Van de eerste tot de laatste dag heeft hij in de Broeker Veiling geveild

Net als zijn vader koos Jan Bruin (1936) voor een bestaan als tuinder. Hij had 25 akkers. In 1950 zette hij voor het eerst voet in de Broeker Veiling en tot en met de laatste dag heeft hij hier geveild.

Eigenlijk viel er als oudste zoon niet zo veel te kiezen voor Jan Bruin. Hij was voorbestemd om z’n vader op te volgen. “Maar ik wou zelf ook graag tuinder worden. Als ik naga, hoeveel plezier ik ervan heb gehad, is het een goeie keus geweest.”

Zoals in tuindergezinnen gebruikelijk was, hielp Jan als kind veel mee op de akkers. De allereerste keer dat hij moest veilen, weet hij nog goed. “Het was herfst, en het was koud. Dat weet ik nog, want ik had altijd koude handen. Ik had 2000 kilo kool; de schuit niet helemaal vol. Mijn vader zat in de veiling om te kijken of het goed ging.” Het ging goed, en Jan mocht voortaan veilen terwijl zijn vader op het land of (’s winters) in de schuur bleef. “Ik deed het ook wel ‘ns niet goed, moest het nog leren. Maar dat wist mijn vader ook.”

Vader Bruin regelde het zo, dat als een van zijn zonen ging trouwen, hij wat akkers meekreeg. Toen Bruin senior er op een gegeven moment mee stopte, waren al zijn akkers zo’n beetje verdeeld. Op die manier zijn Jan en drie van zijn broers hun eigen tuinderij begonnen.

Portret van Jan Bruin

Portret van Jan BruinPortret van Jan Bruin

Verkaveling in Zuid-Scharwoude

In 1973 werd het land in Zuid-Scharwoude verkaveld en een jaar later kon Jan er voor het eerst groenten op verbouwen. Van varen naar rijden was een hele omschakeling. “We wisten nog niet precies hoe het zou gaan. Maar je bent jong, en dan doe je dat. Het vergde wel wat investering om mee te doen. Maar ik was er blij mee; het was een ontzettende vooruitgang. Je kon meeconcurreren.”

De verkaveling zorgde ook voor een verandering in de producten. Waar zijn vader een uitgebreid assortiment oogstte – rode en witte kool, uien en sjalotten, rabarber, bieten, vroege aardappelen en als een van de weinigen in de buurt tulpen – richtte Jan zich na de verkaveling vrijwel uitsluitend op de koolteelt. “Dat was volgens mij het meest efficiënt.”

De kosten zo laag mogelijk, de kwaliteit zo hoog mogelijk, dat is het geheim van goed tuinderschap. “Aan de prijs kun je niets doen, maar aan de kwaliteit wel, dan heb je een goeie naam. En ik zorgde voor zo weinig mogelijk pieken: het hele jaar door werk, daardoor heb ik heel wat kunnen besparen. Ik denk dat dat de reden is dat ik altijd tuinder kon blijven.”

Publicatiedatum: 14/02/2013

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.