien.

Gastconservator Roscam Abbing heeft een aantal van die prenten teruggevonden in archieven van plaatsen die de olifant op zijn tocht door Europa aandeed. In totaal moet Hansken wel honderd plaatsen hebben aangedaan. Soms reizen ze per boot, maar meestal gaat het te voet, met haar begeleider op haar nek en de bagage op haar rug. Soms leggen ze wel zestig kilometer per dag af en krijgen ze onderdak bij kloosters, kastelen en herbergen. Abbing wijst op een prent die hij in de Duitse stad Ulm heeft gevonden. “Er staat bijvoorbeeld bij dat de begeleider niet op zondag mag optreden.”

Anonieme Duitse reclameprent voor Hansken, houtsnede uit 1651. Via Zentralbibliothek Ulm.

Slopend

Alles wijst erop dat het reizende bestaan slopend is voor Hansken. Zo is er een gravure bewaard gebleven waarop ze er slecht uit ziet. ‘Ze is ongezond dik, heeft uitgroeide nagels en ingevallen voorhoofd,’ schrijft Abbing. Haar verzorging laat duidelijk te wensen over.

Uiteindelijk trekken Hansken en haar begeleider de Alpen over, om in de herfst van 1655 in Florence aan te komen. In Rome heeft haar begeleider een lid van de machtige Florentijnse familie De’ Medici ontmoet, die ervoor zorgt dat Hansken op een prachtlocatie in Florence haar kunsten mag vertonen. Maar dan gaat het mis. Op 9 november 1655 krijgt Hansken vreselijke pijn en ploft neer. In een gedicht wordt haar heengaan beschreven. ‘De aarde schudde door het gewicht van de olifant en die blies in een ferme stoot haar laatste adem uit.’

Kunstenaar Stefano della Bella is ook getuige van haar laatste adem en legt haar dood in een paar ontroerende tekeningen vast. Ferdinando II de’Medici, groothertog van Toscane, koopt Hansken van Van Groenevelt en laat haar botten schoonmaken. Vervolgens wordt haar skelet met ijzer in elkaar gezet, met haar huid bespannen en vervolgens met  stro opgevuld.

Stefano della Bella tekende Hansken toen haar lichaam het had begeven. Titel: Dode olifant (Hansken) en twee mannen. November 1655, pen en penseel in inkt. Collectie Das Städel Museum, Frankfurt am Main.

Het skelet wordt opgesteld in het groothertogelijk paleis Uffizi, dat later een beroemd museum zal worden. Uiteindelijk, in 1771, worden alle ‘naturalia’ van het Uffizi-paleis verplaatst naar het Torrigiana-paleis, het huidige natuurhistorische museum La Specola. “De huid heeft het niet gered, maar het skelet staat nog steeds in dat museum,” vertelt conservator Leonore van Sloten. Alleen de schedel is een kopie, omdat de originele schedel voor de tentoonstelling aan het Rembrandthuis is uitgeleend.

Die schedel zal na Hanskens dood nog een belangrijke rol spelen in de wetenschap, voegt Van Sloten eraan toe. “We tonen de schedel omdat Linnaeus haar skelet als oermodel voor de olifant heeft gebruikt. Of om precies te zijn, als model voor de Aziatische olifant, want in die tijd wist men nog niet dat er drie verschillende soorten olifanten zijn.”

De conservator kijkt dromerig naar de schedel. “Van Rembrandt hebben we geen botten meer. Dat geldt voor iedereen uit die tijd, dus het is wel bijzonder dat we nu wel de botten hebben van een tijdgenoot van Rembrandt.”

Voor de tentoonstelling leende het museum La Percola uit Florence de schedel van Hansken uit aan Museum Het Rembrandthuis. Foto: Arnoud van Soest.

Als alles meezit is de tentoonstelling ‘Hansken, Rembrandts olifant’ vanaf 26 mei t/m 25 juli 2021 in het Museum het Rembrandthuis in Amsterdam te zien. In de expositie, die een aparte route voor kinderen omvat,  is ook actuele informatie verwerkt over hoe het met de olifanten gaat. Daartoe is samengewerkt met organisaties als de Marjo Hoedemaker Elephant Foudation (Ceylon) en het International Fund for Animal Welfare (IFAW), maar ook met dierentuin ARTIS, dat in 2017 een nieuw buitenverblijf voor Aziatische olifanten bouwde. Het bij de tentoonstelling behorende boekje van Michiel Roscam Abbing is in het museum te koop, maar ook online te bestellen.

Tekst: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 21/05/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.