Fortgeesten en geheime plaatjes kleuren ‘Herauten op de Stelling’

Fortgeesten, geheime gangen en militaire geheime plakplaatjes, het komt allemaal voor in ‘Herauten op de Stelling’, het derde en voorlopig laatste boek van Agnes de Boer over de Stelling van Amsterdam.

Voor het hoofdstuk over de vesting Muiden laat De Boer bouwhistoricus Boudewijn van Langen aan het woord, die in 2012 in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf een ‘instandhoudingsprogramma’ voor het Muiderslot maakte. Hij gaat ook in op het gerucht dat destijds onder de dorpsjeugd van Muiden de ronde deed als zou er tussen het Muiderslot en forteiland Pampus een tunnel lopen. Van Langen snapt wel hoe dat gerucht kon ontstaan. ‘Als je de stenen beer inkomt vanaf het Muiderslot, is er een lange smalle gang waardoor je in de richting van Pampus loopt.’ Maar tijdens de onderhoudsopname is hij – helaas – geen tunnel naar het eiland tegengekomen.

Dat Nederland aan het begin van de Tweede Wereldoorlog maar vijf dagen heeft kunnen standhouden, waarna het bombardement op Rotterdam de genadeslag gaf, is redelijk bekend. Minder bekend is dat maar liefst 20.000 soldaten zich van de Grebbelinie moesten terugtrekken en via de onder water gezette velden bij het Fort aan de Ossenmarkt in Weesp waren aangekomen. Ze konden het fort alleen niet in, omdat er water in het gebouw stond. Vier dagen bleven de soldaten wakker, tot ze op 14 mei om 19 uur via de radio over het bombardement op Rotterdam, en de daarop volgende capitulatie, hoorden. Sommigen huilden van woede, weer anderen gooiden gefrustreerd hun wapens in het water.  Overigens is het fort inmiddels netjes opgeknapt en biedt het onderdak aan verenigingen, een muziekschool en kleine bedrijfjes.

Proefinundatie Nieuwe Hollandse Waterlinie bij Naarden, 1939-1940.

Verkadeplaatjes

Forten waren destijds uiteraard militair geheim. Natuurbeschermer en schrijver Jac. P. Thijsse merkte dat toen hij begin 1900 aan zijn vermaarde Verkade-albums begon. Thijsse voer een keer met zijn bootje langs het aan de Vecht gelegen Fort bij Uitermeer en was geraakt door de schoonheid van die plek, die hij beschreef als een fort dat als ‘een wit kasteel’ uit de rivier verrees.

Thijssen verzorgde in totaal dertig plaatjesalbums en het deel over de Vecht, dat in de mobilisatieperiode 1914-1918 verscheen, bevatte een kleurenplaatje van Fort bij Uitermeer. De schrijver realiseerde zich niet dat het fort militair geheim was. Hij kwam er vanaf met een waarschuwing van de legerleiding, omdat er al duizenden plakplaatjes in omloop waren.

Chloroform

‘Herauten op de stelling’ besteedt ook aandacht aan de organisatie van de Stelling van Amsterdam, die in geval van oorlog maar liefst één miljoen mensen (inwoners, vluchtelingen, soldaten, maar ook de Koning en zijn regering) moest beschermen. Binnen de stelling moest voldoende drinken, voedsel en brandstof aanwezig zijn. Diverse militaire commissies moesten daarvoor zorgen. Om een voorbeeld te geven: voor de verpleging van zieken en gewonden werd 1000 kilo chloroform voor mensen en 5 kilo voor dieren opgeslagen, naast 250 meter leukoplast, 650 hechtnaalden, 1050 m2 hospitaaldoek en 500 ijszakken.

Amsterdamsche Burgerwacht. Vrouwelijke leden van de wacht oefenen op het terrein van de Artillerie Inrichtingen bij de Hembrug, mei 1929.

De graansilo

Het graan, nodig om brood te bakken, werd opgeslagen in de voormalige graansilo Korthals Altes, die aan een strekdam in het Amsterdamse IJ ligt, de Westerdoksdijk. Het is nog steeds een indrukwekkend gebouw, dat om die reden ook wel Kathedraal aan het IJ werd genoemd. Het bakstenen gebouw werd in 1897 opdracht van koopman Korthals Altes gebouwd. Later zou het een onderdeel worden van de Stelling van Amsterdam. In totaal kon in de silo maar liefst 18 miljoen kilo graan worden opgeslagen.

