Monumenten aan het Jaagpad bij de sluis

Niet alle oude gebouwen verdienen het predicaat provinciaal monument. Pak de fiets of trek de wandelschoenen aan en ga over het lange Jaagpad van De Kwakel (bij Uithoorn) naar de Tolhuissluis. Daar zie je bescheiden sluiswachtershuisjes met monumentale status. En een theetuin. Om bij te komen.

Wandel of fiets over het Jaagpad langs de Amstel richting Bilderdam en je komt bij twee provinciale monumenten. Naast de Tolhuissluis, waar de rivieren Amstel en Drecht samenvloeien. Eeuwenlang voeren trekschuiten hier langs. Op weg van Amsterdam naar Leiden, Gouda en Rotterdam. In 1823 besloot koning Willem I dat hier een sluis met twee schutkolken moest komen. En dus werden er ook woningen gebouwd voor de sluiswachters.

Een droomplek, vonden Lex en Corianne Wils. Zij betrokken zo’n oude sluiswachterswoning. Dat het een provinciaal monument is, zie je aan een schildje op de gevel. Er verrezen bijna twee eeuwen geleden aan het Jaagpad twee sluiswachterswoningen met ertussen een betaalkantoor (tevens opslagruimte).

Lex en Corianne Wils in de deuropening van hun sluiswachterswoning, een provinciaal monument. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Zeilmakerij

In de loop van de tijd is, samen met grote opknapbeurten van de sluis, het een en ander in het interieur van de woningen aangepast. Vermoedelijk heeft hier vroeger een zeilmakerij gestaan. ‘Dat zou heel goed kunnen,’ zegt Corianne Wils, ‘want bij het opknappen zagen we dat er één grote zolder is.’ Prima geschikt voor een zeilmakerij.

Corianne Wils laat zien wat ze zoal achter de wanden hebben aangetroffen. Een plankje bijvoorbeeld, met vermelding van het jaartal 1908. Het gezin Wils woont op de zuidelijke hoek van het rijtje huizen. Met naast de deur de theetuin (in het seizoen drie dagen in de week geopend).

Lex en Corianne zijn tussen de bedrijven door bezig het onlangs aangekochte middelste pand van het rijtje huizen op te knappen om hier een bed & breakfast te openen. Binnenkort kan je dus overnachten in een provinciaal monument, want ook naast deze deur komt een schildje te hangen. De beide woningen zijn door een deur met elkaar verbonden.

De theetuin aan het Jaagpad. Foto: familie Wils.

De Volharding

Rond de plek waar Amstel en Drecht samen stromen en het in opdracht van koning Willem I gegraven Aarkanaal (richting Gouda) ligt, is een buurtschap ontstaan. Hier, op de grens van Noord- en Zuid-Holland, had je vroeger een cafeetje, een bakkerij en een kruidenierswinkel. De schippers en de reizigers van de boten die geschut werden, konden even de benen strekken, iets nuttigen en inkopen doen.

Onderschat niet hoeveel scheepvaartverkeer door de Tolhuissluis moest. In 1930 telden de sluiswachters meer dan drieduizend stoomschepen. Een vaste passant was jarenlang De Volharding van de Leidsche Stoombootmaatschappij, die onder andere naar Uithoorn voer. In de zomermaanden is het tegenwoordig de pleziervaart die voor grote drukte in de sluis kan zorgen.

Bovendien is het Jaagpad van De Kwakel (gemeente Uithoorn, NH) naar Bilderdam (gemeente Kaag en Braassem, ZH) een populaire fietsroute. En ook de wandelaars van het Pelgrimspad passeren hier.

Het rijtje vroegere sluiswachterswoningen. Foto: familie Wils.

Grensgeval

De sluis zou je een grensgeval kunnen noemen. Hij ligt namelijk in een uiterste hoek van de provincie. De oude sluiswachterswoningen staan in de gemeente Uithoorn, maar de huizen in het buurtschap aan de overkant van de sluis behoren tot het dorp Nieuwveen (gemeente Nieuwkoop). De jonge kinderen Wils moesten naar Nieuwveen om de basisschool te bezoeken, pakweg 2 kilometer verder in de polder. Dat betekende steeds de sluizen oversteken, want de weg ligt aan de overzijde van de sluiswachterswoningen.

Het verschil in waterpeil tussen Rijnland en Amstelland, dat in de Tolhuissluis moet worden overbrugd, bedraagt enkele tientallen centimeters. De Amstel, zou je kunnen zeggen, begint hier bij de sluis. Het gedeelte tussen de sluis en Uithoorn heet ook wel Amstel-Drechtkanaal. Maar gezien de bochten in de rivier is het nauwelijks een kanaal te noemen. De Drecht loopt van hier via Bilderdam en Leimuiden naar Oude Wetering (Ringvaart Haarlemmermeer).

Foto gemaakt tijdens de grote opknapbeurt van de Tolhuissluis in 1920. Foto: familie Wils.

Sluiswachter worden?

‘Hoe we hier terecht zijn gekomen?’ Corianne herhaalt de vraag met een licht zuidelijk accent. ‘We waren van Brabant naar Baarn verhuisd. Maar het heen en weer reizen naar ons werk in Amsterdam bleek eigenlijk niet meer te doen. En dus besloten we iets leuks te zoeken dichter in de buurt van ons werk.’ Ze zagen op een gegeven moment een oproep staan: ‘Altijd al sluiswachter willen worden?’ Nu was dat niet echt hun ambitie, maar toen bleek dat het om een vroegere sluiswachterswoning ging, was de belangstelling gewekt.

Er brak een drukke tijd aan, want er moest heel wat aan het oude pand gebeuren. Zorgvuldig zijn de plannen voor restauratie van het buitenwerk afgestemd met de monumentendeskundigen. Het vereist vakmanschap om de woningen netjes op te knappen,  want van alles is hier in huis in de loop van de tijd scheef gezakt. Corianne: ‘Een echte fundering is hier natuurlijk niet.’

Uitzicht uit het vroegere betaalkantoortje. Foto: familie Wils.

Eigen tempo

In 2005 verhuisde het gezin van Baarn hierheen. En dat betekende het begin van een lange weg om langzaam maar zeker de oude woning in stijl geschikt te maken voor het jonge gezin. Een monument vraagt om een voorzichtige aanpak. Dat nam tijd. ‘Wij werken het liefst in ons eigen tempo,’ legt Corianne uit. ‘En al doende bekijken we wat de beste oplossing is.’

Met de inmiddels opgedane kennis nemen Lex en Corianne nu het vroegere betaalkantoortje (met een eigen entree) onder handen. Hier komen kamers voor de logerende gasten. In stijl, want deze huisjes, Jaagpad 32-33 in De Kwakel, zijn en blijven een charmant, eeuwenoud provinciaal monument.

Het provinciale monumentenschildje prijkt op de gevel. Foto: familie Wils.

Meer lezen?

Wil je meer verhalen over de unieke monumenten van Noord-Holland lezen? Bekijk dan het thema Provinciale monumenten op Oneindig Noord-Holland.

Tekst: Jan Maarten Pekelharing

Publicatiedatum: 14/11/2019