De eerste trein van Nederland

De twee stoomlocomotieven ‘De Snelheid’ en ‘De Arend’ schrijven geschiedenis als ze op 20 september 1839 over de eerste spoorlijn van Nederland rijden. In slechts 28 minuten trekken ze de eerste officiële openingstrein van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) van Amsterdam naar Haarlem. Beide stations waren prachtig versierd en een grote menigte kwam kijken naar de feestelijke trein. Het markeert het begin van een nieuw tijdperk. Deze 'nieuwe' manier van reizen kunnen we vandaag de dag niet meer wegdenken. Maar waarom werd ‘De Arend’ enkele jaren later dan toch gesloopt?

Book 6 min

Breedspoor versus normaalspoor

De eerste Nederlandse spoorwegmaatschappij werd slechts twee jaar eerder, op 8 augustus 1837, in Amsterdam opgericht. De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij legde als eerste een spoorweg aan tussen Amsterdam en Haarlem. Deze ‘oude lijn’ werd in de jaren 1840 verder uitgebreid en verbond opeenvolgend Leiden, Den Haag, Delft en Rotterdam.

De spoorweg bestond niet uit ‘normaalspoor’ (1435 mm), zoals wij die tegenwoordig kennen. Maar werd aangelegd met ‘breedspoor’, waarvan de spoorwijdte bijna twee meter (1945 mm) is.

De achterzijde van de replica ‘De Arend’ in het Spoorwegmuseum te Utrecht. In 2008 is speciaal voor deze trein een breedspoortraject van circa 200 meter lengte aangelegd. Hier is het verschil in breed- en normaalspoor goed te zien. Foto: Judith van Amelsvoort, 2022.

Nederland was geïnspireerd door Engeland, met name door de Engelse ingenieur Isambard Kingdom Brunel die een grote voorstander van breedspoor was. Onder zijn invloed werd de Great Western Railway (GWR), die Londen verbond met het westen van Engeland, aangelegd in breedspoor. Één van de voordelen van een breed spoor is dat het stabieler is. Treinen rijden daardoor, ook met hoge snelheid, rustiger. De eerste stoomlocomotieven en wagons, waaronder De Arend, werden dus ook gebouwd op basis van de afmetingen van het breedspoor.

Van 1839 tot 1847 werd er in Nederland breedspoor aangelegd. Helaas bleken de bouwkosten van breedspoor veel hoger dan dat van normaalspoor. Bovendien kwamen ze erachter dat de rest van Europa normaalspoor gebruikte. Om het treinverkeer van en naar Duitsland mogelijk te maken was men daarom genoodzaakt over te stappen op normaalspoor. Tot aan 1866 was de spoorwegmaatschappij bezig om het aangelegde breedspoor te vervangen met normaalspoor.

Feestelijke inwijding van de eerste Nederlandse spoorlijn tussen Amsterdam en Haarlem van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij op 19 september 1839. Vervaardiger: anoniem, 1839. Collectie Rijksmuseum, objectnummer: RP-P-OB-76.770.

De eerste treinrit

Beide stoomlocomotieven waren in Engeland bij het bedrijf Longridge & Co gebouwd. De eerste machinist van De Arend was tevens een Engelsman, genaamd John Middlemiss. Hij zou geheimzinnig hebben gedaan bij de onderhoudswerkzaamheden aan de locomotief. Zo zou hij een laken hebben opgehangen zodat omstanders niet konden zien wat hij aan het doen was.

Het is de stoomlocomotief De Arend die op 20 september 1839 de wagons trekt. Voor het geval de locomotief onderweg problemen zou krijgen, rijdt De Snelheid mee.

