Na 200 leeuwen raakt Artis ‘koning van de jungle’ kwijt

De Amsterdamse dierentuin Artis raakt zijn drie leeuwen kwijt. Voor het eerst in 182 jaar moet de dierentuin het zonder de 'koning van de jungle' stellen.

Artis krijgt door de coronacrisis, en de derde sluiting op rij, nauwelijks nog inkomsten binnen. Van de 200 werknemers zijn er  al 35 ontslagen en directeur Rembrandt Sutorius verwacht de komende vijf jaar een tekort van twintig miljoen. Eigenlijk zou binnenkort moeten worden begonnen met de bouw van een modern leeuwenverblijf, maar daar is nu geen geld voor. Vandaar dat de leeuwen vanaf half februari uit Artis verdwijnen, al is het vast niet voor altijd.

De aanstaande verhuizing heeft veel publiciteit gekregen, want een dierentuin zonder leeuwen, dat is wel even wennen, ook al liggen de koningen en koninginnen van het dierenrijk de meeste tijd te slapen. Maar dat schijnen ze in de vrije natuur ook te doen. Als ze al in actie komen, dan is het rond voedertijd.

Een leeuw in een kooi in Artis, voor de aanleg van het Kerbertterras, 1897. Collectie B.W. Stomps, Stadsarchief Amsterdam.

200 leeuwen

Al sinds 1839 kun je in Artis leeuwen bekijken. Inmiddels hebben er al tweehonderd leeuwen in de dierentuin gewoond. Voor veel mensen zijn leeuwen het hoogtepunt van hun bezoek, zei directeur Sutorius onlangs in het tv-programma Jinek. Maar Artis vindt het huidige buitenverblijf, het Kerbertterras, ouderwets en vooral te klein. Vandaar dat men het aanbod van een Zuid-Franse dierentuin om de leeuw Dembe en de leeuwinnen Kianga en Kacela over te nemen, in dankbaarheid heeft aanvaard. In Frankrijk zouden ze meer ruimte hebben. En nee, ze komen niet meer terug. Mocht er ooit nog een nieuw leeuwenverblijf komen, dan zal dat met andere leeuwen zijn.

August Allebé, Leeuwengezin in Artis, 1876. Collectie Willet-Holthuysen, Amsterdam Museum.

Kerbertterras

Het huidige leeuwenterras, dat is vernoemd naar een oud-directeur van Artis, werd in juni 1929 geopend en gold toen als een modern dierenverblijf, omdat je de leeuwen zonder tralies kon bekijken. Dat nieuwe verblijf was hard nodig, want vóór die tijd moesten de leeuwen het doen met donkere hokken, waar weinig licht en lucht in doordrong.

Het terras bestaat uit een met zand gevulde ruimte van 22 bij 9 meter, die mede door de rotsen de indruk van een woest gebergte moet geven. Met een brede en diepe gracht is het van het publiek gescheiden. Een ferme borstwering moet voorkomen dat de leeuwen kunnen ontsnappen. In 1938 schreef een journalist al dat het Kerbertterras weliswaar een goed voorbeeld was van een tralieloos dierenverblijf, maar ‘nog veel te klein van afmetingen’ is.

Kerbertterras met leeuw ‘Pierre’. Archief van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra, Stadsarchief Amsterdam.

In de vijver

Overigens schijnen de leeuwen zeker één keer in de gracht te zijn gedoken. Dat was in augustus 1937, toen A. Portielje, inspecteur van de levende have, kinderen liet plaatsnemen op de rug van een drietal olifanten en vervolgens in optocht door de dierentuin trok. Toen de karavaan langs het leeuwenverblijf trok, raakten de leeuwen blijkbaar opgewonden van de golvende bewegingen van de olifantenruggen, want ze sprongen pardoes in het water. De roofdieren kwamen tussen de lelies terecht en keerden meteen naar de ‘woestijn’ terug. Niks aan de hand dus, schreef De Telegraaf. De vijver is te breed en de omheining is te hoog om de leeuwen aan de vrijheid te laten ruiken.

Leeuw klimt uit het water van het Kerbertterras, 1929. Archief van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra, Stadsarchief Amsterdam.

Nora weet raad

In 1930 vindt er een klein drama plaats. Een leeuwenmoeder heeft vijf prachtige leeuwtjes geworpen, maar ze heeft het zelf niet overleefd. Dr. Sunier, de toenmalige directeur van Artis, roept via de krant bezitters van grote, zogende honden op om zich met hem in verbinding te stellen. Een ‘niet zenuwachtigen tackel’ mag ook, als ze maar pas geworpen heeft. De oproep heeft succes, want uiteindelijk zal de Belgische herdershond Nora de jonge leeuwtjes melk geven.

