Een tinnen huwelijk?

Soms kom je in de archeologie vondsten tegen die op zichzelf een heel verhaal vertellen. Bij opgravingen in Krommenie in 2011 kwam zo’n vondst tevoorschijn. Ontdek hoe één lepel veel informatie geeft over Noord-Hollandse tradities.

Het Mad, de arbeiderswijk van Krommenie

Archeologische opgravingen bij de Heiligeweg in Krommenie (2011) wijzen erop dat het Mad, een klein buurtje dat hier vroeger lag, planmatig is aangelegd. De huisjes zijn begin 17e eeuw gebouwd. De percelen en huizen waren ongeveer even groot en hadden dezelfde opzet: een rechthoekig gebouw met een smallere aanbouw. Ze stonden allemaal netjes in één lijn aan een pad langs de voorzijde. Aan de overkant van het pad had elk huis een ‘overtuintje’, een stukje grond dat grensde aan de sloot langs de Heiligeweg. Aan de achterzijde hadden de huizen nog een tuin die grensde aan een sloot.

Eenvoudig gebruiksgoed

Het begin van de 17e eeuw was een tijd van sterke economische groei in de Zaanstreek. In Krommenie bloeide de zeildoekweverij, die werk bood aan duizenden mensen. De vondsten en gebouwplattegronden bevestigen dat aan het Mad ambachtslieden en arbeiders woonden, plus een enkele boer. Het vondstmateriaal bestaat over het algemeen uit het simpele en wat goedkopere gebruiksgoed: eenvoudige bordjes van Delftse faience, onversierde of vrij simpel versierde roodaardewerken voorwerpen, Goudse pijpen van matige kwaliteit en goedkope modellen sterk versleten schoenen. Er zijn ook enkele luxe producten gevonden, maar voor die tijd echt dure voorwerpen zijn niet aangetroffen.

Een bijzondere tinnen lepel

Wel was er één opmerkelijke vondst. Het gaat om een versierde tinnen lepel van bijna 18 cm lang, die gevonden is in de sloot achter de huizen. De lepel heeft een rechte steel en druppelvormige bak (de lepelschep). Het onderste deel van de steel is aan de voorzijde, direct boven de bak, versierd met ornamenten en op die plaats aan de achterzijde met een bloemrank. Het middendeel van de steel is recht maar ruitvormig uitgevoerd. Het uiteinde van de lepel is  aan de ene kant versierd met een officier in 17e-eeuwse kledij en aan de achterzijde met een boom met daarin twee vogels. Deze versieringen zijn tegelijk met de lepel gegoten. Aan de voorkant van de bak heeft de tinnegieter zijn merk geslagen, bestaande uit een cirkel met daarin het wapen van Amsterdam met links daarvan een onleesbare letter en rechts de letter K. Boven het wapen staan de letters PA. Het merk is afkomstig van een tinnegieter die rond 1700 in Amsterdam werkzaam was.

De voor- en achterzijde van de fraai versierde tinnen lepel.

Foto’s: Wim de Jong, Gemeente Archief Zaanstad (GAZ).

De voor- en achterzijde van de fraai versierde tinnen lepel.De voor- en achterzijde van de fraai versierde tinnen lepel.

Een teken van liefde

De bak van de lepel is op een gegeven moment aan de voorzijde gegraveerd. De graveringen zijn waarschijnlijk aangebracht met een rad of wieltje met punten, want de graveerlijnen bestaan uit rijen kleine putjes. Er is links een vrouw en rechts een man te zien. De kleding van de man en de vrouw, het tinnegietersmerk en de vorm van de lepel zijn kenmerkend voor de late 17e en de eerste helft van de 18e eeuw. Het is dus zeer waarschijnlijk dat de lepel uit die periode komt. Vermoedelijk is toen ook de gravering aangebracht. Het is wel duidelijk dat de versierde lepel geen gewone eetlepel is. De afbeelding geeft aan wat het wél is: een huwelijkslepel. Dergelijke lepels werden aan de bruid en bruidegom gegeven ter gelegenheid van hun huwelijk.

