Breitner: Meisje in kimono

"Het rechte meisje dat vlak tegen de muur zich bekijkt in een klein spiegeltje, met om haar heen een palet van vlekkelooze en bewegingsloze schoonheid, de kleuren van de wand en kleeding. Dat was Breitner", schreef de dichter en schrijver Albert Verwey in 1901. Dat jaar presenteerde George Hendrik Breitner zijn eerste grote overzichtstentoonstelling. Zeven schilderijen met een meisje in kimono waren bij de Amsterdamse kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae te zien. Nu, ruim honderd jaar later, heeft het Rijksmuseum voor het eerst de hele reeks schilderijen – dertien stuks – samengebracht in de tentoonstelling 'Breitner: Meisje in Kimono'. Niet alleen kun je de tedere sensualiteit van de iconische werken aanschouwen, je ziet ook de kunstenaar aan het werk.

De rode kimono, 1896

Breitners ‘De rode kimono’ uit 1896. In het bezit van het Stedelijk Museum Amsterdam

De rode kimono, 1896De rode kimono, 1896

Dicht bij de schilder

De tentoonstelling brengt je dichter bij de schilder door niet alleen de meisjes in kimono, maar ook een naaktschilderij, schetsen, studies en foto’s te tonen. In de eerste zaal zie je een tijdlijn en een zelfportret van Georg Hendrik Breitner, de bevlogen doch verlegen man achter de schilderijen. Daarna kom je langs een aantal Japanse prenten uit Breitners verzameling en schetsen, studies en ontroerende foto’s van model Geesje Kwak, hét jonge meisje in de witte, rode en blauwe kimono. Je ziet de schilder zoeken, keuzes maken en verschillende composities schetsen. Een olieverfschets op een ezel die van Breitner zelf is geweest, laat zien hoe hij zijn schilderijen opzette.

Geesje Kwak

Foto van Geesje Kwak in rode kimono, door George Hendrik Breitner

Geesje KwakGeesje Kwak

Japonisme

Toen Breitner in de jaren tachtig van de negentiende eeuw enige tijd in Frankrijk verbleef, raakte hij geïnspireerd door de Japanse kunst. Het Japonisme beheerste destijds het modebeeld. Sinds het opengooien van de Japanse grenzen, raakten veel landen geobsedeerd door de kunst en cultuur uit het Oost-Aziatische land. Overal werden Japanse avonden gehouden en Japanse prenten tentoongesteld. Breitner had zelf ook een verzameling prenten en houtsneden. De tentoongestelde prenten laten mooi zien waar de schilder zijn inspiratie vandaan haalde.

De tijdloze schoonheid van Geesje Kwak

“Er is ontzettend veel te vertellen”, besluit Jenny Reynaerts, “Toen ik vanochtend in de tram zat te denken over wat ik nou ga vertellen over deze tentoonstelling, bedacht ik me dat er ongelooflijk veel verhalen zijn.” Zo vertelt de tentoonstelling ook het verhaal van Breitner, toen hij in verband met een oogkwaal naar de Lauriergracht in Amsterdam verhuisde. “We hebben het gevoel dat de verhuizing naar de Lauriergracht en het ontstaan van deze reeks (Meisje in kimono) een nieuw begin is geweest voor hem”, vertelt Reynaerts. Dit merk je als je naar ander, ouder, werk van Breitner kijkt. Hij is vooral bekend als stadsschilder en schilderde vaak wat steviger Jordanese vrouwen, waar het kimonomodel volledig van afwijkt.

Dat kimonomodel was Geesje Kwak. Geesje (verkleinwoord van Gezina) kwam uit een Zaans schippersgezin dat in 1880 naar Amsterdam verhuisde. Waarschijnlijk hebben Geesje en Breitner elkaar in mei of juni 1893 ontmoet. Geesje was op dat moment nog maar zestien jaar. Haar delicate uitstraling is kenmerkend voor de serie schilderijen en heeft sterk bijgedragen aan de iconische status ervan. Als je naar de foto’s en schilderijen van Geesje Kwak kijkt, is het aan de ene kant een typisch negentiende-eeuws beeld, maar aan de andere kant ook niet. De tedere sensualiteit in de schilderijen van een meisje dat op de rand van kind naar jonge vrouw is afgebeeld, is ook iets van alle tijden. En jong is Geesje altijd gebleven. Het model overleed al op haar 22ste aan tuberculose.