Vier jaar later mag Nora trouwens weer aan de bak. Eén van de destijds door haar gezoogde leeuwinnen is inmiddels volwassen geworden en heeft zelf drie jongen gekregen, maar uiteindelijk laat ze haar jongen in de steek, vermoedelijk omdat ze geen zog (moedermelk) meer heeft.

Toevallig had Nora vier weken daarvoor zelf twee jongen gekregen, waarop de eigenaar van Nora besloot om haar samen met haar kroost tijdelijk weer aan Artis af te staan. Bezoekers kunnen vanaf dat moment in de Roofdierengalerij zien hoe de drie jonge leeuwtjes ‘gulzig’ aan Nora’s tepels hangen. Overigens worden ze bijgevoerd met koemelk en fijn geschraapt vlees.

Staande leeuw met welp in een verblijf van de roofdierengalerij van Artis, ca. 1938. Archief van Jaap Kaas, Stadsarchief Amsterdam.

Mevrouw Walbeek

En als er geen hond beschikbaar is, dan is mevrouw Walbeek er altijd nog. Zij is de echtgenote van Artis-dierenverzorger Luc Walbeek. In november 1984 moest hij iets bedenken omdat drie jonge leeuwtjes al direct na hun geboorte verzwakt waren geraakt, aangezien moeders haar kleintjes niet wilde voeden. Vervolgens nam hij de welpjes mee naar zijn huis, waar mevrouw Walbeek ze met de fles melk gaf. Na zeven weken waren ze voldoende op gewicht om weer terug te keren naar Artis.

Luc van Walbeek nam wel vaker leeuwenwelpjes mee naar huis. Zo had hij zich tien jaar daarvoor al eens het jonge leeuwtje Simba aan zijn vrouw voorgesteld. Het dier bleek een leuk speelkameraadje voor zijn dochtertje Amanda. Aanvankelijk had Simba genoeg aan de fles en bestond zijn dieet uit melk, room en eieren, maar al snel werkt hij één kilo vlees per dag naar binnen. ‘En dan wordt het meestal tijd om een roofdier het huis uit te doen,’ schrijft De Telegraaf met lichte ironie.

Louis-Charles Bombled, Artisbezoek, 1882. Collectie Willet-Holthuysen, Amsterdam Museum.

Zogende geit

Het kan overigens nog gekker, want in 1938 meldden de kranten dat Artis een geit inzet om drie leeuwenwelpen te zogen. De jonge prinsjes van de jungle hebben er  geen enkele moeite mee om, gelegen op een veldbedje, geitenmelk te drinken. Volgens de dierentuin loopt de geit geen enkel gevaar, zolang de leeuwtjes maar voldoende te eten krijgen, en als de geit maar van jongs af aan in de omgeving van leeuwen verkeert. In 1938 telt Artis zes jonge leeuwtjes, waarvan de oudste drie doodgemoedereerd tussen de kippen, schapen en ‘menschenkinderen’ van de kinderdierentuin lopen.

Overigens blijft het natuurlijk altijd een genot om de jonge leeuwenwelpen met elkaar te zien stoeien of zoals een verslaggever het formuleert: ‘Wie ze zoo lustig in de zon ziet spelen als jonge poezen, elkaar naloopend, om-gooiend, bijtend, maar ook teeder likkend en liefkoozend, zou geen liever huisdier wensen.’

Leeuw in een verblijf van de roofdierengalerij van Artis, ca. 1938. Archief van Jaap Kaas, Stadsarchief Amsterdam.

Addis en Abeba

Drie jaar eerder waren er uit Ethiopië twee jonge leeuwen in Artis gearriveerd, Addis en Abeba. Cadeautje van de koning van dat land aan onze koningin Wilhelmina. Wilhelmina had de roofdieren in haar paleistuin kunnen houden, maar schonk ze wijselijk aan Artis.

Het blad De Locomotief beschrijft hoe de twee jonge leeuwen in Artis arriveren, op een kar met paard, in twee kisten die net zo goed margarine als zeeppoeder hadden kunnen bevatten, maar nu dus ‘de schrik van de woestijn’ bevatten. De dierenverzorgers schuiven de kisten uit elkaar en dan breekt het moment aan dat de roofdieren zich laten zien. ‘Als een groote kat loert zij naar ons, de lippen opgetrokken. Machtelooze woede ligt in de oogen.’ De leeuwin zwiept met haar staart tegen het hout van de kist.’ Maar gelukkig, de oppassers van de Artis trekken er zich niets van aan. Want je mag dan thuis de koning van de jungle zijn, in Artis zijn de dierenverzorgers de baas.