Inmiddels heeft de voormalige graansilo, die de status van Rijksmonument heeft, een woonbestemming gekregen. De Boer sprak met één van de eerste bewoners, Jan Strobbe, die vertelt dat het gebouw aan het einde van de jaren tachtig is gekraakt, waarna er onder andere kunstenaars in trokken. Volgens Strobbe is de kraak de redding voor de silo’s geweest, want het oorspronkelijke idee was om ze te slopen en er hoge woontorens voor in de plaats te bouwen. Wethouder Jan Schaeffer voorkwam dat door in de jaren negentig de Buurt Ontwikkelings Maatschappij op te richten, die tot doel had om historische gebouwen langs de IJ-oevers te behouden, en daarmee de achterliggende buurten te versterken.

Uiteindelijk werd de graansilo door architect André Van Stigt, die altijd nauw met buurtbewoners samenwerkt, verbouwd tot betaalbare woon- en werkruimte. De dikke binnenmuren, van veertig centimeter tot één meter dik, zijn behouden gebleven en de woningen volgen het patroon van de vroegere silokokers. Strobbe woont op één van de hogere verdiepingen en geniet van een magnifiek uitzicht over het IJ.

Graansilo Korthals Altes moest ervoor zorgen dat er binnen de Stelling van Amsterdam voor ruim een half jaar voldoende graan voorradig was. Foto uit 1994, via Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Fortgeesten

De Boer beschrijft niet alleen de forten van de stelling, waarbij ze ook ruim aandacht schenkt aan de natuur, maar ze heeft ook een paar aardige verhalen opgetekend. Zo vertelt Pieter van Traa, die verschillende forten voor Natuurmonumenten mocht restaureren, hoe zijn vrouw Anja de opmeting van Fort bij Waver-Amstel voor haar rekening nam. ‘Dan zijn die lange gangen en holle ruimtes best onheilspellend. Ze was blij toen het werk erop zat en ze naar huis mocht.’

Want het kon in die forten behoorlijk spoken. Zo sprak De Boer met een voormalig bewoonster van de fortwachterswoning van Fort bij Nigtevecht. Zij vertelt over een weekend waarbij geestenverdrijvers in het fort bivakkeerden.  De paragnosten hadden een vrouw zien hangen en een baby horen huilen. En alsof dat nog niet genoeg drama was, meldden ze dat er in het fort ook nog een kantinejuffrouw was verkracht, wier geest nog steeds door het fort dwaalde. ‘Zelf heb ik nooit geesten gezien in het fort,’ laat de voormalige bewoonster nuchter weten. Dat wordt bevestigd door Jim Maste, die jarenlang als leermeester voor Stichting Herstelling werkte. De stichting begeleidt jongeren die de forten opknappen en zo een vak leren. De paragnosten zeiden dat ze de fortgeest hadden gezien. Dat wilden de jongeren ook wel eens meemaken. ‘Op uitnodiging heb ik een nacht met ze op het fort doorgebracht,’ vertelt Maste. ‘Het was best spannend, maar een geest heb ik niet gezien.’

Fort bij Nigtevecht, 1995. Foto Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, via Wikimedia.

Meer lezen?

In ‘Herauten op de Stelling’ wordt de Stelling van Amsterdam in vogelvlucht beschreven en gaat De Boer nader in op de bouw en logistiek en de landschappelijke betekenis van de stelling. Voorts komen de volgende forten en verdedigingswerken aan bod: Diemerdam, Pampus, Vuurtoreneiland voor Durgerdam, Edam, Kwadijk, Benoorden Purmerend, Nekkerweg, Middenweg, Jisperweg, Spijkerboor, Marken-Binnen en Krommeniedijk

‘Herauten op de Stelling’ is voor € 24,95 te koop bij Uitgeverij Noord-Holland en per mail te bestellen via bestellen@uitgeverij-noord-holland.nl. Ook is het in de boekhandel te bestellen.

Klik hier voor een uitgebreid interview met auteur Agnes de Boer.

Tekst: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 18/11/2019