Levend begraven in Hilversum

Hoe zou het zijn om 56 uur levend begraven te zijn in een put van 12 meter diepte? Het overkwam Toon Tilburgs in Hilversum in 1892. Hij groef op de Trompenberg in Hilversum een zogenaamde welput. In zo’n put werd een pomp geplaatst die het grondwater naar boven water haalde. De put werd gemaakt van in elkaar sluitende duigen, gebogen houten planken. Die werden bij elkaar gehouden door een houten of ijzeren band. Zo ontstond een kuip. Het werk was niet zonder risico, zeker niet in de zanderige en hooggelegen Trompenberg waar diep gegraven moest worden om het grondwater te bereiken.

Tilburgs was op zaterdagmorgen 8 oktober in de put afgedaald toen het ongeluk gebeurde. Om zijn middel droeg hij een gordel die via een touw bevestigd was aan een lier. Deze lier was boven de put geplaatst en werd niet alleen gebruikt om de grondwerkers af te laten dalen en later weer op te halen, maar ook om emmers met zand af te voeren.

Tilburgs was beneden aan het werk, toen de zanderige massa naast de put in beweging kwam en de duigen samendrukte. De bovenkant van de put stortte in en het zand bedekte de ingang van de put. Tilburgs werd van de buitenwereld afgesloten.

Verslaggever J.F. Hintzen van De Gooi- en Eemlander moet snel ter plaatse zijn geweest. In de krant van 15 oktober is zijn ooggetuigenverslag te lezen. Hij stond vooraan, informeerde zich goed en beschreef het beeldend: ‘Niemand twijfelde er aan dat de 36-jarige Antonius Tilburgs, een gehuwd man en vader van vier jonge kinderen, als lijk opgehaald zou worden. Tilburgs zelf echter had het bovenlijf vrij en kon hoofd en armen vrij bewegen. Zijn eerste werk was te rukken aan het touwen en zich heesch te schreeuwen, waarop echter geen reactie kwam…’

Antonius Tilburgs op ongeveer 82-jarige leeftijd, zoals vele oudere Hilversummers hem nog hebben gekend. Foto: Albertus Perk.

Onmacht en paniek

De paniek bij de collega’s was groot. Met maar liefst veertig werklieden werd geprobeerd via een loopgraaf Tilburgs te bereiken. Maar omdat de boerderij naast de put dreigde in te storten, moest het werk worden gestaakt. Onmiddellijk werd begonnen aan een nieuwe put, om de oude heen. Hintzen: ‘Men groef en groef en poosde niet, heel den langen dag. Men stak, toen de de avond viel, lantaarns op die aan staken rondom den put werden gehangen en waarvan het rosse schijnsel het erf verlichtte, dat eensklaps in een somber kerkhof leek te zijn herschapen..’

Om drie uur in de morgen was er een grote tegenslag voor de redders. Net nadat Tilburgs een teken van leven had gegeven, kwam de zandgrond opnieuw in beweging en werd de put opnieuw onder het zand bedolven. Ook het persoonlijk drama ontging verslaggever Hintzen niet: ‘Een hartverscheurende gil doorsnijdt de diepe stilte; de vrouw van het slachtoffer zinkt in onmacht neder aan den rand van het graf…’

Pension Trompenberg aan de Tromplaan te Hilversum (hier de achterzijde), nog voor de verbouwing in 1904. Archief van de redactie van De Gooi- en Eemlander, Streekarchief Gooi en Vechtstreek in Hilversum.

‘Hoop en vreeze wisselden elkander af’

Op zondag bevonden zich rond het afgesloten terrein  volgens Hintzen, duizenden mensen. Ze trotseerden het slechte weer. ‘De vraag: ‘zou hij nog leven?’ ging van mond tot mond. De angst lag op allen wezen uitgedrukt: hoop en vreeze wisselden elkander in het hart der redders en den toeschouwers af…’ De tweede zandverschuiving had ertoe geleid dat een aantal werklieden bang was geworden met het uiterst riskante werk verder te gaan. Een aantal plaatselijke ondernemers loofde een beloning van 225 gulden uit voor de redding van Tilburgs.

De man die uiteindelijk als enige in de nieuw uitgegraven put durfde af te dalen, was Kees van Rheenen, metselaar van beroep. Hij zou uiteindelijk Tilburgs naar boven halen. Maar voordat het zover was, had men de put zo ver uitgegraven dat men Tilburgs van bovenaf op 12 meter diepte kon zien en hem wat te drinken kon aanreiken. Tilburgs bleek tot het bovenlijf vast te zitten in het zand ‘tussen de duigen der ineengedrongen onderste kuip’.

