Ontploffingsgevaar in kruitfabriek De Oude Molen

In het Amstelveense deel van Ouderkerk, aan de Amsteldijk Zuid, is De Oude Molen een tastbare herinnering aan een ooit levendige bedrijfstak. De watertoren, eigenlijk een blustoren, was een onmisbare voorziening bij deze hoogst explosieve fabriek. Voor Ouderkerkers was de kruitfabriek tegelijkertijd ramp én zegen. Velen vonden er een bestaan, altijd was er de angst voor ontploffingen.

Vergunning

Na de ontploffing van kruitmolen ’t Oorlogs Schip (1709) aan de Overtoom in Amsterdam weerden stadsbestuurders de kruitfabrieken zo dichtbij de stad. Eigenaar Gijsbert Pelgrom week uit naar wat nu het Amstelveense deel van Ouderkerk is. In 1719 werd een vergunning verleend om ‘een moolen, een stoof en een toorn’ te mogen oprichten ‘tot het maken van buskruijt’. Zo verrees hier op een weiland aan de Amstel ‘Buskruitmolen nr. 3’ of ‘De Oude Molen’.

Aanvankelijk was dit een rosmolen, waarbij een paard zorgde voor de aandrijving van de machines. Er werd zwart buskruit geproduceerd, later ook schietkatoen. De Oude Molen wisselde enkele malen van eigenaar tot in 1742 de familie van Hoorn, eigenaar van meerdere kruitfabrieken in Utrecht en Noord- en Zuid-Holland, aantrad.

Gevel van de kruitfabriek in Amstelveen. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Verenigde Buskruidfabriekatie

Hier in de Middenpolder nabij Ouderkerk leek het voor de Amsterdammers veiliger, maar de omwonenden dachten daar anders over. En er ging dan ook wel eens wat mis in de buskruitmolen. In de wijde omtrek schrok men in de zomer van 1782 op, toen op 7 augustus een kruitstoof ontplofte, met enorme schade tot gevolg. Fabrieksgebouwen moesten geheel worden herbouwd. De familie Hoorn bouwde de fabriek weer op, de oude gebouwen – waarvan de gevel nog steeds aan de Amsteldijk staat – dragen als jaartal 1783.

In 1843 sloot de eigenaar in Ouderkerk de poort, de werkzaamheden concentreerden zich voortaan in Muiden. Zo is de molen tussen 1843 en 1874 een tijd buiten bedrijf, maar onder de vleugels van ‘De Verenigde Buskruidfabriekatie’ van Noord-Holland, Utrecht en Zeeland’ werden de locaties in Ouderkerk wel in stand gehouden. Dit waren de Oude Molen (molen n° 3) en Sollenburg (molen n° 1 in de Rondehoeperpolder). Ook springstoffabriek De Krijgsman hoorde bij de verenigde kruitfabrieken.

Afbeelding van de ruïne die is overgebleven na de explosie van de kruitfabriek Sollenburg, 1758. Sollenburg lag tussen de Overtoom en het huidige Vondelpark, ongeveer ter hoogte van waar nu de Vondelkerk staat. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Stelling

In Muiden ging het op 19 januari 1883 goed mis. Nagenoeg de hele fabriek vloog de lucht in. Om niet de handelsboot te missen, hadden de gezamenlijke buskruitmakers in de jaren daarvoor in Muiden de sprong naar modernisering gemaakt: de fabriek maakte alle soorten buskruit voor de Nederlandse Staat die maar nodig waren. Omdat de regering inmiddels besloten had tot de bouw van de Stelling van Amsterdam, lag in 1883 de herbouw van de ontplofte Krijgsman voor de hand.

Ook De Oude Molen in Ouderkerk kwam weer in beeld. Het bleek de ideale locatie te zijn om het rookzwakke nitroglycerinekruit, een uitvinding van Alfred Nobel, te produceren. Die productie moest gescheiden worden van de kruitfabriek in Muiden.

Voorfront van de oude buskruitfabriek aan de Amsteldijk-Zuid te Amstelveen, 2006. Foto: Willemjans, via Wikimedia. Licentie: CC BY-SA 3.0.

Koninklijk Besluit

Zo volgde een halve eeuw later een doorstart van De Oude Molen. Muiden Chemie, de nieuwe eigenaar, besloot hier salpeterzuur en nitroglycerine te maken. De vraag naar springstoffen steeg namelijk in de aanloop naar Eerste Wereldoorlog. Het Ministerie van Oorlog drukte zijn stempel op het te nemen besluit: binnen de Stelling was een goed uitgeruste en goed bereikbare kruitfabriek aan de Amstel van het allergrootste belang, alle protesten van bevolking en gemeentebestuur ten spijt.

In 1894 werd de bouw van een nieuwe fabriek bij Koninklijk Besluit geregeld. Architect Jacob Frederik Klinkhamer kreeg de opdracht voor het ontwerp. Het poortgebouw met opschrift Buskruidmolen n° 3 uit 1783 bleef behouden. Achter het poortgebouw verrees de nieuwe fabriek met de opstallen van 1895 en later. Ook de watertoren, het meest karakteristieke onderdeel van de fabriek, is van de hand van Klinkhamer. In 1916 waren meer dan zeventig man in de fabriek werkzaam.

De Ouderkerker munitiefabriek is na de modernisering in 1895 bijna een eeuw in bedrijf en een van de weinige industrieën van Amstelveen. Ongevaarlijk was het nog steeds niet. Dat bewees een ernstige ontploffing in 1953, toen nitroglycerinehoudend afvalzuur ontplofte. Eén dode en één zwaargewonde waren te betreuren en vele koeien vonden de dood. Ondanks protesten – nieuwbouw van Amstelveen en Ouderkerk rukte op – zette de kruitfabriek de productie door tot 1990. Dan valt het doek definitief voor De Oude Molen.

Binnenplaats van de kruitfabriek in Amstelveen, 1984. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Blustoren kruitfabriek De Oude Molen

Het aan de A9 gelegen complex is grotendeels gerestaureerd en herbestemd tot bedrijfsruimte. Men vindt er tegenwoordig onder andere restaurant De Kruidfabriek en technologiebedrijf Quint.

Het meest opvallende aan De Oude Molen is het karakteristieke watertorentje. Waar het vroeger bij Ouderkerk hoorde, ligt het tegenwoordig op grondgebied van de gemeente Amstelveen en is vanaf de snelweg A9 goed zichtbaar voor voorbijgangers. De toren is ontworpen door architect J.F. Klinkhamer en gebouwd tussen 1894 en 1895. Het waterreservoir in de toren diende als bluswater bij calamiteiten. De loodsen, blustoren en arbeiderswoningen zijn aangewezen als rijksmonument.

Blustoren van Kruitfabriek De Oude Molen in Amstelveen, 2007. Foto: Quistnix, via Wikimedia. Licentie: CC-BY-SA-2.5.

Tekst: Anita Blijdorp (Schrijfwerk!), geredigeerd door Sarah Remmerts de Vries (redactie)

Met dank aan: Jan Maarten Pekelharing, Alex de Boer en de Historische Vereniging Wolfgerus van Aemstel

Bronnen:

  • Henk Baas et al, Paul Vesters (red.), De Stelling van Amsterdam, Harnas voor de hoofdstad (2003), Uitgeverij Matrijs.
  • Willem van Bloemen, ‘De buscruijtmaeckers te Ouderkerk  1718 – 1900’, in: Speuren en ontdekken, periodiek van de Historische Werkgroep Wolfgerus van Aemstel. Jaargang onbekend.

Publicatiedatum: 19/02/2020