Het oorringetje, 1893

Het oorringetje, door George Hendrik Breitner. In het bezit van Museum Boijmans Van Beuningen

Het oorringetje, 1893Het oorringetje, 1893

Nieuweling Anna

De geliefde kimonoschilderijen worden in volle glorie bij elkaar in een zaal getoond, vergezeld door twee antieke kimono’s en nog een paar schetsen, foto’s en aantekeningen boekjes. Zo kun je zien hoe de tekeningen en foto’s zich tot de schilderijen verhouden en hoe Breitner in zijn schilderijen varieerde. Elk meisje in kimono is immers uniek. De ene keer staat de ranke Geesje Kwak in blauwe kimono voor een klein spiegeltje haar oorring in te doen, een andere keer ligt ze languit op een divan en staart ze dromerig voor zich uit.

Eén schilderij is het tot nu toe nog onbekende ‘Meisje in rode kimono’ uit een particuliere collectie. Het gaat waarschijnlijk om ‘Anna’, de zus van Geesje Kwak, naar wie het schilderij aanvankelijk ook is vernoemd. In 1894 werd ‘Anna’ door kunsthandel Van Wisselingh en Co gekocht voor 250 gulden, waarna het een paar keer is tentoongesteld. Zeventig jaar geleden was het voor het laatst onder de titel ‘Meisje in roode kimono’ in het openbaar te zien in een tentoonstelling van Breitner door dezelfde kunsthandel. Hierna werd het verkocht aan de huidige eigenaren en is het uit de bekendheid verdwenen. “Dat schilderij is dus toch wel een nieuweling”, vertelt Jenny Reynaerts, senior conservator achttiende- en negentiende-eeuwse schilderkunst bij het Rijksmuseum.

Meisje in witte kimono

Meisje in witte kimono, George Hendrik Breitner, 1894, Rijksmuseum

Meisje in witte kimonoMeisje in witte kimono

Verborgen zoektochten onder lagen verf

Het samenbrengen van alle varianten van Breitners Meisje in Kimono was de ideale gelegenheid voor onderzoek naar de schilderijen. Hoe zijn de werken ontstaan? In welke volgorde werden ze geschilderd? Hoe leerde Breitner en Geesje elkaar kennen? En wie kocht de schilderijen?

Bij het technische onderzoek naar een aantal schilderijen werden verrassende ontdekkingen gedaan. Op de vraag wat de meest opvallende ontdekking was, wijst Nienke Woltman, junior restaurator schilderijen, op de spectaculaire ontdekking van een ander naakt figuur onder het ‘Meisje in witte kimono’ van het Rijksmuseum. Op een röntgenopname van dat schilderij ontdekten ze een zittende vrouw met een ander postuur dan Geesje Kwak, waarschijnlijk van een eerder onafgemaakt schilderij. Onder ‘De Rode Kimono’ uit 1896 zat waarschijnlijk ook iets. “Op de röntgenfoto kon je duidelijk zien dat Breitner onder de huidige rode verf van de kimono een eerdere dikke laag gedeeltelijk heeft weggekrabd”, vertelt Woltman. Deze en andere verrassende inzichten kun je in een korte en fascinerende film in de tentoonstelling bekijken. Andere figuren, tegelwanden en weggekrabde verf onder de schilderijen vertellen wederom over de zoektocht van Breitner naar de mooiste compositie.

Meisje in rode kimono

George Hendrik Breitner, 1895/1896. In het bezit van het Gemeentemuseum Den Haag

Meisje in rode kimonoMeisje in rode kimono

Jonggestorven romantiek

De bijzondere samenwerking tussen Breitner en Geesje Kwak kwam echter al snel ten einde. Nog voor de voltooiing van waarschijnlijk het laatste meisje in kimono, emigreerde Geesje naar Zuid-Afrika, waar ze op jonge leeftijd aan tuberculose overleed. Het verhaal van de jonggestorven Geesje geeft een bepaalde romantiek aan het geheel van de kimonoserie. Breitner heeft haar met zijn impressionistische schilderijen onsterfelijk gemaakt.

Geesje Kwak in Japanse kimono

Foto van George Hendrik Breitner, 1893/1895

Geesje Kwak in Japanse kimonoGeesje Kwak in Japanse kimono

De tentoonstelling ‘Breitner: Meisje in Kimono’ is tot en met 22 mei 2016 in het Rijksmuseum te zien.

Auteur: Liza Koppenrade

Publicatiedatum: 23/02/2016