Een doorboord hart

De man en vrouw houden samen een groot hart vast waar twee pijlen doorheen zijn geschoten en waaruit vlammen komen, de beeltenis van een hart dat brandt van de liefde. Boven het hart zweeft een kroon en aan weerszijden daarvan zweven grote takken. Onder het reeds genoemde tinnegietersmerk zijn de letters M en I geplaatst. Dit zijn vermoedelijk de beginletters van de voor- of achternaam van de man en de vrouw. De attributen wijzen op een huwelijk of op een zoveel-jarig huwelijksviering van een Noord-Hollands echtpaar.

De gravering in de bak van de lepel: een man en een vrouw houden een hart vast.

Foto: Wim de Jong, Gemeente Archief Zaanstad (GAZ).

De gravering in de bak van de lepel: een man en een vrouw houden een hart vast.De gravering in de bak van de lepel: een man en een vrouw houden een hart vast.

Huwelijkslepel

Wanneer in de Zaanstreek een molenaar ging trouwen of een feest gaf, werd de molen ‘mooi’ gezet. In het overhoeks geplaatste wiekenkruis kwamen allerlei verwijzingen naar het huwelijk te hangen, zoals een, soms met pijlen doorschoten, hart. Deze verwijzingen geven dus aan dat het om een huwelijkslepel gaat. Bovendien draagt de vrouw klederdracht die veel in Noord-Holland voorkwam; kenmerkend zijn bijvoorbeeld de lange punten van haar kraag.

Tin in plaats van zilver

De gewoonte om een bruidspaar een huwelijkslepel cadeau te doen komt op in de betere kringen in de 17e eeuw en gaat zelfs door tot in de 20ste eeuw. Omdat het geschenken waren van de rijkere bovenlaag, zijn de meeste van dit soort lepels gemaakt van zilver. Tinnen huwelijkslepels komen zelden voor. Wanneer tin echter goed gepoetst wordt, gaat het glimmen als zilver. Van een afstandje zal het verschil tussen een tinnen en zilveren huwelijkslepel niet te zien zijn geweest. Dat aan het Mad een goedkopere tinnen huwelijkslepel is gevonden, past goed in het beeld dat van het Mad gevormd werd naar aanleiding van het archeologische onderzoek: een buurt niet voor de rijkste Krommeniërs, maar meer voor middengroepen (ambachtslieden) en armen (arbeiders). De rijkversierde tinnen huwelijkslepel van het Mad kan dus niet gezien worden als een teken van onverwachte rijkdom aan het Mad, maar eerder als het tegendeel: de mensen aan het Mad hadden niet genoeg geld om een zilveren huwelijkslepel te kopen, maar wilden wel de gewoonten van de rijkere Krommeniërs overnemen; was het niet in zilver, dan maar in tin.

Dit verhaal is gebaseerd op de tekst van Piet Kleij, gemeentelijk archeoloog Zaanstad, Oostzaan en Wormerland, in de Archeologische Kroniek van Noord-Holland 2011.

Huis van Hilde

Noord-Holland krijgt een nieuw archeologisch depot. Het Archeologiecentrum provincie Noord-Holland wordt gebouwd in Castricum en opent zijn deuren begin 2015. Alle archeologische vondsten en collecties worden er bewaard die de provincie in de loop van decennia heeft verzameld. Daarnaast kunt u er vele honderden van de belangrijkste archeologische vondsten bekijken, zoals Willem en Hillegonda van Brederode, Hilde uit Castricum, de sarcofaag van Etersheim en de prehistorische kano’s van Uitgeest en de Wieringermeer. 

Dit verhaal maakt onderdeel uit van de campagne voor het nieuwe archeologiecentrum Het Huis van Hilde.

Publicatiedatum: 13/02/2014

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.