In 1935 deed de keizer van Ethiopië de leeuw Addïs en de leeuwin Abeba ten schenke aan Koningin Wilhelmina. Aan de leeuwenkooi werd een bordje bevestigd als bewijs van de gulle schenking. Archief van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra, Stadsarchief Amsterdam.

Brullend

Er wordt een ijzeren hok tegen de kist aangezet, zodat de leeuwin over kan stappen, maar op het moment suprême, als de tralies naar boven worden geschoven, gebeurt er niets en blijkt de leeuwin rustig te slapen. De oppassers breken een plank uit de achterkant van de kist en beginnen de leeuwin  met een staaf te kietelen. Brullend werpt het dier zich op de staaf. Ze maakt zich klaar voor de beslissende sprong, maar trekt zich daarbij zo ver in het ijzeren hok terug , dat de oppasser alleen nog maar het getraliede hek hoeft te laten zakken.

De andere leeuw maakt zich minder druk en stapt van de kist in het hok en van het hok in de kooi alsof hij dat elke dag doet. Uiteindelijk betreedt de leeuw het buitenverblijf, woelt even met zijn klauw in de grond, schudt met zijn manen en brult. ‘Zwaar en grootsch klinkt de stem van Afrika door de Artis,’ schrijft De Locomotief.

Leeuw en twee leeuwinnen in Artis, ca. 1938. Archief van Jaap Kaas, Stadsarchief Amsterdam.

Jaloezie

Vier jaar later, in december 1939, vindt er bij de leeuwen een tragedie plaats, waarbij één van de Ethiopische nieuwkomers betrokken is. Of het een kwestie van jaloezie is, we zullen het nooit weten, maar het begint allemaal als Abeba drie jonge leeuwtjes op de wereld zet en een paar maanden met haar kroost in een aparte ruimte bivakkeert. Als ze weer in de groep terugkeert, is de spanning te snijden, zodat de dieren elk een eigen nachtverblijf krijgen en overdag door de verzorgers scherp in de gaten worden gehouden. Maar uiteindelijk verdwijnt de spanning en lijkt er sprake te zijn van een gewapende vrede. Totdat de twee andere vrouwtjes, Flora en Minca, de aanval op Abeba openen, wat ze met de dood moet bekopen. Een bezoekster denkt aanvankelijk dat de leeuwen wild aan het stoeien zijn. De oppassers zijn snel ter plaatse, maar kunnen niet veel meer uitrichten.

Maar gelukkig is het niet alleen maar kommer en kwel. Drie jaar na het verstrijken van de oorlog bericht het communistisch dagblad De Waarheid over een lieve, oude dame die de leeuwen in hun kooi heen en weer ziet lopen en aan de oppasser vraagt: ‘Wat zullen de dieren zich vervelen.’ ‘Och mevrouw, dat valt wel mee. ’s Morgens lezen ze een uurtje en ’s middags krijgen ze nog wel ‘ns iemand op bezoek.’

Meisje met jonge leeuwen in Artis, 1961. Foto: Jac. de Nijs / Anefo. Collectie Nationaal Archief.

Vegetarische leeuwen

En dan is er nog die mevrouw die de directie van Artis regelmatig brieven stuurt waarin ze de dierentuin maant om de leeuwen nu toch eens een vegetarische maaltijd voor te schotelen. Ze wilde die mooie dieren nou eindelijk eens van hun nare bloeddorst en moordlust genezen.

Nou ja, dat bloeddorstige valt wel mee, want in 1923 lezen we in de Zutphensche Courant dat de meeste leeuwen in gevangenschap behoorlijk suf worden. Het ‘wilde bloed’ is er een beetje uit gegaan, vandaar dat Artis in dat jaar wat vers bloed uit de wildernis laat aanrukken, te weten drie jonge leeuwen uit het Zambesigebied. Zij moeten voor wat nieuw leven in de brouwerij zorgen. En laten zien hoe een echte leeuw zich dient te gedragen.

Etende leeuw in Artis, ca. 1938. Archief van Jaap Kaas, Stadsarchief Amsterdam.

Tekst: Arnoud van Soest
Omslagfoto: Leeuw in Artis. Archief van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra, Stadsarchief Amsterdam.

Voor dit artikel werd gebruik gemaakt van het digitale krantenarchief van de Koninklijke Bibliotheek, www.delpher.nl.

Update: de verhuizing van de drie Artis-leeuwen naar een Frans dierenpark gaat niet door. Die verhuizing kon alleen doorgaan als de leeuw van dat Franse dierenpark op zijn beurt weer was verkast. En die vertrekt dus niet. De vier leeuwen bij elkaar plaatsen was geen optie, omdat ze elkaar dan kunnen aanvallen.

Publicatiedatum: 03/02/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.