De menagerie van Blauw Jan

Op het Amsterdamse Kleine Gartmanplantsoen, bij het Leidseplein, staan her en der tientallen bronzen leguanen, agames en varanen. De beeldengroep heet Blauw Jan. De beelden verwijzen naar de beroemde menagerie van Jan Westerhof, oftewel Blauw Jan.

Deze voorloper van Artis was razend populair bij Amsterdammers en toeristen in de zeventiende en achttiende eeuw.

De beeldengroep Blauw Jan op het Kleine Gartmanplantsoen, Amsterdam

De beeldengroep Blauw Jan op het Kleine Gartmanplantsoen, Amsterdam.

De collectie van Blauw Jan

De herberg van Blauw Jan lag aan de Amsterdamse Kloveniersburgwal. Vanaf ongeveer 1675 ontstond daar een klein dierentuintje. Tegen betaling van vier stuivers kregen de nieuwsgierigen toegang tot de binnenplaats waar een grote volière stond vol exotische vogels. Bij de kabinetten met ‘rariteiten’ en ‘naturaliën’ konden ze zich vergapen aan flessen waarin menselijke en dierlijke foetussen in alcohol werden bewaard, opgezette dieren en laden vol hoorns, schelpen en insecten.

In de loop van de tijd groeide de verzameling steeds verder uit. Er kwamen leeuwen, tijgers, panters en apen. En zelfs bijzondere mensen: midden achttiende eeuw woonden in de herberg de 2,64 meter lange reus Cajanus en de dwerg Wybrand Lolkes, slechts 29 duim oftewel zo’n 75 centimeter hoog. In het najaar van 1764 was er een echte Mohawk Indiaan te zien, in traditioneel kostuum. Deze Sychnecta zou in de zomer van 1765 weer terugkeren naar zijn Mohawk Vallei in Noord-Amerika.

Martin Alberts, Blauw Jan door beeldend kunstenaar Hans van Houwelingen, 2006. Via Stadsarchief Amsterdam.

Herkomst collectie Blauw Jan

Blauw Jan kon zo’n bijzondere verzameling aanleggen dankzij de bloeiende internationale handel in die tijd. Amsterdam was het centrum van de mondiale economie. Schepen overal vandaan meerden hier aan. De imposante schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie voeren op Azië, die van de West-Indische Compagnie op Afrika en Amerika. Bij terugkeer namen ze de meest exotische zeldzaamheden mee.

Eenmaal terug in Amsterdam verkochten de zeelieden hun bijzondere vondsten aan de vele gretige verzamelaars die ze in hun rariteitenkabinetten te pronk stelden. Ook kwamen de (opgezette) dieren terecht bij rondreizende tentoonstellingen, die de kermissen en jaarmarkten aandeden. Of ze werden aangekocht door herbergen die met de exotische verzameling extra klandizie hoopten aan te trekken. In Amsterdam waren er meerdere: zo pronkte de Witte Oliphant bij de Botermarkt (nu het Rembrandtplein) met een tapir uit Zuid-Amerika, een gigantische zeeschildpad en een zeepaard.

Martin Alberts, Blauw Jan door beeldend kunstenaar Hans van Houwelingen, 2006. Via Stadsarchief Amsterdam.

Maar het was vooral de herberg van Blaauw Jan die de aandacht trok. Door heel Europa was de herberg bekend. De Russische Tsaar Peter de Grote bezocht de collectie in 1698 en vele internationaal hoogstaande wetenschappers kwamen langs. De uitbaters van de herberg stelden niet alleen tentoon, maar verkochten bovendien voor (grof) geld dieren en voorwerpen door aan onder meer het Franse, Zweedse en Haagse hof.

Het einde van Blauw Jan

In 1784 viel het doek voor de menagerie aan de Kloveniersburgwal. Het dierentuintje was in verval geraakt. Veilig was het er ook niet bepaald. Volgens een reiziger die Blauw Jan in 1762 bezocht, waren de twee leeuwen in de huiskamer van de waard ondergebracht. Slechts door een dun lattenwerk waren de wilde beesten afgescheiden van de rest van het woonvertrek.

Vanwege de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) stokte bovendien de aanvoer van nieuwe dieren. En de VOC en WIC stelden als handelsmaatschappijen niet veel meer voor. De collectie van Blauw Jan werd overgenomen door de dierenhandelaar Anthony van Aken. Hij richtte er een menagerie in Rotterdam mee in. Voor 23.000 gulden werd de herberg verkocht aan Frans Soukes, die er een winkel en magazijn voor aardewerk vestigde. Het gebouw zou uiteindelijk verdwijnen. Op Kloveniersburgwal 87-89 is nu theater De Doelenzaal te vinden. Alleen de bronzen reptielen ver weg bij het Leidseplein herinneren nog aan de bijzondere herberg.

Tekst: Emma Los

Publicatiedatum: 26/01/2011