De Oerkap: Haarlemse hotspot in oude fabriek

Bij het Haarlemse restaurant en stadsstrand De Oerkap aan het Spaarne is het verleden nog goed te zien. Het ruige, industriële gebouw was ooit een leer- en drijfriemenfabriek, die nationale bekendheid genoot.

Aan het begin van de negentiende eeuw was Haarlem een schim van de stad die het ooit geweest was. Ten tijde van de bloei van de textielnijverheid in de Gouden Eeuw had de stad zo’n 40.000 inwoners geteld. Dat aantal was rond het jaar 1800 gedaald tot slechts 20.000. De komst van de treinverbinding met Amsterdam (1839) bracht nieuwe industrie naar Haarlem en zorgde ervoor dat bestaande bedrijven konden uitbreiden. Firma’s zoals de machinefabriek van de gebroeders Figee, de chocoladefabriek van Droste en de scheepswerf Conrad hielpen de stad er in de negentiende eeuw weer bovenop. Hierdoor was Haarlem rond het jaar 1900 met ruim 60.000 inwoners de aantallen uit de Gouden Eeuw zelfs voorbij gestreefd.

Interieur van drijfriemenfabriek Drost aan de Harmenjansweg, 1915. Collectie Kennemerland, Noord-Hollands Archief.

De grote stimulans voor de Haarlemse economie vormden bedrijfjes en fabrieken, zoals de leerlooierij van de firma A. Drost & Zoon. Dit bedrijf in huiden, leer en lederen voorwerpen was in 1801 gestart door Adrianus Drost. Drost liet een fabriek bouwen aan het Spaarne, in het oosten van de stad. Door de nabijheid van het water was dit destijds een populaire locatie voor industrie. Drost dreef het bedrijf enkele decennia als een vennootschap samen met leerlooier en koopman Jan Smits jr., die de zaken na de dood van Drost in 1844 alleen voortzette.

Drost Drijfriemenfabriek aan de Harmenjansweg, 1938. Collectie Kennemerland, Noord-Hollands Archief.

Een groeiend bedrijf

Uit krantenadvertenties van de firma A. Drost & Zoon uit 1892 blijkt dat de leerlooierij inmiddels was uitgebreid met de productie van technisch lederwerk. De advertenties vermeldden ‘drijfriemen, leder, lederen persbuizen voor baggerwerktuigen en brandspuitslangen’. Deze uitbreiding was mogelijk gemaakt door het toenemende gebruik van machines. In 1905 werd de oorspronkelijke firma om onbekende redenen gestaakt en voortgezet als N.V. Maatschappij tot voortzetting van de drijfriemenfabriek voorheen A. Drost & Zoon.

De drijfriemenfabriek anno 2019. Foto door Sarah Remmerts de Vries.

In het nieuwe bedrijf gingen de zaken blijkbaar goed, want in januari 1909 werd door middel van advertenties in verschillende kranten gezocht naar ‘een zéér bekwaam Meesterknecht, volkomen op de hoogte van alle voorkomende werkzaamheden, het monteeren van drijfwerk, enz. enz.’ Begin april datzelfde jaar volgde de oproep voor ‘bekwame werklieden, met het vak bekend’. Zij konden rekenen op ‘vast werk’ in de drijfriemenfabriek aan de Harmenjansweg 83 (tegenwoordig 95).

De drijfriemenfabriek anno 2019. Foto door Sarah Remmerts de Vries.

Dat de handel voorspoedig verliep, blijkt ook wel uit het jaarverslag van de Kamer van Koophandel over 1918. In een passage over fabrieken in Haarlem werd gemeld dat veel industrieën te lijden hadden onder de handelsbeperkingen en het gebrek aan grondstoffen door de Eerste Wereldoorlog. Sommige bedrijven stonden ‘nagenoeg geheel stil’. Zo niet de drijfriemenfabriek: ‘aan de Drijfriemenfabriek v.h. onder de firma A. Drost en Zoon kon nog geregeld worden doorgewerkt.’

De drijfriemenfabriek anno 2019. Foto door Sarah Remmerts de Vries.

Een nieuwe bestemming

In de jaren die volgden bleef de fabriek zich uitbreiden. Bij het 130-jarig jubileum in 1931 meldde De Telegraaf dat ‘thans nog vele andere artikelen de drijfriemenfabriek [verlaten], n.l. manchetten, baggerzakken, ruwhuidtandwielen, enz.’ Het bedrijf had inmiddels een zekere reputatie opgebouwd, zo wordt duidelijk uit de benoeming van directeur H.E. Ostendorf tot de Voogdijraad van Haarlem in 1940.

De drijfriemenfabriek anno 2019. Foto door Sarah Remmerts de Vries.

Pakweg tien jaar later, bij het 150-jarig bestaan van de drijfriemenfabriek in 1951, werd echter afgezien van een grootscheepse feestviering. De Tweede Wereldoorlog had de zaken wellicht weinig goed gedaan en de nasleep ervan was bij veel bedrijven nog jarenlang te merken.

Restaurant en stadsstrand De Oerkap in de voormalige drijfriemenfabriek, 2019. Foto door Sarah Remmerts de Vries.

De drijfriemenfabriek zou de eenentwintigste eeuw niet meer meemaken. Het terrein met het vervallen fabriekspand naast de Prinsenbrug werd in 2001 door de Gemeente Haarlem aangekocht. Vervolgens werd in 2015 een bruikleenovereenkomst gesloten met Stichting Stad en De Oerkap, die er het gelijknamige restaurant met stadsstrand aan het Spaarne realiseerde.

Restaurant en stadsstrand De Oerkap, 2019. Foto door Sarah Remmerts de Vries.

Daarnaast verhuurt De Oerkap ruimtes in het gebouw aan muzikanten, waardoor een interessante combinatie van horeca en cultuur ontstaan is. Het is de bedoeling dat de oude drijfriemenfabriek op korte termijn aan De Oerkap verkocht wordt. Momenteel wordt er gekeken hoe deze bijzondere plek zijn karakter kan behouden in de toekomstplannen voor het terrein en de omgeving.

Het stadsstrand van De Oerkap ligt middenin een stukje Haarlem dat momenteel volop in ontwikkeling is, 2019. Foto door Sarah Remmerts de Vries.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Bronnen:

Publicatiedatum: 07/08/2019