Begin van het artikel in De Gooi- en Eemlander, 15 oktober 1892.

Een geslaagde redding

Op maandagmiddag 10 oktober kwart over vijf was het zover. Van Rheenen had dertig uur aan één stuk doorgewerkt. Hintzen beschrijft de redding van Tilburgs als volgt: ‘.. En toen volvoerde Van Rheenen zijn grootste heldenfeit: het moest er op of er onder! Hij stak zijn been onder het lichaam van Tilburgs door, wond om lichaam en voet kruiselings het reddende touw, klemde Tilburgs aan zich vast en. . . daar klonk het bevel: halen! (…) Met vereende krachten van zes mannen werd een geweldigen ruk – op gevaar af misschien, dat de benen van de ongelukkige van het lichaam zouden worden gescheiden – beproefd en.. God lof! Het was gelukt. De redder steeg met den geredde omhoog! Een duizendvoudig hoera! Klonk door de lucht; uit velen oog welde een traan van innige dankbaarheid..’

Tilburgs’ redding was net op tijd. Hij was nog maar net boven of de put stortte voor de derde keer in. Na twee dagen in het nabije Pension ‘Trompenberg’ werd Tilburgs overgebracht naar de R.K. Ziekenverpleging. Hij bleek zijn 56 uur in de donkere put redelijk goed te hebben doorstaan. Ook Van Rheenen was ongedeerd.

Verzilverde troffel uitgereikt door de Hilv. Gym. Ver. als hulde aan Cornelis van Rheenen “den kloeken Redder van A. Tilburgs”. Foto: H. Tilburgs, via Albertus Perk.

Heldendaad

Naast de 225 gulden kon Van Rheenen nog veel meer tegemoetzien. Huldigingen en geschenken waren zijn deel. En dat was niet alleen de verzilverde troffel met inscriptie van de Hilversumse Gymnastiek Vereniging. Of de regulatorklok, aangeboden door de Israëlitische Gemeente. Van Rheenen ontving ook een Koninklijke Onderscheiding voor Menschlievend Hulpbetoon en een Zilveren Penning van de Maatschapppij tot Nut van ’t Algemeen.

Van Rheenen kon zelfs voor weinig geld op de Hoge Naarderweg, niet ver van de put, een perceel kopen waarop hij, ook eigenhandig, een huis kon bouwen. De gelden waren onder meer via een Hilversumse en een landelijke inzamelingsactie bijeengebracht. Ook het aannemersbedrijf bij wie Tilburgs in dienst was, de gebroeders H. en J. Nieuwenhuijsen, droeg financieel en in natura bij aan de bouw. In november 1893 werd aan het huis een gedenksteen aangebracht met daarop de tekst ‘8 OCTOBER 1892 VAN RHEENEN’S MOED EN VLIJT GEZEGEND DOOR GODS HAND HEEFT TILBURGS WEER BEVRIJD BEDOLVEN ONDER ‘T ZAND MEN GAF HEM VOOR DEEZ DAAD DIT HUIS, DAT VOOR U STAAT 8 OCTOBER 1893’.

Links: Het huis van Van Rheenen aan de Hoge Naarderweg 84. Foto: Hilversum.clubs.nl. Rechts: De gedenksteen aan het huis Hoge Naarderweg 84. Foto: Albertus Perk.

‘Had ik hem maar laten zitten’

Ook Tilburgs kon een nieuw huis betrekken, al weer met hulp van de gebroeders Nieuwenhuijsen. Per slot van rekening daalde hij in dienst van beiden af in het gat waar hij 56 uur vast zou zitten.

Of de redder en de geredde in de jaren na het drama op de Trompenberg nog contact met elkaar hebben gehad is niet bekend. Hoewel beiden ‘in de bouw’ werkten waren ze van een verschillend geloof. Van Rheenen was trouw lid van de Christelijk Gereformeerde Kerk, Tilburgs was rooms-katholiek en bezocht de St. Vituskerk. Beiden schenen niet gemakkelijk in de omgang te zijn geweest. Toen ze na het ongeval een keer ruzie kregen, zou Van Rheenen gezegd hebben: ‘Had ik hem maar laten zitten.’ Waar de ruzie over ging vermeldt de geschiedenis niet.

Het huis Kerklaan 9 in 1976. Woning van Antonius van Tilburgs van 1893 tot 1944. Zijn dochter Fransisoa van den Berg-Tilburgs woonde in het huis van 1925 tot haar overlijden in 1976. Foto: Albertus Perk.

Tekst: Stef Lokin

Bronnen:

Publicatiedatum: 17/02/2020