10 Jaar lang waakte hij over de kwaliteit van de aangeboden producten

Bram Leegwater waakte tien jaar lang over de kwaliteit van de aangeboden producten in de Broeker Veiling. Als keurmeester maakte hij tussen 1963-1973 het laatste decennium van de werkende veiling mee.

Aan het woord: Bram Leegwater

De keurmeester deed het voorwerk. Voorafgaand aan de veiling toog hij ’s morgens vroeg, rond een uur of 7, naar de neerzethallen om de partijen te bekijken, te nummeren, in te schrijven en de kwaliteit te controleren. Daarna liep hij naar de lighallen om de volgeladen schuiten te bekijken. Bram ging alle goten langs.

Belangrijk was ook om te beoordelen of de partij uniform was, met andere woorden: of onderin de stapel dezelfde kwaliteit te vinden was als bovenin, en er dus niet werd gesjoemeld.

Stevig in je schoenen staan

Een broekie was ‘ie eigenlijk, 22 jaar nog maar toen hij begon. Maar de belangrijkste eigenschap van een keurmeester bezat Bram Leegwater, zoon uit een gezin van 8 jongens en 1 meisje, al. En dat was: stevig in je schoenen staan. Een strenge keurmeester? “Men zei dat ik een praktische was; er is niks makkelijkers dan de boel afkeuren. Je moest je verstand gebruiken. Het was een grote mensenwereld, met weinig geld en rare mensen af en toe. Sommige tuinders gooiden hun kolen van kwaadheid in de sloot.”

De tuinder was zelf verantwoordelijk voor de groenten en aardappelen die hij onder de klok door bracht. Als keurmeester kon je immers niet altijd zien wat onderin de schuit zat. Eén zo’n geval herinnert Bram zich nog goed. “Het was in de vroege aardappeltijd, het had geregend. De aardappels waren donker en modderig. Eén partij was heel mooi, en lag helemaal vooraan in de vaargoot. Maar ik vertrouwde het niet en wilde de onderste aardappels zien. Die waren pikzwart.” Bram deelde de tuinder mee dat de aardappelen niet werden geveild. “De man werd boos en zei: ‘Buigen zal ik voor je, maar bukken nooit!’. Vervolgens wees hij naar de handelaren en zei: ‘Zij daar, zij zijn veel slechter dan ik’. Toen liep hij weg en liet zijn schuit met aardappelen achter, onder luid gejoel van de handelaren.”

Bokkekool

De keurmeester lette ook op het verschijnsel ‘bokkekool’. Dit is kool die in de winter te koud was geworden en later bij verkoop door de tuinder weer werd opgewarmd. De pit binnenin de kool kon dan bruin worden. Voor bokkekool kon de tuinder een boete krijgen. “Met een bokkeboor boorde je een gat van onder naar het hart van de kool. Zo kon je controleren of de partij goed was.”

Het werken bij de veiling had, zeker in het begin, iets magisch, vindt Bram. “De veiling had wel wat. Je wás ook wel wat: je was de keurmeester, ook buiten het werk. Maar, zegt men wel eens: alles wordt gekleurd door het roze van de herinnering. De slechte dingen vergeet je. Wat ik nog steeds heb: ’s ochtends om 8 uur, half 9 word ik onrustig, dan moet ik ergens koffiedrinken.”

Portret van Bram Leegwater

Publicatiedatum: 14/02/2013

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.