Wezen en weldoeners in Medemblik

Het Weeshuis van Medemblik was van oudsher ondergebracht in het voormalige Sint-Catharijneklooster. Na de Reformatie werden de kerkelijke eigendommen namelijk overgenomen door de Staat.

Aan het eind van de Late Middeleeuwen besloten meerdere stadsbesturen in de Nederlanden om Weeshuizen op te richten. Dit kwam mede omdat de steden geteisterd werden door ernstige en dodelijke ziektes zoals cholera en dysenterie. Door het oprichten van weeshuizen werden de vatbare kinderen van de straat gehaald, en werd het hen ook streng verboden om te bedelen. In 1575 stemde Willem van Oranje in met plan om van het kloostergebouw in Medemblik een weeshuis te maken, dit werd het Gereformeerd Weeshuis genoemd.

De voorgevel van het voormalige weeshuis is in 1785 opgericht. Op de gevel is een beschilderd reliëf te zien van vier levensgrote weeskinderen, waarvan er twee uit Medemblik komen. Dit is te zien aan gouden details in hun kleding die verwijzen naar het stadswapen van Medemblik. In de achtergevel van het pand, via de binnentuin te bereiken, is een prachtige toegangsdeur te zien in rococostijl.

Hendrik de Winter en Cornelis Pronk, Weeshuis, Munt, Armen-Huis, en Westerkerk te Medemblik, 18e eeuw. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Het Gereformeerd Weeshuis in Medemblik kreeg in 1762 een regentenkamer, waar de bestuurders in pracht en praal konden zetelen. Deze regentenkamer is nog steeds in tact, en wordt beheerd door de Stichting Hervormd Weeshuis Medemblik. Het weeshuis bleef tot 1919 in functie en in 1923-1925 werd het verbouwd tot bejaardentehuis dat vervolgens vijftig jaar in functie is gebleven onder de naam Huize Levensavond. Heden ten dage is er een tandartsenpraktijk in het pand gevestigd.

Dit verhaal is onderdeel van het thema Goudkust: verhalen over sporen van de Gouden Eeuw aan de West-Friese kust. Bekijk hier alle verhalen binnen dit thema.