Willem Arondeus: kunstenaar en verzetsman

Na de Tweede Wereldoorlog krijgt de familie van Willem Arondeus (1894-1943) een verzetskruis toegestuurd. Willem heeft zijn familie dan al dertig jaar niet meer gezien. Na een uit de hand gelopen ruzie is hij op zijn achttiende van huis vertrokken en nooit meer teruggekeerd. Willem is in Amsterdam terechtgekomen, waar hij in 1943 samen met medeverzetslieden door de Duitsers is opgepakt.

Voor de oorlog

Willem Arondeus (of ‘Arondéus’, zoals hij het zelf schrijft) is kunstenaar, schrijver en verzetsstrijder. In 1930 krijgt hij de opdracht om negen wandtapijten te maken voor de Statenzaal van het Provinciehuis in Haarlem. Op elk tapijt moet het wapen van een van de Noord-Hollandse gemeenten staan. Een grote opdracht, maar eigenlijk is Willem bekend geworden om zijn schilder- en tekenkunst. Zo ontwerpt hij bijvoorbeeld postzegels en tekent hij voor kalenders. Ook schildert hij in 1933 grote wandtaferelen voor de GG&GD van Amsterdam. Aan het eind van de jaren dertig maakt Willem een carrièreswitch. Hij gaat schrijven: romans en een biografie over de schilder Matthijs Maris.

In diezelfde tijd is Willem onrustig. Na zijn vertrek uit het ouderlijk huis was hij naar Amsterdam gegaan, waar hij zich onder de kunstenaars begeeft. Hij verhuist meerdere keren van de stad naar het platteland en weer terug. Het leven valt hem zwaar. Hij leeft in armoede en eenzaamheid: ‘Vriendschap is zo zeldzaam in mijn leven. Ik ken eigenlijk vrijwel geen andere mensen dan mijn intellectuele vrienden en dezen vervullen mijn verlangen naar genegenheid nauwelijks.’

Willem Arondeus, Ontwerp voor de Nederlandsch Kunstverbond Kalender (1929). Beeld: Rijksmuseum.

Begin van de oorlog

Daar komt in 1933 verandering in als Willem in Apeldoorn woont. Jan is de zoon van de groenteboer en hij bezorgt de groenten bij Willem thuis. Zo leren ze elkaar kennen en een romance bloeit op. Na vijf jaar verhuizen ze samen terug naar de stad. Financieel gezien hebben ze het in Amsterdam nog steeds moeilijk. Wanneer de Duitse dreiging groeit schrijft Willem aan een vriendin: ‘Ik heb de afgelopen jaren zoveel geleden, dat de misère die nu nog komt mij niet meer afschrikt.’

Na de Duitse inval vraagt Willem zijn vriend alleen terug te keren naar Apeldoorn. Mogelijk wil hij Jan beschermen, want zelf is hij lid geworden van het verzet. Ze blijven wel contact houden en schrijven elkaar brieven. Willem geeft de kleine verzetskrant ‘Brandarisbrief’ uit en vervalst persoonsbewijzen. Er is alleen een probleem: als de Duitsers de identiteitsbewijzen vergelijken met de officiële kopieën die ze in het bevolkingsregister bewaren, vallen de dragers door de mand. Daar moet een oplossing voor worden gevonden.

Ongedateerde foto door onbekende fotograaf, Willem Arondeus. Beeld: Wikimedia Commons.

Aanslag op het bevolkingsregister

Op de avond van 27 maart 1943 vindt er een aanslag plaats op de Plantage Kerklaan 36-38. Een aantal kunstenaars, studenten en twee jonge artsen dringt het gebouw van het bevolkingsregister ongezien binnen. Willem is een van hen. Het kost ze weinig moeite, want kleermaker Sjoerd Bakker heeft voor allen een politie-uniform gemaakt. De artsen verdoven de beveiligers met injecties en leggen ze buiten op de stoep. Daarna stichten de verzetsstrijders brand op verschillende plekken in het gebouw.

Vijf ontploffingen en vier uur later heeft de brandweer het vuur pas onder controle. De actie heeft minder impact dan gehoopt, want persoonsbewijzen branden moeilijk. Toch is een groot aantal persoonsbewijzen verbrand en solidaire brandweerlieden hebben voor veel waterschade gezorgd. Daarbij is de actie een inspiratiebron voor verzetsgroepen in andere delen van het land.

Het verwoeste bevolkingsregister van Amsterdam. Foto door onbekende fotograaf (1943). Beeld: ANP Archief.

Executie

Voor de verzetslieden heeft de aanslag grotere gevolgen. Op 1 april worden ze opgepakt en de meesten worden drie maanden later gefusilleerd. Zo ook Willem. Op 27 juni hoort hij zijn doodsvonnis. In zijn afscheidsbrief schrijft hij aan een vriendin: ‘Zojuist bracht de commandant papier, inkt en een envelop. Dat betekent dat wij morgenvroeg moeten sterven. (…) Groet alle vrienden van mij. Ik denk aan hen allemaal met liefde en vriendschap. Vaarwel!’

Willem laat zijn kleine vermogen achter aan Jan. Jan overleeft de oorlog wel, trouwt en krijgt kinderen. Precies zoals de naoorlogse samenleving van hem verwacht. Voor zijn executie doet Willem nog een laatste verzoek aan zijn advocate: ‘Zeg de mensen dat homoseksuelen niet per definitie zwakkelingen zijn.’

Willem Arondeus. Foto door onbekende fotograaf (1943). Beeld: Wikipedia.

Bronnen

  • Lutz van Dijk, ‘Eenzaam was ik nooit. Homo’s onder het hakenkruis 1933-1945′ (Amsterdam 2008).
  • ‘Willem Johan Cornelia Arondeus’, Eerebegraafplaats Bloemendaal.
  • ‘Plaquette aanslag bevolkingsregister: Plantage Kerklaan 36’, Joods Cultureel Kwartier.

Publicatiedatum: 08/02/2017