Geweldenaren
Geweldenaren waren het. Cees Stam uit Koog aan de Zaan en Piet de Wit uit Wormer behaalden in de jaren zestig en zeventig in totaal zes wereldtitels bij de stayers. Stam éénmaal bij de amateurs en driemaal bij de profs. De Wit tweemaal bij de amateurs.
Cees Stam: alles uit de kast
Na een finale vol dramatiek werd de 24-jarige Cees Stam uit Koog aan de Zaan op 10 augustus 1970 wereldkampioen bij de amateurstayers in het Engelse Leicester. De DTS’er had alles uit de kast moeten halen om de felbegeerde titel te veroveren. “Nog nooit in mijn leven heb ik zo afgezien achter de motor. Als ik niet zo’n goede conditie had gehad, was ik waarschijnlijk geen kampioen geworden.” Dat zei Stam kort na zijn enerverende race. De sensationele eindstrijd bracht het publiek overeind op de banken. Voor Stam was de wereldtitel de kroon op het werk. Twee keer was de automonteur uit Koog er al dichtbij geweest, maar beide keren bleef hij steken op zilver.
Triomftocht
In Koog aan de Zaan werden onmiddellijk voorbereidingen getroffen om de kampioen op grootse wijze binnen te halen. Dat lukt uitstekend, want de huldiging bracht duizenden mensen op de been om Cees Stam, diens echtgenote Tonnie en gangmaker Joop Stakenburg toe te juichen. Het werd een ware triomftocht.
Kwestie van kracht en souplesse
Het rijden achter de grote motoren was volgens Stam vooral een kwestie van kracht en souplesse, of in zijn eigen woorden: “Als je achter de motor rijdt en je wilt een andere renner inhalen, vang je zoveel vuile wind dat het net lijkt alsof je in de Ronde van Noord-Holland met windkracht zeven op het kantje zit.” Cees Stam was als stayer een fenomeen. Hij werd maar liefst achtmaal kampioen van Nederland en viermaal wereldkampioen. In 1970 veroverde hij als amateur zijn eerste wereldtitel. Na zijn wereldtitel stapte hij over naar de profs. Stam werd beroepsrenner bij Ketting Didam. Ook als prof ging het hem voor de wind. Hij haalde maar liefst drie wereldtitels binnen met het stayeren: in 1973 in San Sebastian, in 1974 in Montreal en in 1977 in Venezuela.
Piet de Wit: dertig meter voorsprong
In Frankfurt gebeurde op zaterdag 3 september 1966 iets moois. Piet de Wit uit Wormer werd wereldkampioen bij de amateurstayers. De 20-jarige renner veroverde met een voorsprong van dertig meter op de Nederlander Bert Romijn, die tweede werd, de wereldtitel. In Wormer werd de kampioen op grootse wijze gehuldigd. Heel Wormer was uitgelopen om hem toe te juichen op het podium voor zijn ouderlijke woning.
Staande ovatie
Dat de wereldtitel geen toevalstreffer was, bewees Piet de Wit in het Olympisch Stadion te Amsterdam tijdens de revanchewedstrijden, kort na zijn zege in Frankfurt. Zowel kampioen De Wit als achtervolgingstitelhouder Tiemen Groen reden magistraal en degradeerden de overige deelnemers tot figuranten. De Wit reed niet alleen al zijn concurrenten op tenminste een ronde, maar legde bovendien de dertig kilometer af met het fraaie gemiddelde van 74,480 kilometer per uur. De twintigduizend toeschouwers brachten de Zaankanter een staande ovatie.
Van amateur naar prof
Ondanks de vele profaanbiedingen bleef Piet amateur. Hij vond zichzelf nog te jong voor de overstap naar de profs. Dat hij een topper was, onderstreepte hij in 1967 door zowel het Nederlands als het wereldkampioenschap bij de amateurstayers in Amsterdam te winnen. In 1968 stapte Piet toch over naar de profs, bij de ploeg van Caballero. In 1968, 1969 en 1970 werd hij Nederlands kampioen bij de stayers. In de WK’s van die jaren werd hij respectievelijk tweede, zesde en derde. In 1972 veroverde hij de nationale titel op het onderdeel 50 kilometer. In 1973 won hij met Leo Duijndam de zesdaagse van Zürich.
Publicatiedatum: 13/04/2011
Vul deze informatie aan of geef een reactie.