Objecten uit de oorlog: dagelijks leven

In het kader van 75 jaar bevrijding geeft Oneindig Noord-Holland dit voorjaar een overzicht van de meest spraakmakende oorlogsobjecten uit Noord-Hollandse collecties. De voorwerpen hebben elke maand een ander thema. Van papieren kleding tot hergebruikte legerhelmen, deze maand staat het dagelijks leven centraal.

Volksvermaak

Na de roerige meidagen van 1940 probeerde iedereen het leven weer zo goed als mogelijk op te pakken. Dat wilde de Duitse bezetter ook graag, daarom werd er grote waarde gehecht aan amusement. In de revue kon men het komische duo Willy Walden (Snip) en Piet Muyselaar (Snap) bekijken: twee heren verkleed als dames in bloemetjesjurken. Met hun moppen trok het duo destijds volle zalen. In de revue konden toeschouwers de ellende van de oorlog even vergeten. Snip en Snap gooiden het in 1942 over een andere boeg. In plaats van zelf op te treden, lieten ze het acteren over aan twee draadmarionetten van hun personages. Hun komische shows waren er niet minder populair om. Na de oorlog gingen Snip en Snap gewoon door. Vanaf 1961 waren ze zelfs op televisie te zien, voor de gezinnen die zich toen al een tv toestel konden veroorloven.

Marionetten Snip en Snap. Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam / Theater Instituut Nederland.

Aardappelen op de post

Tijdens de strenge Hongerwinter van 1944/45 heerste grote hongersnood in het westen van het land. Het voedsel dat op de bon verkregen kon worden, nam zienderogen af. Veel stadsbewoners maakten daarom noodgedwongen ‘hongertochten’ naar het platteland, in de hoop bij boeren wat bezittingen te kunnen ruilen voor voedsel. De familie Bontekoe had gelukkig familieleden in Groningen wonen, die af en toe wat konden opsturen. Dochter Anneke herinnert zich de Hongerwinter nog goed: ‘Gelukkig stuurde de familie in Groningen ons af en toe over de post doosjes met een paar aardappels. We hadden gehoord dat je de schillen kon opsparen en bij boeren ruilen voor bijvoorbeeld melk. Maar toen mijn vader met de schillen bij de boer kwam, beweerde die dat ze rot waren.’ Ook al leverden de schillen niets op, de Groningse aardappels hebben de familie Bontekoe wel geholpen om de Hongerwinter door te komen.

Doosje met aardappels, toegestuurd aan de familie Bontekoe. Collectie Verzetsmuseum Amsterdam.

Jurk van papier

Textiel was tijdens de Tweede Wereldoorlog schaars en alleen op de bon verkrijgbaar. Uit noodzaak werd kleding eindeloos versteld, vermaakt en vooral hergebruikt. Inventieve oplossingen zagen het daglicht, zoals mantelpakjes gemaakt van oude herenkostuums of trouwjurken uit voeringen van jassen. Maar wat moesten studenten aan de naaivakschool doen, die deze middelen niet tot hun beschikking hadden? Maria Johanna Adrichem (1927) was zo’n student. Tijdens de oorlog volgde ze de opleiding tot coupeuse in Amsterdam. In 1943 deed ze eindexamen. Ze moest laten zien wat ze kon, door in miniatuur kleding te vervaardigen. Zonder stof was Maria genoodzaakt tot het bedenken van een creatieve oplossing: ze maakte haar eindexamenobjecten uit papier. Het zal niet gemakkelijk geweest zijn om van het broze papier kledingstukken te naaien, maar Maria kreeg het voor elkaar. En nog verbazingwekkender: de papieren kledingstukken hebben de tand des tijds goed doorstaan.

Maria Johanna Adrichem, Papieren kledingstukken, 1943. Collectie Amsterdam Museum.

Legerhelmen bij de HEMA

Na de capitulatie leverden Duitse soldaten gedwongen hun wapens en helmen in, voordat ze terugkeerden naar hun eigen land. De schade aan gebouwen en infrastructuur was enorm, maar er was weinig geld voor herstel. Aan alles bleef nog heel lang gebrek. Met de grote schaarste van destijds, vond men het zonde om de stevige Duitse helmen zomaar weg te gooien. Waarom niet hergebruiken? Fabrieken en werkplaatsen maakten van de helmen onder meer vergieten en po’s. Emailleren, handvaten eraan zetten, gaatjes erin prikken en klaar: een goedkoop gebruiksvoorwerp was geboren. De po’s en vergieten waren onder meer te koop bij de HEMA. Veel gezinnen zullen, wellicht zonder het te weten, in de naoorlogse jaren zo’n Duitse helm in gebruik hebben gehad.

Vergiet en po, gemaakt van Duitse legerhelmen. Collectie Verzetsmuseum Amsterdam.

Speelgoedauto op gas

Tijdens de laatste oorlogsjaren heerste schaarste. Er was aan alles gebrek, ook aan speelgoed. Ouders die een beetje handig waren, maakten zelf speelgoed voor hun kinderen. Paul s’Jacobs sr. maakte in 1943 een houten pakhuis voor zijn zoon Paul jr. Het jaar daarna volgde een speelgoedvrachtwagen met aanhanger, alles gemaakt uit afvalmateriaal. Op de vrachtwagen zijn gascylinders aangebracht. Net echt, want dat hadden veel auto’s op straat ook. Er was namelijk groot gebrek aan benzine, dus reden veel auto’s in de oorlogsjaren op gas. Na de vrachtwagen bleef s’Jacobs’ werkbank niet ongebruikt. Tijdens de Hongerwinter werd de bankschroef ingezet om suikerbieten tot pulp te malen. Paul jr. zal ondertussen heerlijk met zijn nieuwe vrachtwagen aan het spelen zijn geweest.

Paul s’Jacobs sr., Speelgoedauto met aanhanger, 1943-1944. Collectie Amsterdam Museum.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Bronnen:

Publicatiedatum: 28/04/2020