De krant ‘De avondbode’ publiceert de volgende dag een uitgebreid verslag van het evenement: “Amsterdam 20 sept. De plegtstatige inwijding van den spoorweg Amsterdam naar Haarlem, is heden namiddag ten een ure aangevangen. Langs de gehele weg wapperde de Nederlandse vlag op elk van de wachthuizen. De localen aan de station te Amsterdam en te Haarlem waren prachtig en smaakvol versierd. (…) Op den weg, ten togt gereed, stonden negen spoor-rijtuigen, om het feestelijk gezelschap te ontvangen, en zelve feestelijk gedost. Elk rijtuig was versierd met een zestal nationale vanen en met eene draperie van nationale kleuren, rondom het rijtuig gaande, op de hoogte der helft van het paneel. (…) Omstreeks ten 1,5 (13.30) ure namen de genoodigden in de rijtuigen plaats. Wij onderscheidden vele gewestelijke en stedelijke autoriteiten, en vonden er schier alle lands en stedelijke administratiën vertegenwoordigd. Het voorste rijtuig was bestemd voor de hoornblazers, die, van tijd tot tijd, gedurende den togt zich deden hooren. Aldus vertrok de feestelijke trein, onder het juichen der op den grooten weg staande menigte, en in beweging gebragt door de twee locomotiven de Snelheid en de Arend. Te Haarlem werd hij mede met muzijk verwelkomd. Omstreeks den 3 3/4 (15.45) was hij te Amsterdam terug, na den terugtogt, op dezelfde wijze, in 28 minuten te hebben volbragt.”

Historiepenning. Opening van de spoorweg Amsterdam-Haarlem, de eerste spoorlijn in Nederland van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij. Vervaardiger: Pierre Wautier van de Goor, 1839. Collectie Rijksmuseum, objectnummer: NG-VG-1-3823.

Het vroege einde van De Arend

De Arend werd 18 jaar later, in 1857, van het spoor gehaald. De spoorversmalling was namelijk al in zicht en De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij kon geen materieel missen. De oude locomotieven en wagons, die gebouwd waren voor breedspoor, werden ingeruild of gesloopt. Ook ‘De Arend’ werd ingeruild voor de ‘Vesuvius’ bij sloopbedrijf Nijkerk. Hier werd ‘De Arend’ vervolgens gesloopt.

Detail van ‘De Arend’ in het Spoorwegmuseum te Utrecht. Foto: Judith van Amelsvoort, 2022.

Honderd jaar later…

De originele locomotief ‘De Arend’ bestaat dus helaas niet meer. In 1938 werd er aan de hand van originele tekeningen een rijvaardige replica met drie rijtuigen nagebouwd. De kopie werd gemaakt door de Centrale Werkplaats Zwolle ter ere van het honderdjarige bestaan van de spoorwegen in Nederland. Het jubileumfeest van de Nederlandse Spoorwegen (NS) duurde van 8 september tot 8 oktober 1939. Speciaal voor deze gelegenheid was bij het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam een breedsporig ovaal neergelegd, waar de ‘tweede’ Arend rondjes reed. Er werden in totaal 160.000 passagiers vervoerd en de trein legde wel 3.000 km af.

Volgens een koperkleurige plaat op de replica weegt de locomotief 19,3 ton. Het gewicht van de tender is 5,9 ton. De tender is de wagen achter de locomotief waarin de steenkolen (of stookolie) en water worden vervoerd. De locomotief kan een snelheid bereiken van 45 km per uur. Achter De Arend kunnen een rijtuig derde klasse of ‘waggon’ en een rijtuig tweede klasse of ‘char-a-banc’ worden gekoppeld.

‘De Arend’ rijdt nog steeds in het Spoorwegmuseum. Foto: Judith van Amelsvoort, 2022.

Van dichtbij bekijken?

Naast de grote replica heeft het museum ook een gedetailleerd schaalmodel van De Arend in de collectie. Het model is uitgevoerd op een schaal van 1:17 in messing en heeft gekleurde wagons. Ondanks dat de locomotief niet is uitgevoerd in de originele kleuren, zijn de wagons wel historisch correct geschilderd. Het eerste klas rijtuig is groen gekleurd, de tweede klas is geel en de derde klas bruin. De originele wagons zijn niet bewaard gebleven, maar het schaalmodel geeft een goede indruk van hoe ze eruit hebben gezien.

Messing model van ‘De Arend’ op schaal 1:17. Foto: Judith van Amelsvoort, 2022.

De Arend is dus nog steeds te bewonderen in het Spoorwegmuseum in Utrecht. Ondanks dat het om een replica gaat, wordt de locomotief beschouwd als een van de topstukken van het museum. Bezoekers kunnen hem nog steeds zien (en horen!) rijden op het speciale breedspoor.

Auteur: Judith van Amelsvoort

Bronnen:

Publicatiedatum: 19/08/2022

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

2 reacties

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

NL | EN